Fidel Castro zal lot Pinochet nooit delen

Augusto Pinochet is voor velen de slechte dictator bij uitstek. Fidel Castro is daarentegen de goede tiran, wiens misdaden zelfs door zijn tegenstanders met de mantel der liefde worden bedekt. Volgens Mario Vargas Llosa zal Castro dan ook nooit het lot van zijn ambtsbroeder beschoren zijn.

Democraten over de hele wereld hebben met gerechte vreugde gereageerd op de aanhouding door Scotland Yard van de Chileense ex-dictator Augusto Pinochet in een Londense kliniek. Die arrestatie volgde na een verzoek van de Spaanse rechters Baltasar Garzon en Manuel Garcia Castellon, die de moord, marteling en verdwijning onderzoeken van meer dan 70 Spaanse staatsburgers tijdens het zeventien jaar durende schrikbewind van Pinochet (1973-1990).

Vanuit juridisch oogpunt verliep de procedure probleemloos: de Spaanse justitie diende een arrestatiebevel in bij haar Britse collega's, die het verzoek inwilligden. De ex-dictator herstellende van een hernia-operatie, werd door de politie van zijn ziekbed gelicht en op de hoogte gesteld van zijn arrestatie. Momenteel verblijft hij in hechtenis in de kliniek, waar hij verhoord zal worden door de onderzoekrechters en waar hij maximaal veertig dagen gevangen kan worden gehouden.

De Britse autoriteiten weigeren de diplomatieke onschendbaarheid van Pinochet te erkennen, die hij als zelfbenoemde senator in het Chileense parlement opeist. Het regeringsstandpunt werd door Peter Mandelson, Labourideoloog en minister van Handel en Industrie in het kabinet Blair als volgt samengevat: “Dat een genadeloze dictator als Pinochet zich meent te kunnen beroepen op zijn diplomatieke immuniteit, daar draait je maag van om.'

Bravo, meneer Mandelson als alle ministers uit democratische regeringen zo dachten als u (en ook naar hun overtuigingen handelden) dan zou de weerzinwekkende soort der dictators weldra met uitsterven worden bedreigd.

Het is echter nog te vroeg om te juichen. De kans dat Pinochet voor een rechtbank komt, en wordt berecht en veroordeeld om de rest van zijn dagen in de gevangenis te slijten, zoals hij verdient, wordt verkleind door druk uit politieke en diplomatieke kringen in Londen, Madrid en Santiago de Chile, waar men naarstig naar formules zoekt om zulks te voorkomen.

Maar er bestaat in de drie direct betrokken landen alsmede in de rest van de wereld tevens een sterke publieke opinie, die zich via mensenrechtenorganisaties en politieke partijen laat gelden, opdat voor een keer in de moderne geschiedenis een dictator terecht staat voor zijn wandaden dankzij de gezamenlijke actie van de democratische regeringen.

Is een betere waarschuwing denkbaar voor de aspirant-dictators waar het in Latijns-Amerika, Afrika, Azie en in bepaalde gebieden van Europa nog steeds van wemelt?

Als de internationale gemeenschap de wil toont om korte metten te maken met de straffeloosheid inzake misdaden tegen de mensheid, en de plegers van die misdaden beseffen dat ze voortdurend moeten vluchten als in het nauw gedreven ratten, op de hielen gezeten door politie en justitie, dan kan dat een krachtig tegengif zijn tegen de derdewereldplaag van militaire coups, opstanden en staatsgrepen. Leven we niet in het tijdperk van de globalisering? Als de grenzen tussen landen verdwijnen ten gunste van een vrij kapitaal- en goederenverkeer, om de jacht op drugshandelaars en grote zwendelaars te vergemakkelijken, waarom wordt er dan niet een vervolging mogelijk gemaakt van diegenen die beestachtige gewelddaden begaan tegen hun eigen volk?

Dat Pinochet zich hieraan heeft schuldig gemaakt, daar is iedereen het wel over eens zoals blijkt uit de overwegend positieve reacties op zijn aanhouding in Londen. De Chileense regering heeft bezwaar aangetekend tegen zijn arrestatie, dat wel, maar zo beleefd (“wij willen niet de verdedigers van de generaal lijken'), dat het zich laat aanzien als een formeel protest. Hoe kan het ook anders als een niet onaanzienlijk aantal leden van de huidige regeringscoalitie de wreedheden van de dictatuur aan den lijve heeft ondervonden? Enkele ministers hebben in Pinochets gevangenissen vastgezeten of moesten in ballingschap vluchten.

De socialistische regeringspartij heeft openlijk haar steun betuigd aan de actie van de Spaanse justitie en de Britse autoriteiten.

De staatsgreep van Pinochet in 1973 maakte een eind aan een van de oudste en meest stabiele democratieen van Latijns-Amerika en luidde het begin in van een periode van ongekende repressie, zelfs in een continent waar politiek geweld eerder regel dan uitzondering is. De vierduizend gedocumenteerde moorden, maken slechts een fractie uit van de verschrikkingen van Pinochets dictatuur. Martelingen, ontvoeringen achtervolging van tegenstanders, censuur, afstraffing van dissidenten in het buitenland, de duizenden tot ballingschap veroordeelde Chilenen over de hele wereld, vormen een ellenlange lijst van terreurdaden die onder het bewind van Pinochet zijn gepleegd. De economische wonderen die Chili in de afgelopen jaren heeft verricht dankzij ingrijpende privatiseringen en een liberaal exportbeleid verschonen de ex-dictator op geen enkele wijze van zijn criminele verleden. Het is verheugend dat de hele wereld deze mening is toegedaan.

Een van de weinige personen die het nieuws van Pinochets arrestatie zonder blijdschap en enigszins ongemakkelijk in ontvangst nam, was vreemd genoeg Fidel Castro. Hij was in het Portugese Porto ter gelegenheid van de Ibero-Amerikaanse top van regeringsleiders een jaarlijkse klucht waarin de Cubaanse dictator de mediafavoriet is toen de pers (die hem aanbidt) hem op de hoogte bracht van het nieuws. Plukkend aan zijn gelige baard beperkte Castro zich tot de opmerking dat Pinochets aanhouding beslist een `inmenging' was, en bovendien raar, gezien de bewezen diensten van Chili aan Groot-Brittannie tijdens de Falklandoorlog.

Meer niet.

Vertaalde dit voorzichtige commentaar een onderhuidse angst? Was de zeventigjarige Opperbevelhebber heel even bang dat hij op een dag in dezelfde hachelijke omstandigheden komt te verkeren als zijn hooggeeerde Chileense collega? Ik vrees dat dit aanlokkelijke vooruitzicht nooit werkelijkheid zal worden.

Want in al die jaren dat ik schrijf tegen autoritaire regimes, ben ik tot de bittere conclusie gekomen dat maar weinig mensen alle dictaturen zonder meer verwerpen. Voor de meerderheid bestaan er daarentegen slechte en goede dictaturen afhankelijk van de ideologische vlag waaronder ze varen. Pinochet is de slechte dictator bij uitstek. En Fidel Castro is de goede tiran, wiens misdaden niet alleen door zijn aanhangers met de mantel der liefde bedekt worden, maar ook door zijn tegenstanders, die hun kop in het zand steken. De Chileense dictator was zeventien jaar aan de macht, Castro maakt komende december de veertig jaar rond. Hiermee wordt Cuba de dictatuur met de langste adem uit de geschiedenis van Latijns-Amerika.

Is iemand daar rouwig om?

Stelt iemand hem verantwoordelijk voor de duizenden gevangen, gemartelde, vermoorde Cubanen en de anderhalf miljoen ballingen? Durft iemand aan de orde te stellen dat Cuba sinds vier decennia geen vrije verkiezingen kent, geen vrijheid van meningsuiting, geen pluralisme, dat er geen vrije kritiek mogelijk is, er geen vrijheid is om te reizen of te denken? Of dat door het rampzalige economische beleid het Cubaanse volk letterlijk sterft van de honger en het eiland weer een prostitutieparadijs is voor toeristen? Maar aangezien we te maken hebben met een goede dictatuur, getuigt het van slechte smaak hier zelfs maar over te praten.

Zelfs Paus Johannes Paulus II, die inzake communistische dictaturen een ondubbelzinnig standpunt placht in te nemen, maakte voor Fidel Castro een uitzondering. Hij bezocht Havana en zegende de Revolutie. Een dankbare Fidel Castro liet een paar gevangenen vrij (en verving hen snel door een paar andere).

Verstomd zijn de schaarse stemmen vanuit de politiek die Castro een anachronisme durfden te noemen, En dat in een continent dat met veel vallen en opstaan een democratische weg lijkt te hebben ingeslagen. In plaats daarvan krijgt hij steeds meer handen toegestoken om zijn verzwakte dictatuur er weer bovenop te helpen. Op topontmoetingen tussen Ibero-Amerikaanse staatshoofden is hij de onbetwiste ster.

Verbleken naast zijn persoon niet al die arme stakkers die voor vier of vijf jaar gekozen zijn om te regeren en onophoudelijk worden bestookt door de oppositie en de pers? Hij ondertekent met uitgestrekt gezicht enkele documenten, waarin hij verklaart de vrijheid en de democratie een warm hart toe te dragen. Zijn collega's, ongegeneerde medespelers in dit groteske blijspel, zetten eveneens hun handtekening, waarna ze hem kameraadschappelijk op de schouders kloppen en elkaar voor de camera's omhelzen.

De volgende top vindt in Havana plaats. Kan deze edele despoot een betere legitimering wensen voor zijn regime? Tweeentwintig democratisch gekozen staats- en regeringleiders betonen hun eer aan een bewind dat samen met dat van Zuid-Korea het laatste bolwerk is van het stalinistisch totalitarisme.

Als voorproefje voor dit grootse festijn, stuurt de regering van Jose Maria Aznar die haar kritische houding ten opzichte van Castro heeft laten varen en nu opeens een obscene hartstocht voor deze tropische dictatuur aan de dag legt koning Juan Carlos op officieel bezoek.

De Spaanse monarch krijgt ongetwijfeld ook zijn portie gevangenen vrij. En terwijl hij op een stampvol Plein van de Revolutie de menigte toespreekt, zal de goede dictator zijn dichtstbijzijnde hoveling of misschien een Nobelprijswinnaar toefluisteren, dat deze klassevijanden nog stommer zijn dan hij had gedacht. En voor een keer heeft hij gelijk.