Opleiding arts is te smal en moet korter

De opleiding van basisartsen duurt te lang en biedt te weinig differentiatie. Een deel van de medisch-specialisten kan op den duur vervangen worden door ziekenhuisartsen en door minder gespecialiseerde artsen. Ook houdt de opleiding onvoldoende rekening met de behoefte tijdens de vorming aan `het normale leven' deel te nemen. Zij moet meer ruimte bieden voor persoonlijke vorming.

Minister Borst (Volksgezondheid) en prof.dr. J.M. Minderhoud voorzitter van de artsenorganisatie KNMG, hebben vandaag gepleit voor een ingrijpende herziening van de medische vervolgopleidingen. Beiden spraken tijdens het jaarcongres `Zitwerk of Loopbaan' dat de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst vandaag in Groningen houdt.

Zowel Borst als Minderhoud constateerden dat de huidige opzet van de medische vervolgopleidingen stamt uit de tijd dat het vak nog voornamelijk door mannen werd uitgeoefend die zich weinig aan het normale gezinsleven gelegen hoefden te laten liggen. De artsenstand `feminiseert' in hoog tempo en de behoefte (ook bij mannelijke artsen) aan meer vrije tijd, zorgverlof en deeltijdwerk neemt toe. “Het artsenberoep is niet langer een levensvullende activiteit', aldus Borst. Volgens Minderhoud maken `roeping en artsenplicht' geleidelijk aan plaats voor de behoefte `aan een meer bewuste en evenwichtige loopbaan'.

Beiden plaatsen vraagtekens bij de huidige lengte van de opleidingen. Het duurt tussen de negen en veertien jaar voordat een eerstejaarsstudent zich medisch-specialist of huisarts mag noemen. Volgens Minderhoud is de huidige duur van de vervolgopleidingen voornamelijk gebaseerd op overlevering en op ervaring van de opleiders. Een mogelijkheid om de opleidingsduur te verkorten is om al eerder in de opleiding te kiezen voor een hoofdrichting zoals huisarts, snijdend en niet-snijdend specialist.

Ook moet er kunnen worden gekozen tussen een opleiding tot algemeen meer generalistisch functionerende medisch-specialist en een specialist die zich in een terrein verdiept. Volgens Borst besteden de huidige specialisten een fors deel van hun tijd aan werkzaamheden waarvoor ze eigenlijk `te knap, te oud en te duur' zijn.

Zij wil ook de `ziekenhuisarts' een belangrijkere rol geven binnen de ziekenhuizen. Het gaat daarbij om artsen met een goede klinische ervaring die als generalist in het ziekenhuis werken en die als persoonlijk arts voor de patient kan functioneren.

Borst pleitte tien jaar geleden ook al voor invoering van de ziekenhuisarts. Het voorstel dat zij onder meer samen met prof.dr. A. Querido deed, werd toen door de medisch-specialisten op financiele grond afgewezen. Borst herhaalde dat, om artsen te ontlasten verpleegkundigen een aantal vast omschreven medische handelingen moeten gaan uitvoeren. Ze laat op dit moment nagaan aan welke eisen de opleiding voor deze `plus-verpleegkundigen' moet voldoen. De KNMG begint een loopbaanbureau voor artsen dat aandacht zal besteden aan zaken als time-management en sollicitatie-cursussen.