Luguber spel met echt en schijn

De gems en de fret. Het kuikenzuigen en de schapedruk. Slasausbenen en het Japanse boek. Job-Joris en een rulle mus. Günther en Wolfgang. Peder en kinderpindakaas. Wat deze woorden en namen gemeen hebben is moeilijk te zeggen, behalve dan dat ze afkomstig zijn uit het tv-programma Jiskefet en dat alleen al het noemen ervan bij de gemiddelde liefhebber een grijns van herkenning oproept, meestal gevolgd door het imiteren van de bijbehorende stemmen en gebaren. Het is een zeldzaam aanstekelijk programma, Jiskefet. Oboema, de `witte neger', tegen zijn boze José: ,,Wat is dat nou voor attitude?' De controleur bij één van zijn huisbezoeken: ,,Houdt u van CD-muziek?' En de boerenzoon: ,,Humor? Dat hebb'n wij op het platteland niet nodig. Da's zo al hard werk'n genoeg.'

Jiskefet. Zondag, Ned.3, 20.27-21.02u.

Jiskefet, van Herman Koch, Kees Prins en Michiel Romeyn, is vanaf het begin (1990) grillig en onvoorspelbaar geweest — een van de weinige principes die eraan ten grondslag lijken te liggen. Er waren seizoenen met veel en met weinig afleveringen, soms kort en soms lang, nu eens met publiek en dan weer zonder, met losse bijdragen en met series. En ook: seizoenen met minder en met meer succes — als de bijna griezelige populariteit van reeksen als Debiteuren Crediteuren en De Lullo's tenminste een maatstaf voor succes mag heten. Het afgelopen seizoen was Jiskefet zelfs geheel afwezig. Aanstaande zondag begint een nieuwe serie van acht afleveringen van een half uur. Over de inhoud ervan is, volgens hetzelfde principe van de onvoorspelbaarheid, nog niets bekend.

Wat maakte Jiskefet tot dusver zo bijzonder? Om te beginnen die grilligheid, die nu eenmaal zeldzaam is temidden van de vele volledig voorgestanste en tot op de seconde afgemonteerde tv-programma's. Jiskefet verrast en verwart voortdurend, zowel in het groot als in het klein. Zo kun je je afvragen of Jiskefet in de loop der jaren eigenlijk wel `beter' is geworden. Zelfs de grootste liefhebber zal moeten toegeven dat er ook veel meligheid en flauwe vulling in het spel zit, maar tegelijk bevatten ook de minder geslaagde afleveringen meestal wel weer één of meer briljante momenten. De onvoorspelbaarheid moet wel het gevolg zijn van de werkwijze van de makers die bij al hun bewezen talenten willen blijven vertrouwen op hun improvisatievermogen.

Deze instelling maakt alle pogingen om er diepzinnig over te doen al bij voorbaat belachelijk. En toch: dat we hier met een heel ingewikkeld, vermoedelijk zelfs wel postmodernistisch te noemen mengsel van genres te maken hebben is zonneklaar. Jiskefet speelt met de echte en de schijnwerkelijkheid van tv, reclame, toneel, cabaret en soap, met dubbele en driedubbele bodems, parodieën en schijnparodieën. Daar staat tegenover: het simpele effect van een typetje met `gekke' bewegingen (Tony van Heemschut), een goed vertelde mop (meneer Jos), pruiken en vreemde kostuums (de Heeren van de Bruyne Ster) en de bijbehorende vette lach (passim).

Het onvoorspelbaar laveren tussen echt en schijn maakt Jiskefet zo spannend: een absurd vraaggesprek kan elk moment overgaan in een wel degelijk aangrijpende bekentenis, en omgekeerd kan elke serieus opgezette scène zomaar veranderen in een parodie op een slechte soapserie. Behalve op humor drijft Jiskefet ook op gevaar en dreiging — ook een gevolg van het bewust fragmentarische karakter van de meeste onderdelen, waardoor er veel psychologie in de lucht blijft hangen. Wie de personages `werkelijk' zijn blijft duister, maar men moet het ergste vrezen. Juffrouw Jannie, De Boesselaere (`spreekt u mee'), Willy (de vader van Capriccio): er ligt bijna altijd wel iets lugubers op de loer, en ook onder de meest absurde sketches (`De Dierenwinkel' bijvoorbeeld) gaapt een groot gat van eenzaamheid, onderdrukte agressie of regelrechte waanzin.

Jiskefet is om te lachen, ja — maar het is wel vaak een zenuwachtig en ongemakkelijk soort lach om ongelukkige personages in schrijnende situaties. Humor en sentiment en radeloosheid, in vreemde mengverhoudingen — daar gaat het vaak om in Jiskefet. En je weet nooit goed wat je ermee aan moet.