Doodgebeten

Bouviers. Twee grote zwarte bouviers, met een muilkorf om, op weg naar het Vondelpark. Dat is een van de oudste herinneringen, die ik uit mijn onbezorgde jeugd heb overgehouden. Panisch was ik voor die honden. De muilkorf moesten ze aan, omdat ze bij een eerdere trip door het Vondelpark twee Duitse herders hadden doodgebeten. Dat was niet genoeg om ze af te maken, maar wel genoeg voor een muilkorf.

Die muilkorf boezemde mij geen vertrouwen in, indertijd in Amsterdam-Zuid. Een handige hond raakt zo'n korf wel kwijt. Bovendien konden die honden ook met muilkorf een kind nog wel omverlopen, vertrappen of dooddrukken. Panisch was ik voor die honden en terecht, blijkt nu. Jaarlijks worden 12.000 mensen in Nederland voor hondenbeten behandeld en ieder jaar wordt er iemand doodgebeten volgens de Stichting Consument en Veiligheid. Het vijfjarige meisje dat vorige week door een mastino napoletano werd verscheurd is geen uitzondering, doodbijten is normaal in Nederland. Als iemand zin heeft in een mastino napoletano - alleen de naam al, ooit zo'n ongure maffiose naam voor een hond gehoord? -, dan mag het. Dan moeten de kleine meisjes maar van de straat blijven, of harnasjes aantrekken.

Wij beschikken in Nederland over een uitzonderlijk kapitaalkrachtige dierenbescherming en een uiterst actief legioen van bio-ethici. Deze dierenbeschermers storten zich met verbetenheid op de genetische modificatie van muis en wurm. Wie genen wil veranderen in een nietig wurmpje, dat met het blote oog nauwelijks is te zien, moet daarvoor grote formulieren invullen en maar hopen dat de commissie `Biotechnologie bij Dieren' de proef goed zal keuren. Wie genen wil veranderen in muizen ten behoeve van kankeronderzoek mag dat niet, tenzij de biotechnologische commissie overtuigd is van nut en noodzaak. Wie uberhaupt proefdieren aan wil houden, moet aan stringente eisen voldoen.

Maar honden, dat is andere koek. Honden mag iedereen fokken. Je mag aangeboren afwijkingen inkruisen, zodat de hond misvormd wordt. Raskenmerken heten zulke misvormingen bij honden. Er is ook geen beperking in de omvang van honden.

Wie groot wil, mag groot. Honden die apocalyptische drollen produceren, honden die het eten van een heel gezin wegschrokken, geen bezwaar. Je mag honden fokken die agressief zijn of onbetrouwbaar. Geen commissie of bio-ethicus die daar een stokje voor steekt. Alleen als ze een kind doodbijten, worden ze afgemaakt. Geen nood voor ieder monster dat inslaapt kun je zo tien nieuwe krijgen.

De maatschappij gaat uit van de goede trouw van de hond en zijn baasje. De hond is een onschuldig en gewaardeerd lid van onze gemeenschap, zolang het tegendeel niet is bewezen. Vergelijk dat eens met DNA-experimenten. Geen wurm of muis mag gemodificeerd worden zonder voorafgaande toestemming. Bij die proeven geldt een onverbiddelijk `nee, tenzij'. Nederland is daarin uniek. Geen land ter wereld kent zo'n strenge wetgeving. Als wij zonder toestemming een wurmpje wijzigen, kan ik het gevang in gaan, maar iedereen in Nederland mag vrijelijk een mastino of een bouvier aanschaffen. Voor de macho types met hun mastino's geldt het `ja, mits', voor de bona fide biomedische onderzoeker `nee, tenzij'.

Vorige week hoorde ik een voordracht van Lewis Wolpert, fameus Engels bioloog en schrijver van een interessant en leesbaar boek over `The unnatural nature of science'. Wolpert wond zich op over de bio-ethici die niets nuttigs bijdragen en die bio-ethische kwesties opkloppen teneinde hun eigen vak belangrijker te maken. Als er werkelijk doden vallen, geven ze niet thuis, vond Wolpert. Waarom meer aandacht voor proeven met muizen dan voor verkeersdoden? Waarom meer bio-ethici dan auto-ethici, vroeg Wolpert zich af. En waar is de bio-ethicus die ons tegen zwarte bouviers beschermt, denk ik dan.

Dit brengt mij tot een constructieve suggestie: waarom wordt de commissie Biotechnologie bij Dieren niet omgevormd in een commissie Bio-ethiek bij Hondenbeten? Inmiddels is toch al duidelijk dat de gemiddelde Nederlander niet echt wakker ligt van genetische modificatie bij wurmpjes en dat kankeronderzoek bij muizen in Nederland op een breed draagvlak mag rekenen. Vorige maand werden de resultaten bekend van een onderzoek naar de maatschappelijke acceptatie door de Nederlandse burger van genetische modificatie bij dieren. Hierbij bleek dat het gros van de ondervraagden geen bezwaar heeft tegen transgene dieren voor biomedisch onderzoek en voor medische toepassingen. Aangezien de projecten, die beoordeeld worden door de commissie Biotechnologie bij Dieren, voor meer dan 95 procent gericht zijn op biomedisch onderzoek, lijkt het erop dat de commissie binnenkort niet veel meer te doen heeft. Tijd dus voor nieuwe doelen: hondenbeten. De commissie die de hondenbeten in kaart heeft gebracht, valt onder het ministerie van Landbouw, net als de commissie Biotechnologie bij Dieren. Een samenvoeging van beide commissies is daarom ambtelijk een fluitje van een cent.

Zelf heb ik niets tegen honden, zolang ze niet bijten of blaffen, en zolang ze niet de omvang van paarden of olifanten krijgen. Er zijn zelfs honden in mijn vriendenkring. Maar ik heb ook vier kleindochters, een tot vier jaar oud, aanbiddelijk en kwetsbaar. Wat mij betreft nu dus alle honden boven teckelomvang gemuilkorfd en aangelijnd.