LEVEND FOSSIEL DREEF VAN SULAWESI NAAR DE COMOREN

Tot de bekendste `levende fossielen' behoort de coelacanth (Latimeria chalumnae), een tot de kwastvinnigen behorende vis. Deze vis, waarvan momenteel een prachtig exemplaar is tentoongesteld in het Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis te Leiden, werd beschouwd als reeds tientallen miljoenen jaren uitgestorven. In 1938 werd echter een exemplaar opgevist bij de Comoren. Onderzoek heeft aangetoond dat daar, op een diepte van enkele tientallen tot enkele honderden meters, een gemeenschap van ongeveer 250 exemplaren voorkomt.

(A.J. van Loon)

Vanwege zijn ogenschijnlijk geringe mogelijkheid om grote afstanden af te leggen, en vanwege de uiterst kleine populatie, werd lang gevreesd dat deze soort op afzienbare termijn `echt' zou uitsterven. De vreugde was daarom groot toen op 30 juli van dit jaar een nieuwe populatie werd ontdekt. Dat gebeurde in de zee ten noorden van Sulawesi (het vroegere Celebes), op zo'n 10.000 km van de Comoren. Direct rees de vraag of het, gezien de grote afstand en de geringe beweeglijkheid van de coelacanth, wel kon gaan om dezelfde soort. Daarnaar wordt nu DNA-onderzoek uitgevoerd, maar de betrokken onderzoekers gaan er op grond van de morfologische kenmerken van uit dat het hooguit om een andere variëteit gaat, niet om een andere soort.

De grote afstand tussen de twee vindplaatsen leek aanvankelijk onverklaarbaar: in een bijdrage aan Nature (24 september) waarin de nieuwe vondst bekend werd gemaakt, werd gesteld dat er geen oceaanstromen zijn waarvan de coelacanth gebruik kan hebben gemaakt. Dat maakte het raadsel van deze toch al raadselachtige vis alleen maar groter. In een commentaar dat op 15 oktober in Nature verscheen, maakt een onderzoeker van het Lamont-Doherty Earth Observatory in Palisades echter melding dat er wel degelijk zeestromen bestaan waarvan de vis gebruik kan hebben gemaakt. Het gaat daarbij om een ondiepe (tot 400 m diepte) tak van de Mindanao-stroom, die uit het noorden van de Stille Oceaan via de Sulawesi-Zee en de Straat van Makassar, de Flores-Zee en de Banda-Zee uitmondt in de Indische Oceaan. In de Indische Oceaan kan deze watermassa, die door zijn relatief geringe zoutgehalte nabij het wateroppervlak geconcentreerd blijft, zich met de Zuid-Equatoriale Stroom verder westwaarts laten meevoeren en zo uiteindelijk ook de Comoren bereikten Dat zou inhouden dat de leefgemeenschap in de Sulawesi-Zee ouder is dan die bij de Comoren. De onderzoeker acht het ook niet uitgesloten dat naspeuringen langs deze `trekroute' nog meer populaties van de coelacanth zullen opleveren.