GEN DAT FANCONIANEMIE VEROORZAAKT HOORT BIJ DNA-REPARATIESYSTEEM

Met de ontdekking van het FANCG-gen heeft een onderzoeksgroep aan de VU in Amsterdam voor het eerst een mogelijk verband aangetoond tussen het onbekende cellulaire proces dat bij mensen tot Fanconi anemie leidt en natuurlijke DNA-reparatiesystemen die cellen in leven houden en kanker voorkomen.

Fanconi anemie (FA) is een zeldzame erfelijke ziekte met meestal een fatale afloop voor het twintigste levensjaar. FA-patienten kunnen vele symptomen hebben, zoals afwijkingen aan de geslachtsorganen met onvruchtbaarheid als gevolg, skeletafwijkingen, plaatselijk sterke pigmentatie van de huid en met name een sterk verhoogd risico op kanker (leukemieen) en ernstige stoornissen van het beenmerg. Een definitieve diagnose kan echter pas gesteld worden na chromosoomanalyse, vanwege de karakteristieke breuken die zijn waar te nemen in het erfelijk materiaal. Op grond hiervan wordt Fanconi anemie ingedeeld onder de chromosomal breakage syndromes.

Er zijn mogelijk acht verschillende genen betrokken bij het ontstaan van Fanconi anemie. Een beschadiging in beide kopien van een van de genen leidt tot de ziekte. Het FANCC-gen werd in 1992 als eerste geidentificeerd, gevolgd door FANCA, dat het defecte gen is in verreweg de grootste groep patienten. FANCA was het eerste Fanconi-gen dat de VU-antropogenetici onder leiding van dr.H. Joenje vonden. Wat de functie is van die beide eerstgevonden genen was na zes jaar nog steeds onduidelijk. De ontdekking van het FANCG-gen, ook door de groep van Joenje, geeft nu het eerste aanknopingspunt voor een functie. Een speurtocht door de genenbanken naar genen met gelijke volgorden leverde een identiek gen op: XRCC9. Dat speelt vermoedelijk een rol bij het herkennen van fouten die er in het DNA ontstaan na het kopieren ervan. Het cellulaire DNA wordt voor een celdeling verdubbeld en daarbij gaat wel eens iets mis: soms wordt er erfelijke informatie overgeslagen of fout gekopieerd. Naast deze natuurlijke manier waarop fouten in het DNA ontstaan, kunnen ook chemische stoffen, straling en biologische afvalproducten zoals zuurstofradicalen het DNA aantasten.

Gelukkig wordt verreweg de meeste schade hersteld door speciale reparatiesystemen in de cel. De weinige fouten die onopgemerkt blijven zijn voor het merendeel ongevaarlijk, maar soms gebeurt het dat er genen beschadigd blijven die een remmende invloed hebben op de celdeling. In zo'n geval kan er kanker ontstaan.

De VU-onderzoekers wijzen in hun artikel in Nature Genetics (nov.) op een mogelijk verband tussen DNA-reparatie en Fanconi anemie. Met name het hoge risico op tumoren, maar ook de onderontwikkelde geslachtskenmerken van FA-patienten en de hoge concentratie van FANCG in de testes wijzen in die richting, aangezien juist in de geslachtsorganen veel DNA gekopieerd wordt en daar dus veel reparatiesystemen actief zijn. Hoewel de exacte functie van het FANCG-gen vooralsnog onduidelijk blijft, is er nu een duidelijk verband aangetoond tussen het nog onbekende proces dat defect is bij FA-patienten en een cellulair DNA-reparatiesysteem, hetgeen het ziektebeeld van Fanconi anemie voor een belangrijk deel verklaart.