Het sprookje van een gekke koningin

Ik wou dat we een gekke koningin hadden. Eentje die vanwege het onstuimige herfstweer haar hele paleis weggaf aan de immigratiedienst van Job Cohen. En als het door blijft regenen ook de kajuit van haar zeiljacht, de onbewoonde vleugels van Soestdijk, de stallen van Het Loo, de Koninklijke Wachtkamer op het Centraal Station, de Gouden Koets en alles wat ze nog meer aan droge ruimte kon bedenken om de daklozen van deze wereld in op te vangen. Ik wou dat ze haar drie zonen bij zich riep en ze ieder een grote zak fonkelnieuwe paspoorten gaf om uit te delen in de aanmeldcentra van ons land. Na twintig kersttoespraken zou ze laten zien dat zij het al die tijd meende.

Dit alles live bij CNN natuurlijk, zodat een knarsetandende Kok niets anders kon doen dan in het eigen NOS-journaal de grootst mogelijke bewondering uitspreken voor deze `strikt persoonlijke daad van humanitaire betrokkenheid'.

In de dagen erna zouden beelden van een asielzoekster die in de koninklijke slaapkamer van Huis ten Bosch beviel van een gezonde Koerdische tweeling over de hele wereld gaan. Nederland kon niet meer stuk als immigratieland. Dankzij een gekke bui van Beatrix.

Maar, helaas, de koningin heeft geen gekke buien, premier Kok heeft geen gekke buien, staatssecretaris Cohen heeft geen gekke buien, de Tweede Kamer heeft, nu Janmaat veilig thuiszit, ook geen gekke buien meer en de Nederlandse belastingbetaler heeft ze eigenlijk nooit gehad. Op wat oecumenische soepverstrekkers na vindt iedereen dat de mondiale gelukzoekers zo ver mogelijk uit de buurt moeten blijven.

Dus gaan we keiharde afspraken maken, procedures stroomlijnen, informatiebestanden koppelen, de vreemdelingenwet aanscherpen, vingerafdrukken digitaliseren bloed afnemen, en, last but not least, we gaan quoteren.

Jazeker het Q-woord is onlangs luid en duidelijk gevallen in Den Haag. Temidden van alle tentencommotie schreef een PvdA-senator in de krant dat quoteren een idee is waar zeker over nagedacht mag worden.

Ideeen waarover PvdA-politici mogen nadenken zijn voordat je het weet regeringsbeleid. Daarom bestaat de kans dat het asielbeleid binnenkort tot op de komma nauwkeurig geformuleerd gaat worden, inclusief tijdspaden, streefgetallen en glasheldere normeringen. Als de bordjes `vol' bij de receptie opgehangen mogen worden omdat het Nederlandse quotum binnen is, zijn we eindelijk af van dat panische gesleep met partytenten en kunnen de contactambtenaren in alle rust de asielverzoeken in behandeling nemen.

Door het vaststellen van een bovengrens zal de bureaucratisering van het wereldleed haar perfectie bereiken.

Er is eigenlijk maar een probleem. Hoe bepalen we precies dat quotum? Binnen Europa is een evenredige verdeling van de financiele lasten een buitengewoon moeilijke opgave, en in deze laatste maanden voor de euro vertrouwt men elkaar steeds minder als het op betalen aankomt. Minister Zalm dreigt dit jaar zelfs helemaal niets meer over te maken naar Brussel omdat hij ervan overtuigd is dat Nederland in financieel opzicht al veel te lang buurmans gek geweest is. In zo'n sfeer van achterdocht zal het vaststellen van een vreemdelingenquotum geen eenvoudige zaak zijn.

Want waar moet dat op gebaseerd worden? Het aantal vierkante kilometers woeste heidegrond in een land? De gemiddelde regenval? De vraag naar krantenbezorgers? De grootte van het financieringtekort? De mate van xenofobie? Het aantal dominees Visser? De kwaliteit van de internationale luchthaven? Al deze factoren bepalen de opvangcapaciteit van een land en voor al deze factoren geldt dat zij niet evenredig over Europa verdeeld zijn. Dit, gevoegd bij de groeiende argwaan,leidt tot oeverloze discussies in het Europees parlement.

Maar zelfs als men eruit komt en men op grond van gedegen demografisch onderzoek een objectieve norm vindt waarmee het maximaal toelaatbaar aantal asielzoekers per land berekend kan worden dan nog is het de vraag of de resulterende quoteringmaatregelen zoden aan de dijk zullen zetten. De ervaringen in Europa met jonge haringen, varkens en melkkoeien zijn niet onverdeeld gunstig. Te vaak ontbrak een goede controle zodat het particulier initiatief uit Urk of Wolvega alle mooie afspraken hieromtrent aan de laars lapte.

Quotering op Europees niveau zal, in het gunstigste geval, nog een millennium vergen.

Dus dan maar geen bovengrens en het asielbeleid achter de vraag aan laten hollen?

Voor de ontheemde wereldburger zou dat verreweg het beste zijn, maar voor een politicus die gruwt van nodeloos felle debatten in eigen land is het onverteerbaar. Daarom voorspel ik dat het Q-woord in de nationale politiek populair zal blijven.

Met zo'n uitgangspunt kan de parlementaire discussie namelijk beperkt worden tot het vlijtig narekenen van de regeringsvoorstellen. Precies zoals men dat op de overige beleidsterreinnen al jaren gewend is. En in psychologisch opzicht bevrijdt het de Nederlander van de dwanggedachte dat hij meer betaalt dan zijn buurman. Het aardige is bovendien dat het woord zelf, naarmate het meer wordt uitgesproken, steeds minder nodeloos inhumaan gaat klinken.

Als Straatsburg het niet wil doen, zal Kok daarom zelf de lat op de gewenste hoogte leggen.

Voor de meeste sans papiers uit de Derde Wereld zal dat te hoog zijn.

Zonder goed verhaal rest hen niets anders dan een sprookje, het sprookje van een gekke koningin.