Genootschap

Sinds het Republikeins Genootschap werd opgericht in september 1996 is in de Nederlandse pers gediscussieerd over de republikeinse staatsvorm. Talloze argumenten voor en tegen de monarchie zijn te berde gebracht en besproken. Harry van Wijnen, die zich al eerder had ingedekt door zich een republikein te noemen die `geen traan zal laten als de monarchie overeind zal blijven', mengt zich nu in het debat, zij het met een wat rommelig stukje (NRC Handelsblad, 20 oktober).

Het Genootschap is niet opgericht door Martin van Amerongen; de uitnodigingen voor de oprichtingsvergadering zijn van mij uitgegaan mede namens Roelof Nelissen en Sjeng Kremers. Dat staat ook in het boek De Republiek der Nederlanden, dat Van Wijnen `bespreekt'. Hij heeft het kennelijk niet goed gelezen. Roelof Nelissen is niet `uitgerekend de enige republikein van het gezelschap die in het openbaar nog nooit zijn mond over de Republiek heeft opengedaan'. In feite is slechts een kleine minderheid van de leden ooit naar buiten getreden.

Van Wijnen schrijft dat de opstellen in het besproken boek over de republiek getuigen van `zendingsijver' en `passie', dat een van de schrijvers `fulmineert' tegen het geheim van Huis ten Bosch, dat zij zich bedienen van cliches en amateuristische middelen. Nadat hij de republikeinse schrijvers, zonder overigens een voorbeeld te noemen zo heeft neergezet, adviseert deze salonrepublikein het Genootschap `een zwaardere wapenrusting' aan te trekken, `zwaardere getuigen te laten aantreden' en `professionele hulp te zoeken'.

Laten wij proberen van gedachten te wisselen zonder dergelijke demagogische trucs. Het Republikeins Genootschap wilde de discussie over de vraag: monarchie of republiek nieuw leven in blazen - meer niet. Van Wijnen schrijft zelf dat dit streven serieus moet worden genomen. Het belang ervan werd aanvankelijk niet door de media onderkend schrijft hij, maar dat is nu wel het geval. Hij heeft de afgelopen twee jaar zijn kranten blijkbaar met hetzelfde luie oog gelezen als waarmee hij de nu besproken bundel heeft doorgebladerd. Maar goed, hij schrijft dat onze opzet is geslaagd.

Het Republikeins Genootschap heeft dan ook geen enkele behoefte zich door Van Wijnen te laten vertellen wat het nog meer zou moeten doen.

De leden ervan zijn het met hem eens dat `de monarchie strijdig is met de beginselen van de democratie: gelijkheid doorzichtigheid en verantwoordelijkheid'. Dat is afdoende. Zwaardere argumenten tegen de monarchie bestaan niet. Voor het handhaven van de monarchie zouden `sterke', `zware', 'afdoende' en `professionele' argumeten te berde moeten worden gebracht. In plaats daarvan horen wij ook uit de mond van Van Wijnen, steeds dezelfde emotionele cliches.

Natuurlijk weet elke republikein dat de huidige staatsvorm niet op korte termijn zal veranderen en geen van hen voelt de aanvechting daar met `passie' en `zendingsijver' iets aan te doen. In tegenstelling tot wat Van Wijnen schrijft, zal de republiek er vanzelf komen, ongetwijfeld langs constitutionele weg.