Olympische kringen; Bestuur NOC*NSF gaat ten onder aan competentiestrijd

Een nieuwe voorzitter moest hij zoeken en `wat knelpunten' bekijken. Maar oud- staatssecretaris Joop van der Reijden stuitte bij de overkoepelende sportorgansatie NOC*NSF op bestuurlijke chaos - al wil hij dat zelf niet zo noemen. Volgende week treedt dus geen nieuwe voorzitter aan, maar een heel nieuw bestuur.

De vaak zo boze Anton Geesink is momenteel even niet boos. In Joop van der Reijden heeft hij eindelijk een NOC*NSF-voorzitter getroffen die hij ziet zitten. Het IOC-lid Geesink, die lang de ambitie heeft gehad om zelf voorzitter van NOC*NSF te worden, zegt dat hij altijd is tegengewerkt door diens voorgangers Vonhoff en Huibregtsen: “Ik heb acht jaar niet mogen besturen.' Het was slecht voor de Nederlandse sport, de slechte verstandhouding tussen Geesink en Huibregtsen.

Als interim-voorzitter beet Van der Reijden zich de afgelopen maanden vast in de sportkoepel NOC*NSF. Dat mondde uit in het op het eerste gezicht vernietigende rapport Een slagvaardiger NOC*NSF waarin hij maar liefst 34 punten opsomt om tot een betere organisatie te komen. Belangrijkste conclusie in de vertrouwelijke notities: er moet een nieuw bestuur komen. Komende dinsdag wordt het voorgedragen.

Het bestuur van NOC*NSF haalde in maart Van der Reijden als interim-voorzitter binnen. Een maand eerder was de sportkoepel ineens zonder kopman komen te zitten. Wouter Huibregtsen, acht jaar lang nadrukkelijk aanwezig als leider van de Nederlandse sport, hield de eer aan zichzelf nadat hij door beledigende uitspraken over de kroonprins in opspraak was geraakt. Deze week behaalde Huibregtsen een verlate triomf: de Amsterdamse rechtbank noemde de publicatie van het artikel waarin hij zijn uitspraken deed onrechtmatig.

Maar Huibregtsen was weg en er moest een tijdelijke opvolger komen. Iemand van buitenaf moest het zijn, het liefst met affiniteit voor de sport, maar weer niet met een verleden bij een van de sportbonden. Joop van der Reijden (71) speelde zelf waterpolo, was daarna coach en clubbestuurder en als staatssecretaris van WVC in het eerste kabinet-Lubbers had hij vier jaar lang de sport onder zijn hoede.

De voorzitter van Veronica liet meteen weten NOC*NSF graag te willen helpen.

Het bestuur won informatie over hem in en werd onder meer gewaarschuwd dat Van der Reijden geen type is om interim-voorzitter te zijn. “Als hij eenmaal binnen is, kom je niet meer van hem af', kreeg men van diverse kanten te horen. Desgevraagd stelde Van der Reijden zelf dat daar geen sprake van zou zijn.

Joop van der Reijden doet het voorkomen dat hij op Papendal een puinhoop aantrof. Hij is te slim om dat zelf zo te noemen. Een woord als `crisis' wenst Van der Reijden ook absoluut niet te horen. Maar zijn compaan Anton Geesink zegt dat hij tegen hem heeft verkondigd dat het Nederlandse IOC-lid nog te bescheiden is geweest toen deze hem in maart voor het eerst inlichtte over de misstanden bij NOC*NSF. “Anton, het is ongelooflijk', heeft hij gezegd.

Bij zijn aantreden zei Van der Reijden dat hij `binnen twee weken' een geschikte nieuwe voorzitter zou kunnen vinden. Hij wilde echter eerst intern op onderzoek uit bij NOC*NSF. Om te voorkomen dat zijn opvolger `oude lijken in de kast' zou aantreffen. Die onverwachte uitspraak schoot bij sommige leden van het bestuur in het verkeerde keelgat. En ze begrepen dat Van der Reijden helemaal niet van plan was in november weer te vertrekken toen hij in juni interesse toonde voor de door het vertrek van Huibregtsen vrijgekomen plek in het college van de Europese Olympische Comites (EOC). Het bestuur wenste hem echter niet voor het EOC voor te dragen. Nu is een andere oud-staatssecretaris, Erica Terpstra, als Nederlandse kandidaat naar voren geschoven.

Dat Van der Reijden de sportkoepel op Papendal grondig door ging lichten, was niet de bedoeling.

Hij zou `wat knelpunten bekijken', volgens de lezing van een aantal bestuursleden. Maar men liet hem begaan. Het bestuur maakte - ook naar eigen zeggen - in de periode na het aftreden van Huibregtsen een gelaten indruk. Er werd ook niet meer in de voltallige samenstelling vergaderd. Daarentegen toonde veteraan Van der Reijden een tomeloze energie.

Wekenlang was het een komen en gaan van bestuurders in Hilversum. Van der Reijden sprak op zijn kantoor met voorzitters van sportbonden en kreeg in die gesprekken veel kritiek op de organisatie van NOC*NSF te horen. Sommige voorzitters noemden NOC*NSF een logge bureaucratische organisatie. Er zou geen consistente beleidsvisie zijn en er heerst grote onduidelijkheid over de bevoegdheden verantwoordelijkheden en taakverdeling tussen bestuur en bureau. Bovendien zou het bestuur onvoldoende aandacht hebben gehad voor de heersende problemen binnen de Nederlandse sportwereld. “Met elkaar hebben ze een vorm van besturen ontwikkeld die niet goed is', verduidelijkt Van der Reijden desgevraagd.

De vele kritiek is een mes in de rug van voormalig voorzitter Wouter Huibregtsen en zijn bestuur. Van der Reijden vergeet niet te wijzen op een aantal van de grote verdiensten van Huibregtsen, die hij Mickey noemt - voor intimi de bijnaam van de directeur van McKinsey. Maar de nieuwe voorzitter vond het niet nodig zijn voorganger persoonlijk in te lichten over zijn bevindingen en plannen. “Als Van der Reijden in NRC Handelsblad zegt dat Huibregtsen veel heeft betekend voor de Nederlandse sport, weet ik zeker dat hij dat niet meent' zegt Geesink. “Maar hij moet af en toe een diplomaat zijn.'

Het kan hem, zegt Van der Reijden zelf, juist niets schelen als mensen boos en teleurgesteld zijn.

“Dan maar een paar etentjes per jaar minder' zegt hij laconiek. “In zo'n positie als deze maak je geen vrienden.'

Haat en afkeer

Geesink, die grote haat en afkeer voor Huibregtsen koestert, spreekt wel openlijk over een crisis en `een enorme chaos' bij de sportkoepel: “Er zijn acht jaren verloren gegaan.' Volgens bestuurder Riens Meijer heeft de controverse die tussen Geesink en Huibregtsen bestond, jarenlang de verhoudingen in het bestuur vergiftigd. “Het had grote invloed op ons functioneren. Alles werd altijd meteen in een verkeerde sfeer getrokken. Er was voortdurend grote argwaan. Anton vond ook dat als je voor Wouter was, je automatisch tegen hem was.' De kwestie escaleerde volgens Meijer door de kandidatuur van Huibregtsen voor het IOC. Geesink vond dat die via hem had moeten lopen. Huibregtsen beweerde op zijn beurt verscheidene malen te hebben geprobeerd er met de Utrechter over te spreken, maar zou de kans niet hebben gekregen.

Meijer meent dat Van der Reijden bewust de indruk wil wekken dat het om een revolutie gaat, om een hardhandig afscheid van het tijdperk-Huibregtsen te forceren. “Iedereen van het eerste uur wordt zo op de pijnbank gelegd. Hij is als een oorlogsgeneraal te werk gegaan.' Meijer, al zes jaar bestuurder, stribbelt tegen als het om zijn vertrek gaat. Ironisch gezien kent hij binnen het oude bestuur Van der Reijden het beste: de twee werkten ooit bij Veronica plezierig samen. “We zeggen soms de meest vreselijke dingen tegen elkaar, maar we blijven elkaar altijd respecteren. Toch blijf ik erbij dat Van der Reijden zijn opdracht niet goed heeft uitgevoerd en dat hij ongeschikt is om de komende vier jaar voorzitter te zijn.

Dat heb ik hem ook gezegd. Ik heb hem als enige voortdurend geattaqueerd. Want ik voel me verantwoordelijk voor zijn benoeming.'

Op zichzelf, zegt hij, heeft Meijer niets tegen veranderingen. “Het gaat me om de manier waarop het gebeurt. Ik heb uit de stukken moeten vernemen dat ik straks niet meer tot het bestuur behoor. Als gewoon tegen me was gezegd: `Zeg Meijer, ik vind dat in het algemeen belang het hele bestuur moet oprotten', dan was ik toch gegaan. Ik zit echt niet aan mijn zetel vastgebakken. Ik kan de sport op vele andere manieren dienen. Desnoods ga ik wedstrijdjes fluiten.'

Tot 2002

Van der Reijden zou in november, volgende maand, weer afscheid nemen. Maar hij blijft nu in ieder geval nog een half jaar aan als voorzitter - de rust moet zijn weergekeerd voordat er een nieuwe voorman aantreedt. Al zullen de leden van NOC*NSF komende dinsdag eerst een statutenwijziging moeten goedkeuren over de maximumleeftijd van bestuursleden. Van der Reijden lijkt zelfs niet onwelwillend te staan tegenover een langere termijn. Misschien zelfs wel tot 2002.

Hij is destijds aan zijn nieuwe `hobby' begonnen door de wekelijkse vergaderingen te bezoeken van het managementteam van NOC*NSF op de donderdagmiddag. Dat was, lichtte Van der Reijden toe, `om te snuiven' en hij zei daarom zelf weinig tijdens die bijeenkomsten. Ook liep hij af en toe `effe een kamertje' binnen. Daarna ontving hij de bondsvoorzitters in Hilversum. Zijn onderzoek leverde het rapport op waarin hij puntsgewijs bladzijden lang de tekortkomingen opsomt. Er blijkt met name op financieel/administratief en organisatorisch gebied veel onduidelijkheid te bestaan. Volgens de aftredende bestuurders zouden zij zelf al veel gebreken hebben vastgesteld.

Riens Meijer noemt de voorstellen van Van der Reijden dan ook `oude wijn in nieuwe vaten'. “Het is allemaal echt niet zo vernieuwend en verrassend.'

Meijer heeft gevraagd om tijdens de komende Algemene Vergadering deze week het woord te mogen voeren. De leden van NOC*NSF wordt voorgesteld om onder agendapunt 8 `de heer M. Meijer' te ontslaan. Daar is een meerderheid van tweederde voor nodig. Er zijn geen aanwijzingen dat dit niet zal gebeuren.

Dat Meijer er in zijn verweer alleen voorstaat, is niet zo vreemd. De andere leden van het huidige bestuur hebben allen hun eigen redenen om niet al te fel tegen te stribbelen. De bestuurders die niet terug zullen keren, stapten om uiteenlopende redenen zelf al op - of doen dat binnenkort. En de degenen die nog niet zo lang zitting hebben - Ellen de Lange, Ernst Faber en de Utrechtse politiecommissaris Peter Vogelzang - zijn gevraagd terug te keren in het nieuwe college. Dat geldt ook voor Anton Geesink die door zijn lidmaatschap van het Internationaal Olympisch Comite (IOC) recht heeft op een bestuursfunctie bij NOC*NSF.

Het kandidaatbestuur van de interim-voorzitter heeft een hoog politiek gehalte: waarnemend voorzitter van de PvdA en burgemeester van Zaanstad Ruud Vreeman, NCRV-voorzitter Frits Brink, oud-burgemeester van onder meer Stadskanaal en Veenendaal, en uiteraard voormalig topzwemster Terpstra tot voor kort staatssecretaris van Sport en nu Tweede-Kamerlid voor de VVD.

Een slimme zet van Van der Reijden is dat hij Anton Geesink meteen de indruk heeft gegeven dat hij hem belangrijk vindt. Tevreden stuurde het IOC-lid een brief naar de interim-voorzitter en er volgde een langdurig onderhoud. De twee kennen elkaar van vroeger.

Geesink en Van der Reijden waren in 1984 beiden aanwezig bij de Olympische Spelen van Los Angeles, waar ze samen voor dag en dauw trimden. “Anton vertrouwt mij', weet Van der Reijden.

Hij wil geen problemen met de voormalige straatmaker en heeft al gezegd dat hij op zoek is naar een voorzitter die `met Anton door een deur kan'. Maar Geesink wil helemaal niet dat er een nieuwe voorzitter komt. Wat hem betreft kan Van der Reijden blijven zitten waar hij zit, in ieder geval tot en met 2000. “Het zou onbehoorlijk zijn om Van der Reijden na een half jaartje weer te laten vertrekken', legt Geesink uit. “Hij heeft de crisis bij NOC*NSF geconstateerd en hij moet de kans krijgen die crisis zelf op te lossen.'