Geld is hier niks

Las Vegas is allang geen gangsterstad meer. De voormalige poel des verderfs is pret voor de hele familie. Om geld draait het natuurlijk nog wel: duizenden slotmachines beloven megabucks en slokken miljoenen dollars op.`Geld is hier alles en tegelijk ook helemaal niets.'

In Nederland gok ik eigenlijk nooit. De Nederlandse casino's hebben iets armoedigs. Je moet zelfs betalen om de Nederlandse casino's binnen te mogen. Met andere woorden: je moet in Nederland betalen om je geld te mogen inleveren. In Las Vegas daarentegen proberen de casino's van alles om je naar binnen te lokken en daar te houden. Buiten ligt de woestijn. Het is er vijftig graden in de zon. Een comfortabele roltrap, voorzien van airconditioning, voert naar binnen. Straks zal de bezoeker bemerken dat er geen roltrap naar buiten gaat. Naar buiten moet men lopen, dat zijn de regels van het casino.

Behalve de toegang zijn ook de drankjes aan de blackjacktafels gratis, al wordt het op prijs gesteld de dienster een fooi te geven. Een luxueuze tweepersoonskamer in een hotel is hier niet duur. Een kamer waar men in New York 350 dollar per nacht voor moet neertellen, kost hier 39 dollar. Een suite: 49 dollar.

Blijf binnen, zegt het casino in Las Vegas, hoe kunnen wij het u naar de zin maken? Met een all you-can-eat-buffet: soep, gerookte zalm, kaviaar, krab, twintig soorten vlees, dertig soorten groenten, vijftien verschillende toetjes en een aparte afdeling met kosjer eten, want de joden uit New York vormen een belangrijke doelgroep. In de Mirage, een van de chicste hotels van Las Vegas, was de prijs van dit buffet: $9,95. Hier zegeviert de begeerte en de hebzucht. Het lijkt wel of men hier wat moet goed maken van de verliezen aan de speeltafels. Borden met bergen voedsel gaan voorbij. Mensen waggelen na afloop bijna kokhalzend van het overgewicht naar de wc. De casino's vinden dit prachtig. Zolang je niet buiten bent, ben je binnen. En binnen staan de slotmachines en speeltafels. En daar grijpen ze je. Dag en nacht, 24 uur lang. Wie in Las Vegas casino's zegt, zegt hotels. En wie hotels zegt, zegt resorts. De hotels in Las Vegas zijn geen hotels in de conventionele zin, het zijn multifunctionele pretparken met één thema: gokken. Zestien van de twintig grootste hotels ter wereld staan in Las Vegas. De MGM Grand is met 5.005 kamers nummer één, gevolgd door het aan de overkant liggende Luxor, een gigantische piramide van glas met 4.474 kamers en 39.000 ramen.

's Avonds wandel ik over Las Vegas Boulevard, bijgenaamd The Strip. Niet ver voorbij de MGM Grand doemt een spookachtig staketsel op dat in de schijnwerpers staat. Drie jaar geleden, laatste keer dat ik hier was, stond hier nog een groot hotel. De Aladdin. Ondanks het late tijdstip zijn er nog allerlei bouwactiviteiten aan de gang.

Het is met tussenpozen dat ik Las Vegas bezoek, mij telkens vergapend aan het enorme tempo waarmee de stad van uiterlijk verandert, maar dit keer moet ik aan het Mercatorplein denken. Aan het Mercatorplein in Amsterdam. Vijf jaar heeft het stadsdeel De Baarsjes er over gedaan om elf honderd woningen en een torentje te renoveren, maar toen de koningin der Nederlanden eindelijk het plein mocht komen openen, was het project — o blamage! — nog niet klaar. Zou in Las Vegas eenvoudig niet gebeuren. Aannemers zouden voor miljoenen worden gesued en de politiek verantwoordelijken zouden worden gelynched.

Op 27 april van dit jaar is de Aladdin opgeblazen. Alleen een pilaar met daarop — in neonlicht — de wonderlamp heeft men laten staan. Op deze plek wordt een nieuw resort gebouwd: 2.600 hotelkamers, vier casino's, theaters, zwembaden, winkelgalerijen, dat alles opgetrokken in een Arabische stijl, althans in een stijl die de doorsnee-Amerikaan doet denken aan Duizend en één Nacht. Kosten van de nieuwe Aladdin: 250 miljoen dollar.

In 1967, toen de Aladdin gebouwd werd, was Vegas nog geen gerespecteerde stad waar de Amerikaan met zijn familie op vakantie ging. Het was een gedoogde poel des verderfs. Het Aladdin-hotel groeide uit tot een plaats met zijn eigen legenden. Elvis Presley trouwde hier en het was ook in de Aladdin — wij schrijven het jaar 1978 — dat voor de eerste keer in de geschiedenis van de mensheid een slotmachine meer dan een miljoen dollar uitbraakte. Volgens ooggetuigen was er toen sprake van een wereldwonder, waarbij de zilveren dollars minuten lang op de grond klaterden.

Ik logeer deze keer aan de overkant, in de New Fronteer, een naar Vegasiaanse begrippen klein hotel met slechts duizend kamers. Aan een van de slotmachines van de New Fronteer staat een man. Twee slangetjes lopen van zijn neusgaten naar een beademingsmachine, maar dat verhindert hem niet om aan de arm te trekken. Een verpleegster kijkt vertederd toe. Dan klinkt in de hoek van de zaal een scherp gegil. Een vrouw heeft de jackpot geraakt. De stalen bak onderaan de slotmachine klettert vol met zilveren dollars en even later klettert het er ook omheen. Een geldwagentje van het hotel komt aangereden en de vrouw krijgt cassettes toegereikt, waarin zij haar dollars keurig op rijtjes kan zetten. Verder durft niemand in haar buurt te komen.

Stalen gezicht

Dit is de vijfde keer dat ik in Las Vegas ben, maar ik geloof dat ik dit keer een fout heb gemaakt: ik heb mijn vrouw meegenomen. Mijn vrouw ziet niets in het gokken. Ze begrijpt niet wat mij hier aantrekt. Zij beschouwt de hele stad als een aburdistisch pretpark van geldverspilling. Ze begrijpt niet dat geld hier alles is en tegelijk ook helemaal niets. Ze begrijpt niet dat je 's ochtends trillend van de zenuwen honderd dollar in kunt zetten en dat datzelfde fiche van honderd dollar na een paar uur spelen helemaal niets meer voor je betekent. Een stukje plastic, wat maakt het uit, weg ermee. Ze begrijpt niet dat ik mijn honorarium voor een stukje, waarop ik soms dagen heel hard heb zitten ploeteren, in één klap op de speeltafel kan leggen en dat ik dan met een stalen gezicht reageer als het even later wordt weggeharkt.

Stom. Wat is de lol daarvan?

In Nederland weerhouden de terugkerende belastingaanslagen mij er van met geld te smijten. Maar hier in Las Vegas heerst een soort vrijheid. De vrijheid om met je geld te kunnen doen wat jij wilt. In de gracht gooien, een sigaar ermee aansteken, je kont ermee afvegen. Gokken. Adem halen. Hier in de stad waar alles draait om geld, krijg je eindelijk het bevrijdende gevoel dat geld je helemaal geen zak kan schelen.

Wij zitten op twee krukjes en in deze immense zaal van slotmachines staan voor ons twee apparaten met een beeldscherm. Dit is videopoker, leg ik mijn vrouw uit. Heel simpel, kijk maar, je hebt poker, royal flush, flush, four of kind, full house, three of kind. Heb je een quarter? Zie je, die azen moet je laten staan. Na een paar keer is het lot ons goed gezind. Er rollen 64 quarters uit het apparaat.

,,Hé, dat is leuk', zegt mijn vrouw. Even later ben ik al op weg naar de cashier. Ik wissel dertig dollar in quarters, die ik in een plastic emmertje meekrijg. ,,Weet je wat', zegt mijn vrouw, ,,ik speel hier wat videopoker, dan kun jij gaan blackjacken. Dat vind je toch zo leuk. Nou, tot straks.' En zij is verdwenen tussen de machines.

Schaken is het spel van het verstand, van de berekening. Gokken is het spel van het blinde toeval, van het geluk. Onzin. Als twee schakers ongeveer even goed zijn, wordt de geluksfactor steeds groter. Daarentegen liggen aan roulette en blackjack allerlei statistische principes ten grondslag, zodat zij in zekere zin voorspelbare uitkomsten geven.

Verderop neem ik plaats aan de blackjacktafel. Eigenlijk is blackjack een saai, mechanisch spel. Alle beslissingen liggen statistisch vast, tenminste als je het basissysteem speelt, waarvan is uitgerekend dat de kansen van de bank en van de speler ongeveer even groot zijn. Toch is blackjack zowel bij het publiek als bij het casino het populairste spel.

Het publiek houdt van blackjack omdat het publiek zo dom is te denken dat het een geluksspel is. Het publiek is te lui om de simpele boekjes te lezen waarin wordt uitgelegd hoe je blackjack moet spelen. Daarom komt uit de jaarlijkse gokomzet van 35 miljard dollar het grootste deel van de winst niet uit roulette, craps, baccara of de slotmachines, maar uit blackjack.

Omdat blackjack zo'n saai spel is dat je het nooit zou spelen als er geen geld mee gemoeid zou zijn, proberen de casino's het blackjack op allerlei manieren aantrekkelijker te maken. De echt goede spelers, de tellers, worden meestal snel ontdekt en dan vriendelijk verzocht om het casino te verlaten. Dat is onrechtvaardig, maar volgens de wet heeft het casino daar het recht toe.

Een paar jaar geleden overkwam mij het volgende. Ik zat aan de blackjacktafel, misschien iets te opzichtig de kaarten te tellen. Ik speelde goed, ik bedoel, ik had nogal wat geluk, en won zo veel dat wij eindelijk die nieuwe keuken konden aanschaffen die wij in al ons burgerdom al jaren begeerden. Als het nog een uurtje zo door zou gaan, ging een tweede huisje in België tot de mogelijkheden behoren. Veel tijd daarvoor had ik echter niet, want de pitboss (de toezichthouder aan de speeltafel) nam de dealster even apart. Toen het spel verder ging, begon die tegen mij te praten. Ze vroeg of ik kinderen had. Ja, een meisje van negen.

- Hoe zou u het vinden als ze al met een jongen zou vrijen?

Hè?

- Wist u dat meisjes van negen al zwanger kunnen worden?

Wat?

- Ja, dat is laatst gebeurd in Mexico.

Shit, de tel kwijt! Opgestaan en de fiches geïncasseerd. Toch voelde ik mij ook een beetje trots dat het casino mij kwijt wilde.

Als ik geen zin meer heb, ga ik naar onze kamer en probeer uit te rekenen hoe vaak je statistisch gezien een kans op blackjack hebt. Ik schat zo'n 1 op de 20 keer. Ook deze variant lijkt mij niet gunstig voor de speler en ik val in slaap.

Juist als de eerste droombeelden zich aan mij opdringen, komt mijn vrouw de kamer binnenstommelen. Ze heeft een leeg emmertje in haar hand. ,,Hadden wij niet zo'n boekje bij ons: How to win at videopoker', vraagt ze.

Kanonschoten

De volgende dag lopen wij over de Strip naar de Flamingo Hilton. Een hotel in Las Vegas moet regelmatig veranderen. Stilstand is verveling en verveling betekent een achteruitgang in de inkomsten. Men zegt dat het verderop gelegen hotel Circus Circus daar onlangs de rekening voor gepresenteerd heeft gekregen. In Circus Circus lopen olifanten rond of scheren trapezewerkers over je hoofd, terwijl je bezig bent de eenarmige bandiet te bewerken. Maar de fut lijkt eruit en het afgelopen jaar bleef een substantieel aantal van de 3.900 kamers leeg. Daarom heeft Glenn Schaeffer, president van de Circus-company, besloten om achter het hotel Mandalay Bay na te bouwen, compleet met zandstranden en palmbomen.

In feite is het de Circus Company geweest, die aan het eind van de jaren zestig in Las Vegas een revolutie teweeg heeft gebracht. Het uitgangspunt was dat een bezoek aan Las Vegas iets moest worden voor het hele gezin. Vader mocht dan aan de speeltafels hangen, er moesten ook voorzieningen komen voor vrouw en kinderen. Circus Circus was al direct een enorm succes, maar het meest doorgevoerd is de filosofie in ExCalibur, dat met zijn 4.032 kamers het grootste familiehotel ter wereld is.

ExCalibur bestaat uit vier torens die in middeleeuwse stijl zijn opgetrokken.Het bedienend personeel loopt er in Ivanhoe-pakjes. Dagelijks wordt er een toernooi gehouden, waar ridders van hun paard worden geworpen. Het was het eerste casino in Amerika waar je in de speelzaal mocht filmen en fotograferen. Gokken is toch niet illegaal, dus waarom geheimzinnig doen over privacy?

De speelzaal, waar de herrie van de slotmachines overdonderend is, heeft de grootte van vier voetbalvelden, maar voor de kinderen ligt het ware paradijs een etage lager. Hier, in deze onafzienbare speel- en automatenhal worden de kinderen van nu klaargestomd tot de gokkers van morgen. Voor één dollar kunnen kinderen er paardenrennen, autoracen, basketballen, met kikkers gooien, virtueel skiën, enzovoort, enzovoort. En met prijzen zijn ze hier beslist niet gierig. Toen ik hier vier jaar geleden was met mijn dochter — u ziet, ik sta op een gedegen opvoeding, een kind moet de wereld zien — was ik gedwongen een aparte koffer te kopen voor alle gewonnen teddyberen.

Visioen

Intussen lopen mijn vrouw en ik over de Strip naar de Flamingo Hilton. In de jaren dertig is het hier begonnen. Toen de staat Nevada in 1931 het gokken wettelijk toestond, was Las Vegas niet meer dan een stoffige straat in de woestijn. Maar in 1941 kreeg Benjamin Siegel een visioen. Op deze plek moest het mooiste hotel komen, dat ooit was gebouwd. Hij zag een oase met palmbomen. Hij zag obers in smoking. Hij zag golfbanen en revuemeisjes. Hij zag de can-can. En bovenal zag hij kluizen vol met geld.

Siegel behoorde tot de joodse mafia. Hij leende een miljoen dollar van mafiabaas Meyer Lanski en begon te bouwen aan The Fabulous Flamingo. In 1946 werd het geopend, maar al tijdens de bouw kwam uit dat hij aan alle kanten was bestolen door zijn eigen medewerkers. Weliswaar slaagde hij erin het hotel na faillissement opnieuw te openen, maar toen had Lanski al besloten dat Siegel te veel loze beloften had gedaan. Op 20 juni 1947 zat Bugsy juist op de sofa toen hij op de klassieke manier werd getroffen door een kogelregen.

Na Bugsy was Gus Greenbaum aan de beurt en daarna Davie Berman, the toughest Jew on earth. Het was nog de tijd dat de mob in Las Vegas openlijk de lakens uitdeelde. Maar na 1951, toen over Las Vegas hoorzittingen werden gehouden en kort daarna de State Gaming Control Board werd opgericht, taande de invloed van de mafia. In de loop der jaren heeft de State Gaming Control Board zich steeds meer ontwikkeld tot het meest gevreesde overheidsinstituut van Las Vegas. Bij geringste verdenking wordt de vergunning afgenomen.

Fraude is, zegt men, nu alleen nog maar een zaak voor de kleintjes. De grote resorts zouden wel krankzinnig zijn om hun vergunning op het spel te zetten, want met eerlijk casinospel is al zoveel geld te verdienen. Je slacht geen kip met gouden eieren. Jaarlijks blijft er voor de gokindustrie tussen de vijf en tien miljard dollar aan nettowinst over. Dat is volgens mijn favoriete boekje Las Vegas Trivia 171 dollar per seconde.

In de Flamingo Hilton zetten wij ons aan de slotmachines. Het meest aantrekkelijke is om op de megabucksmachines te spelen. Door heel Nevada zijn alle megabucks met elkaar verbonden. Sinds Suzanne Henley in april 1997 de jackpot van $12.510.559,20 raakte, is er niet meer uitbetaald. Intussen staat het bedrag weer boven de twaalf miljoen dollar, dus iemand gaat binnenkort het wereldrecord breken.

En waarom zou ik dat niet zijn? Tot mijn verrassing is mijn vrouw het dit keer helemaal eens met mijn zienswijze. ,,Met de mega-bucks kun je aanzienlijk meer verdienen dan met videopoker', zegt ze, ,,wist je trouwens dat je hier op de wc nog mee kan doen aan de keno?' Keno is een soort bingo, maar dan niet met appeltaarten en theedoeken, maar met zeiljachten en Ferrari's.

Intussen staan de megabucks ongeduldig op ons te wachten. Aangezien je de jackpot alleen maar kunt treffen als je met de maximale inzet van drie dollar speelt, wissel ik dertig dollar in grote zilveren munten. De machine zegt hap. En nog een keer hap, haphaphap, en dertig keer hap. Weer niks.

Van oudsher is Las Vegas de stad van de showbizz en het uitgaansleven. Dat daarbij exorbitante gages werden betaald, was meer iets om trots op te zijn. Dolly Parton is lange tijd recordhoudster geweest. In 1981 kreeg zij 350.000 dollar per week voor haar rondborstig optreden in de Riviera, maar in 1994 werd zij weggevaagd door Barbara Streisand die voor twee concerten in de MGM Grand het bedrag van twintig miljoen dollar wist te bedingen.

Helaas is het geen hoogseizoen als wij in Las Vegas zijn en daarom moeten wij ons behelpen met de Four Tops, vier bijna zeventig jaar oude heren uit de grote tijd van de Motown songs.

Met een kleine vier honderd andere fans verzamelen wij ons 'savonds voor het MGM-theater, waar de Four Tops zullen optreden, maar wij hebben pech. Vorig jaar is één van de Four Tops gestorven en het is duidelijk dat een ander lid van de groep het tempo ook niet meer kan volgen, zodat wij eigenlijk naar een optreden van de Two Tops zitten te kijken. Het concert wordt voortijdig afgebroken wegens algemene uitputting van de zangers.

Het is nacht als wij buiten staan. Het is veertig graden. In de verte zien we de Stratosphere Tower, het hoogste hotel/casino van Las Vegas. Bovenop de top, twee honderd meter boven de grond, is een ronddraaiend restaurant gebouwd en daaromheen dendert een achtbaan. Maar niet lang na de opening beleefde de Stratosphere al zijn eerste faillissement.

In de jaren tachtig is Las Vegas langzaam veranderd van een gokstad voor volwassenen tot een pretpark voor het hele gezin, maar misschien is men in die verandering te ver gegaan. Economen voorspellen dat Las Vegas wel eens een rauwe recessie tegemoet zou kunnen gaan. De highrollers uit Japan blijven steeds vaker weg, omdat zij meer genoegen beleven aan een City of Sin dan een goed geordend pretpark. Experts hebben al geroepen dat het roer weer om moet. Nog dit jaar wordt een nieuw hotel geopend met een nieuwe filosofie. Het is de Bellagio, een uit marmer opgetrokken hotel in Italiaanse smaak. Er komt een tentoonstellingsruimte waar Van Goghs, Picasso's en Dali's zullen hangen. Een suite kost er niet 39 dollar, maar gewoon 839 dollar per nacht. De directie heeft expliciet laten weten dat dit geen familiehotel is en dat men het op prijs zou stellen wanneer de toekomstige clièntele de kinderen thuis laat.

Dat is de nieuwe revolutie.

Voor ons zit het er na vijf dagen op. Op het vliegveld staan de slotmachines tot aan de slurf van het vliegtuig. ,,Ik heb nog een paar quarters over', roept mijn vrouw en zij holt terug. Even later stapt ze hijgend aan boord.

,,En', vraag ik.

,,Stom.'