Het gelijk van James Mellaart; INZICHT IN BOUWGESCHIEDENIS VAN CATAL HUYUK GROEIT

Er zat een luchtje aan de Britse archeoloog James Mellaart. Toen hij veertig jaar geleden bij het Turkse Catal Huyuk volgens zijn zeggen `neolithische gebouwen' aantrof, werd hij dan ook nauwelijks geloofd. Ten onrechte.

ENKELE TIENTALLEN kilometers ten zuiden van de Turkse provinciehoofdstad Konya ligt het plaatsje Catal Huyuk. Iets voorbij de laatste huizen van het dorp tekenen twee onnatuurlijke heuvels zich duidelijk af in het vlakke landschap. Aan de voet van de grootste van de twee bevinden zich de gebouwen van het `International Catal Huyuk Archeological Project'.

Tot eind jaren vijftig was Catal Huyuk een stipje op de kaart. In een Duits reisverslag uit die tijd werden de overblijfselen nog omschreven als `Onbetekenende restanten van een vermoedelijk laat-Romeinse nederzetting'. Des te groter was de verbazing van de Engelse archeoloog James Mellaart toen hij, tijdens een bezoek aan deze plek in de winter van 1958/59, ontdekte dat de restanten van de gebouwen die hij boven het maaiveld zag uitsteken onmiskenbaar neolithisch van oorsprong waren. ``Zelden heb ik zo'n gevoel van sensatie gekend', noteerde Mellaart in zijn verslag. ``Overal waar ik keek zag ik duidelijk de contouren van gebouwen en het terrein was bezaaid met scherven die ik onmiddellijk herkende als neolithisch. Toen ik met een schep op een willekeurige plek 15 centimeter aarde verwijderde, zag ik direct prachtige grote tichelstenen. Op die geringe diepte waren de sporen van wandversiering al onmiskenbaar aanwezig.' Het duurde tot 1961 voordat Mellaart toestemming kreeg voor een volledige opgraving. Tussen 1961 en 1963 legde hij een stukje van het noordelijk deel van de grote heuvel bloot.

``De drie campagnes van Mellaart hebben de archeologische wereld daarna dertig jaar beziggehouden', zegt Ian Hodder, de huidige directeur van het Catal Huyuk project. Als student volgde hij al ademloos de colleges van James Mellaart over Catal Huyuk.

``Mellaarts vondsten waren zo spectaculair dat ze vanaf het begin vragen opriepen. De gegevens uit die periode, rond 7.000 v.Chr., waren so wie so vrij beperkt, maar het beeld dat uit zijn opgraving naar voren kwam was zo nieuw, zo fascinerend, dat velen het weigerden te geloven. En hoewel Mellaart zijn werk zorgvuldig documenteerde, werd hem verweten dat hij bij zijn reconstructie veel te speculatief te werk ging, vooral zijn tekeningen en maquettes stuitten op heftige kritiek.

Al eerder was Mellaart en dat was waarschijnlijk de achtergrond van de kritiek, van oplichting beschuldigd. In 1958 publiceerde hij in de London Ilustrated News een opzienbarend artikel. Daarin beschreef hij een aantal zeer bijzondere en kostbare voorwerpen. Die maakten deel uit, zo schreef hij, van een verzameling van meer dan vierhonderd gouden en bronzen voorwerpen die een onbekende dame hem had laten zien. Hij had deze dame tijdens een treinrit ontmoet. De voorwerpen waren volgens Mellaart ontegenzeggelijk afkomstig uit een koningsgraf in Noord-Turkije, de ouderdom schatte hij op vierduizend jaar. Een naar aanleiding hiervan ingesteld onderzoek door de Turkse politie - vermoed werd dat het om een illegale opgraving ging - leverde echter geen strafbare feiten op. Toen later echter op de internationale kunstmarkt stukken werden aangeboden, vermoedelijk afkomstig uit de verzameling, staken de geruchten over Mellaarts dubieuze handelwijze opnieuw de kop op. Malafide handelaren beriepen zich naar aanleiding van Mellaarts publicatie op de authenticiteit van de voorwerpen, die op de zwarte markt in waarde waren gestegen.

Mellaart meende dat Catal Huyuk was geconstrueerd volgens een duidelijk vooropgezet plan.

Alle woningen, gebouwd van mooie tichelstenen waren van binnen gepleisterd. Een aantal zalen bevatte grote gemetselde platforms waaronder zich graven bevonden. Het aardewerk en de benen en stenen voorwerpen kenmerkten zich door een ongekend hoge kwaliteit. Maar het spectaculairst waren de wandschilderingen en de gemetselde stierenkoppen, bijna 20 procent van alle opgegraven kamers bevatte een of beide elementen. De meerkleurige fresco's waarin rood overheerste vertoonden een grote varieteit: jacht op herten, stieren en panters scenes met dansende mannen en van gemaskerde mensen. In enkele ruimtes waren meer afbeeldingen over elkaar heen geschilderd. ``Alsof men', zoals Mellaart schreef, ``bij een nieuw gebruik van de ruimte een nieuwe afbeelding aanbracht'.

De stierenkoppen - sommige hadden hoorns met een `spanwijdte' van ruim een meter - waren gemaakt van leem en op de muur bevestigd. Net als de muren waren ze gepleisterd. In dezelfde ruimtes werd een groot aantal beelden van rondborstige vrouwen aangetroffen, enkele van hen duidelijk zwanger. Dat wees volgens Mellaart allemaal op een religieus gebruik van de ruimtes. In de rituelen die er werden opgevoerd stonden de jacht en vruchtbaarheid blijkbaar centraal. In zijn opgravingsrapporten en in zijn beroemde boek Catal Huyuk, a neolithic town in Anatolia uit 1967 schetst de Britse archeoloog een beeld van een complexe samenleving, geavanceerder dan men eerder had aangenomen. Hodder: ``De tekeningen van wat hij heiligdommen noemde en de nadruk die hij op de religie van deze samenleving legde was voor veel archeologen nauwelijks acceptabel.'

Mellaarts vermeende onbetrouwbaarheid heeft lang nagewerkt. In 1963 besloot de Turkse overheid zijn vergunning voor de opgraving niet te verlengen, twee jaar later werd hij zelfs tot persona non grata verklaard.

Met het gevolg dat in het Nationaal Museum in Ankara een reconstructie is te zien van een van de heiligdommen van Catal Huyuk, inclusief altaren en met stierenkoppen en fresco's langs de wanden - alles precies volgens de tekeningen en ideeen van Mellaart, maar zonder dat zijn naam ergens staat vermeld.

Na Mellaarts laatste opgraving werd de site dichtgestort en trad dertig jaar stilte in. ``Pas na veel discussies met de Turkse overheid zijn we vier jaar geleden weer begonnen', zegt Hodder. Zijn team begon met het heropgraven van de delen die Mellaart al `gedaan' had. ``Wij hebben daarvan nu een redelijk beeld en onze conclusie is, zonder enig voorbehoud, dat Mellaart niets heeft vervalst. Zijn conclusies waren, gezien de korte tijd die hij had en gelet op de manier waarop hij moest werken, zeer gedegen. Ook zijn reconstructietekeningen blijken zeer correct.'

De medewerkers van het Catal Huyuk project onderzoeken elke vierkante centimeter met de grootste precisie. Hodder: ``We werken erg langzaam, maar het levert veel detailkennis op. Zo hebben wij ontdekt dat de huizen van Catal Huyuk niet, zoals ook Mellaart nog meende, na een bepaalde periode instortten of verlaten werden waarna dan op de restanten nieuwe huizen werden gebouwd. Na nauwkeurige analyse zijn we tot de conclusie gekomen dat de vulling van oude woningen bestond uit materiaal van een zeer fijne structuur en nauwelijks oud bouwmateriaal bevatte. Nog verrassender was dat grondmonsters aantoonden dat het materiaal van elders moet zijn aangevoerd. Conclusie: de huizen werden na een bepaalde periode afgebroken, met speciaal aangevoerd zand en leem opgevuld, waarna er keurig een nieuw huis bovenop werd gebouwd.

Microscopisch onderzoek heeft aangetoond dat het pleisterwerk was opgebouwd uit tientallen dunne laagjes. Het interieur van de woningen werd dus op gezette tijden gepleisterd, vermoedelijk zelfs elk jaar. Gemiddeld bestond zo'n pleisterlaag uit veertig tot zestig dunne lagen, met een enkele uitschieter van tachtig. Blijkbaar was de levensduur van een woning veertig tot zestig jaar.'

Bij de opgravingen is al een aantal mooie voorwerpen van obsidiaan aangetroffen en ook een tweetal graven met bijgiften. Die liggen nu nog goed ingepakt tussen watten te wachten op transport naar de musea van Ankara of Konya. In een van de opgravingsputten zijn zojuist de sporen van nieuwe wandschilderingen blootgelegd. In rood tekenen zich vaag de contouren van een dier af. Misschien een hert? Spectaculair zijn ook de restanten van een enorme gemetselde stierenkop die op de vloer van een kamer ligt. Hodder: ``Voor het publiek zijn de fresco's en de stierenkoppen het interessantst, maar het gaat ons vooral om een gedetailleerd inzicht in de ontwikkeling van een vroeg neolithische nederzetting. Sommige woningen kennen we zo goed dat we van alle stadia ervan een betrouwbare reconstructie kunnen maken. Zo weten we nu dat de toegang van de huizen in Catal Huyuk via het dak verliep. Geen enkel huis had een entree op de begane grond. Mellaart vermoedde dat al, maar wij kunnen het nu met zekerheid zeggen.'