Jean-Marie

Als een deus ex machina kwam hij aangezeild en half Belgie stond op zijn kop. Jean-Marie Pfaff was nog maar enkele uren trainer van KV Oostende geworden en nog voor de middag zag de kuststad zwart van het journaille. Maar misschien lag dit aan het weer. Na een week stortregens wil iedereen een zonnetje in huis halen. En de handgepelde garnalen zijn in Oostende ook zo lekker. Vandaar.

Als het waar is dat alle keepers een beetje gek zijn dan is Pfaff een gekkenhuis in zijn eentje. In de jaren tachtig werd hij wereldberoemd door zijn miraculeuze reddingen, zijn ingestudeerde liefdadigheidstaferelen, en zijn ongeevenaarde interpretatie van de Duitse taal. Na zijn actieve carriere stortte de gewezen Rode Duivel zich met wisselend succes in het zakenleven. Vooral dan in de uiterlijke schijn ervan. De Harry Mens van Vlaanderen, zoiets.

Oostende is de juiste stad voor Jean-Marie. Hij is geoefend in de grootspraak van kustbewoners bluft de boel af als geen ander. Zo bleek ook op zijn eerste persconferentie. Bij zijn triomferend getater werd de al even mediageile voorzitter Vergeylen zowaar een hakkelaar. In inherente zotheid waren ze elkaar waard, maar de amusementswaarde van Pfaff lag toch een stuk hoger: hij was de viriele alter ego van Mona Lisa, Vergeylen bleef een opdringerige standwerker.

Zeker, Pfaff heeft cameragevoel, je kan hem wel een tijdje uitzitten. Maar het zeer gecoiffeerde hoofd wordt er met de jaren ook niet mooier op en na de vijfendertigste close-up komt een moment dat je denkt: ik sla die lach uit zijn bek. Zijn tanden zijn me trouwens iets te wit voor een man van middelbare leeftijd.

Oostende mocht blij zijn dat het El Simpatico had kunnen strikken voor de vervanging van de Nederlander Dennis van Wijk. Pfaff had alle eerste en tweedeklassers in Belgie, Frankrijk, Nederland, Duitsland, Engeland en Japan een fax verstuurd waarin hij kenbaar maakte dat hij trainer wilde worden. “Ik heb al verschillende antwoorden van verenigingen die mij in het schap hebben liggen', feliciteerde hij zichzelf. Je kon zo horen dat hij het zichzelf niet vergeeft dat hij bij een kleine club aan de slag is gegaan.

Hij zei het ook met zoveel woorden: Pfaff is natuurlijk een naam voor Bayern, Benfica, Anderlecht. Overigens heeft hij in zijn contract een clausule laten opnemen waardoor hij na vier weken bij KVO kan opstappen. Je weet tenslotte nooit of Juventus morgen niet aan de bel hangt. Dat hij als trainer geen ervaring heeft, mag geen probleem zijn: “Ik kan het best vergeleken worden met Frank Rijkaard. Die had ook geen ervaring en werd zelfs bondscoach.'

In de euforie over zijn benoeming haalde Jean-Marie Pfaff er het staatsraison bij. “Ik doe dit voor de toekomst van het Belgische voetbal.' Dat had hij nou niet moeten zeggen. Belgische trainers moeten niet zo toekomstgericht kakelen. De toekomst ligt achter hen, zoals op het WK in Frankrijk is gebleken. Juist Jean-Marie mag geen blik op de toekomst werpen. Hij moet met KVO terug naar het verleden, naar zijn gloriejaren. De toekomst zal altijd minder zijn dan wat hij heeft gekend. Daarom is het nog niet zo dom dat hij aan de slag is gegaan bij een club zonder toekomst, in een land zonder toekomst.

Met Jean-Marie Pfaff als coach heeft de folklore zijn intrede gedaan in het Belgisch voetbal. Jezuieten en dorpsidioten, het is te veel van het goede. Als roerganger van een trotse voetbalnatie, die Nederland pretendeert te zijn, zou ik mij nooit geassocieerd hebben voor een prestigieus toernooi met hansworsten die de dynamiek van de ondergang bevlaggen. Maar ja, Jeu Sprengers houdt van een fazantje en zijn collega D'Hooghe weet wat tafelen is.

Ik denk dat Pfaff in Nederland niet eens bij een amateurclub aan de bak zou komen. En toch liet ik mij door hem weer beroeren. Zoals hij als volleerd demagoog voor de eerste training de schaarse supporters ging groeten, een mongooltje door de haren streek en vervolgens trillend als riet voor de spelersgroep aantrad.

Briefje in de hand, grapje in de mond - de doodsangst droop eraf. Nooit heb ik iemand met zoveel penetratiehuiver op een trainingsveld zien verschijnen. Nog liep hij met die fantastische grandeur, buitenkant knie naar de spelers toe, maar het voetbalplunje zat hem niet lekker meer. Jean-Marie is een mens van lust en lak geworden - slijk is een herinnering. Had hij dat maar zo gehouden.