Geloof gaat voor de rede. Fides et fides; De paus bepaalt wat katholiek is

Paus Johannes Paulus II had misschien in de zestiende eeuw voor een verlichte geest kunnen doorgaan. Met zijn roep om verzoening tussen geloof en ratio is hij een profeet van een voorbije tijd. Voor de protestantse historicus A.Th. van Deursen is de nieuwste encycliek uit Rome een oproep tot het onmogelijke. Menselijke grandeur zal nooit te vinden zijn in autonomie Wetenschap die geen waarheid meer zoekt, is afgedaald naar de status van tijdverdrijf

Sommige politieke leiders danken hun succes vooral aan de prettige indruk die hun persoon bij de kijkers achterlaat. Wat ze eigenlijk van plan zijn te doen kan niemand zeggen, maar dat maakt kiezers weinig uit. Verscheidene Europese staten worden geregeerd door politici van dat type. Het zijn mannen met veel vrienden en heel weinig vijanden. In beginsel zouden het ook vrouwen kunnen zijn, maar ik ken daar geen voorbeeld van. Wel zijn vrouwen goed vertegenwoordigd in een tegenovergestelde groep van politieke prominenten, die hun kracht zoeken in de duidelijkheid. Wie zou dan immers niet allereerst denken aan Margaret Thatcher? Zo'n gedreven propagandist van het ene antwoord op alle vragen kan best veel vrienden hebben, maar houdt er zeker een massa vijanden op na.

De huidige paus lijkt het beste te passen in groep twee. Ondanks zijn passie voor publiek optreden is hij niet in de eerste plaats een presentator. Hij moet het hebben van de boodschap, en heeft aan vijanden dan ook geen gebrek. Zijn uitspraken wekken regelmatig zoveel ergernis en onbegrip, dat tegen hem in het prikkelbare Nederland allang een aanklacht wegens belediging zou zijn ingediend. De bezwaren zijn altijd tot een punt te herleiden: deze paus is katholiek.

In dat woord katholiek leg ik dan geen waardeoordeel. Ik vat het op in zuiver beschrijvende zin. Stel je een lijst op van alle leerstukken en rituelen die van ouds kenmerkend waren voor de rooms-katholieke kerk, dan heb je tegelijk het profiel van de paus geschetst. Johannes Paulus II is de belichaming van de katholieke traditie. Op het zestiende-eeuwse concilie van Trente had hij misschien nog de aandacht getrokken als een verlichte geest, maar op het Vaticaans concilie van 1870 al niet meer.

Je kunt niet roomser zijn dan deze paus.

Natuurlijk kun je kiezen voor een andere definitie. Je kunt bijvoorbeeld zeggen: katholiek noemen we iedereen die binnen de gemeenschap van die kerk is geboren. Al gelooft hij in niets anders dan de vrije markt, zijn herkomst stempelt hem tot katholiek, en als zodanig heeft hij even veel recht van spreken als de paus. Maar dan heb je wel het begrip katholiek fundamenteel veranderd. Het kenmerk van de rooms-katholieke kerk is nu eenmaal, dat ze geen gemeenschap is van gelijkberechtigden. Je kunt binnen die kerk naar verandering streven, om de hierarchische structuur te vervangen door een democratische. Maar je kans van slagen zal afhankelijk zijn van de welwillendheid waarmee de hierarchie je voorstellen tegemoettreedt. Uiteindelijk is het de paus die beslist wat katholiek is. Binnen zijn organisatie hoort hij het laatste woord te hebben.

Met zulke voorstellingen en verwachtingen ben ik de encycliek Fides et Ratio gaan lezen. Je denkt dus dat het stuk ten eerste traditioneel zal zijn, en ten tweede autoritair. Klopt het allebei? Ik zou zeggen van niet, maar misschien komt mij dat slechts zo voor omdat ik te weinig bekend ben met twintigste-eeuwse encyclieken. Maar hier wordt toch in elk geval een andere taal gesproken dan in Exsurge Domine tegen Luther, Unigenitus tegen de jansenisten, of Quanta Cura tegen liberalisme en socialisme. Hier geen wilde zwijnen die de wijngaard dreigen te verwoesten, zoals bij Luther; geen valse profeten in schaapskleren, als in Unigenitus; geen monsterlijke dwalingen gevaarlijk als de pest, volgens de waarschuwing van Pius IX in Quanta Cura.

Daarbij vergeleken is de toon van Fides et Ratio gematigd en ingehouden.

“Het is te hopen dat theologen en filosofen zich zullen laten leiden door het gezag van de waarheid alleen.' Je hoeft niet onfeilbaar te zijn om deze gedachte energieker te formuleren. De naieve lezer denkt dat hij hier voor een open deur staat. Waarom zouden we ons enkel met hoop tevreden stellen? Wetenschap verliest toch elke betekenis als ze een andere autoriteit dan de waarheid accepteert. Misschien ontdekken we nog waarom de paus het zo omzichtig zegt. We letten eerst op het andere verwachte kenmerk, de aansluiting bij de traditie.

Die is inderdaad wel duidelijk zichtbaar. Tal van keren wordt verwezen naar de patres en de doctores, van Origenes en Augustinus tot Thomas en Albertus Magnus. Aan Oudheid en Middeleeuwen wordt ten volle recht gedaan. Daarna heeft de theologie niet veel meer opgeleverd. De jongste auteur die geciteerd wordt is de in 1662 gestorven Blaise Pascal, als we tenminste de opeenvolgende pausen niet meerekenen. Citaten uit negentiende- en twintigste-eeuwse teksten zijn zonder uitzondering afkomstig uit encyclieken van Johannes Paulus en zijn voorgangers.

Al die verwijzingen naar het verleden zijn geen gratuite opschik, zoals vroeger de citaten van Lenin en Marx, waarmee Oost-Europese geleerden hun publicaties plachten te openen. De bedoeling is ons de spiegel van het verleden voor te houden tot onze lering, opdat wij zullen leven uit de schat der eeuwen. Wat de paus in Fides et Ratio wil zeggen is dat wetenschap zich slecht kwijt van haar plicht. Dat betreft dan in het bijzonder de filosofie, en in mindere mate de theologie.

Geloof en rede, zo begint de encycliek, zijn als twee vleugels waarop de menselijke geest zich verheft tot beschouwing van de waarheid.

In het menselijk hart ligt het verlangen naar de waarheid. Wij willen onszelf leren kennen en vragen daarom: wie ben ik? Waar kom ik vandaan en waar ga ik heen? Waarom bestaat het kwade in deze wereld? Is er een leven na de dood? Dat zijn de vragen waarop de filosofie antwoord zoekt, en dat maakt haar tot een van de edelste taken die het mensdom zich gesteld heeft. Maar dan moet de filosofie wel aan twee voorwaarden voldoen.

Ten eerste moet zij zich bewust zijn van haar relatie tot de theologie. De aanvangszin van de encycliek geeft inderdaad het grondthema aan. Om te vliegen heb je twee vleugels nodig. Geloof ontvangt waarheid in de openbaring Gods, zoals die tot ons komt in heilige schrift en heilige traditie. Filosofie is het domein van de rede, maar zij kan de openbaring slechts tot haar schade verwaarlozen. We verstaan de encycliek niet verkeerd, als we zeggen: onze dorst naar waarheid zal nooit gelest worden indien we weigeren te drinken uit de bronnen van de geopenbaarde waarheid.

Ten tweede moet het de filosofie ook om die waarheid te doen zijn. We willen immers vliegen ons boven het aardse gewemel verheffen zodat we meer kunnen zien. Het is niet genoeg interessante vragen te stellen. Het komt op de kwaliteit van de antwoorden aan: ze moeten waar zijn. Slechts dan zullen we in staat zijn algemeen geldige uitspraken te doen over goed en kwaad, leven en dood, herkomst en bestemming van de mens. Zouden die uitspraken niet in waarheid geworteld zijn, dan missen ze elke wezenlijke betekenis.

Op beide punten schiet filosofie thans tekort. De wetenschap van de Ratio schijnt te vergeten, dat zij op de hoogste waarheid gericht moet zijn. De moderne filosofie heeft dat doel prijs gegeven.

Zij legt liever de nadruk op het menselijk onvermogen, de waarheid te kennen. Pluralisme viert hoogtij, ieders mening is evenveel waard als die van de ander, alles wordt een kwestie van opinie. Jij ziet het zus, ik zie het zo, en wie zal ons zeggen wat waar is? “Er is een wijdverbreid wantrouwen tegen absolute, algemene uitspraken, vooral bij hen die denken dat waarheid wordt geboren uit consensus, en niet uit de overeenstemming tussen het intellect en de objectieve werkelijkheid.'

Het geweten beschikt dan niet meer over een algemene norm, waaraan het goed en kwaad kan afmeten. Het gaat dan een nieuwe maatstaf zoeken in zichzelf, in eigen lust en begeerte. Het geweten wordt autonoom, en leeft naar zijn eigen waarheid. Dat brengt de kwaliteit van het menselijk bestaan ernstig in gevaar. Wie de erkenning van een objectieve waarheid prijsgeeft, verlaat de grond waarop menselijke waardigheid kan gedijen. Menselijke grandeur zal nooit te vinden zijn in autonomie. Wij vinden onze vervulling alleen in de waarheid, die haar huis heeft gebouwd in de schaduw van de goddelijke Wijsheid. Die weg zal de filosofie ons moeten wijzen. “Door de bemiddeling van een filosofie, die tevens ware wijsheid is, zullen mensen in onze tijd gaan beseffen dat hun menselijkheid meer wordt bevestigd naarmate zij zich meer toevertrouwen aan het evangelie, en zich openstellen voor Christus.'

Nu ben ik noch filosoof, noch katholiek en dus dubbel onbevoegd. Maar onder het lezen voel ik twijfel opkomen of de filosofie hier niet wordt overvraagd. De bedoelde wetenschap kan de verlangde bemiddeling toch pas verlenen, als haar beoefenaars zich eerst hebben bekeerd. Maar dat weet de paus natuurlijk ook.

We zullen het dus wel zo moeten zien, dat hiermee de eerste stap op een lange weg wordt aangegeven. De encycliek richt zich tot de bisschoppen, dat wil zeggen tot hen die verantwoordelijkheid dragen voor de priesteropleiding. Daar zullen dan filosofen moeten meewerken, die deze waarheid kennen. De aldus opgeleide priesters zullen dan toegerust zijn om de boodschap door te geven aan het hele kerkvolk, want daar zal de boodschap uiteindelijk moeten landen. Vandaar dat ergens aan het einde van de encycliek de catechese opduikt.

Niet bekend

En waarom zou Ratio luisteren? De gelovige hoeft niet meer overtuigd te worden dat hij bij het zoeken naar de hoogste waarheid zonder Fides niet goed terechtkomt. De ongelovige zal die relatie juist als irrationeel beschouwen. De encycliek probeert hem voor zich te winnen en dat zal de reden zijn waarom een zo behoedzame toonzetting gekozen is. Onbelangrijk is het ook niet, de bedoelde filosofen tot andere gedachten te brengen. Wetenschap die geen waarheid meer zoekt is afgedaald naar de status van tijdverdrijf. De wil van de meerderheid is geen bruikbare vervanging.

Dat is een boodschap die we kennen uit de encycliek Veritatis Splendor, van vijf jaar geleden.

Ze zal vooral hen aanspreken die met de paus geloven dat waarheid onafhankelijk is van consensus tussen mensen, of het nu filosofen of politici zijn. Die opvatting is niet populair, en ze zal het door Fides et Ratio ook wel niet worden. Zolang echter het woord katholiek zijn van ouds gangbare betekenis behoudt, zullen pausen zo moeten spreken als deze encycliek gedaan heeft.