De prijs van.....een adoptie

Wat kost een adoptiekind? Wie met deze vraag een adoptiebemiddelingsbureau binnenstapt, kan rekenen op de nodige achterdocht. Adoptie is in de eerste plaats een humanitaire zaak, niet een financiele. Een kind - zelfs al is het `gekocht' - blijft een kind, geen exportartikel. En liefde, aldus het gezegde, valt niet in geld uit te drukken. Toch heeft zelfs de kinderwens zijn grenzen; de kosten van een adoptie kunnen oplopen tot enkele tientallen duizenden guldens. Alle goede bedoelingen ten spijt: zonder spaarpotje red je het niet.

De eerste kostenpost in de adoptieprocedure is het verkrijgen van een beginseltoestemming. Daartoe moeten aspirant-ouders een zestal verplichte voorlichtingsbijeenkomsten volgen bij het bureau Voorlichting Interlandelijke Adoptie (VIA) in Utrecht. Tijdens de bijeenkomsten komen een tiental thema's aan bod, waaronder het gedrag, de ontwikkeling en de belevingswereld van adoptiekinderen en de relatie tussen kind en adoptieouder. Vervolgens stelt de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek in naar de gezinssituatie van de deelnemers. Hoe zijn de onderlinge verhoudingen binnen het gezin? Hebben de aspirant-ouders al eigen kinderen? Waarom willen zij een kind adopteren? Met deze eerste fase - voorlichting en gezinsonderzoek - is een bedrag van 850 gulden gemoeid.

Hebben deelnemers eenmaal toestemming gekregen voor het adopteren van een of meer kinderen, dan volgt de bemiddelingsfase. Er zijn zes bureaus in Nederland, die ieder hun eigen (prijs)beleid voeren. Het ene bureau werkt met vrijwilligers, richt zich slechts op een werelddeel en rekent geen bureaukosten. Het andere heeft enkele tientallen landen in zijn portefeuille, heeft een fulltime staf en berekent duizenden guldens aan bureaukosten door. Sommige bureaus gaan uit van de kosten per land andere hanteren een gemiddeld tarief. Maar alle bemiddelingsbureaus brengen kosten in rekening voor het verzamelen, vermenigvuldigen legaliseren, vertalen en verzenden van de vereiste papieren voor de buitenlandse adoptieprocedure (per kind ongeveer 2.000 gulden), het begeleiden van adoptiekinderen naar hun nieuwe thuisland (kosten: ruim 18.000 gulden per kind) en circa 7.000 gulden voor `buitenlandse contacten' (organisatie- en verzorgingskosten ter plekke en een verplichte bijdrage aan de exploitatiekosten van kindertehuizen).

Sommige landen verplichten ouders zelf naar het land van herkomst af te reizen. Deze constructie geniet - zeker vanuit psychologisch oogpunt - de voorkeur, maar zij is veel kostbaarder dan de begeleiding vanuit de organisatie zelf. Aan vliegtickets, hotel- en reiskosten ter plekke is een echtpaar meestal tussen de 25.000 en 30.000 gulden kwijt, afhankelijk van de plaats van bestemming. Daarbij komt dat de actuele verblijfsduur per land aanzienlijk kan verschillen; China houdt bijvoorbeeld een verblijfsduur van twee weken aan, Polen zes weken en Colombia acht weken. Een zieke Braziliaanse advocaat of een juridisch geschil in Peru kost een adoptiefechtpaar niet zelden enkele duizenden guldens extra aan verblijfkosten. De Vereniging Wereldkinderen in Den Haag, de grootste adoptiebemiddelingorganisatie in Nederland, brengt naast procedurekosten bureaukosten, begeleidingskosten en verzorgingskosten ook een bedrag van 550 gulden in rekening voor het fonds `ontwikkelen en in standhouden van nieuwe kanalen' en 50 gulden voor het zogenoemde `rootssteunpunt' dat geadopteerden begeleidt die hun oorspronkelijke ouders willen opsporen.

Tegen de tijd dat adoptiekind en adoptiefouder elkaar in de ogen kunnen kijken, is de bankrekening geslonken met minimaal 25.000 gulden tot maximaal 40.000 gulden. In principe volgt dan alleen nog de adoptie naar Nederlands recht (kosten: circa 1.000 gulden), die een jaar na de emigratie in werking wordt gesteld. Voorheen had een adoptie-uitspraak in het land van herkomst geen rechtsgeldigheid in Nederland, maar dat is sinds kort veranderd. Enkele tientallen landen waaronder Nederland, Roemenie, Polen, Colombia, Canada, Peru en de Filippijnen hebben een verdrag getekend dat de internationale rechtsgeldigheid van een adoptie-uitspraak moet vergroten.

Als alles meezit hoeven adoptiefouders in de toekomst nog maar een keer een gerechtelijke procedure te bekostigen.

Overigens is een deel van de adoptiekosten aftrekbaar van de belasting als buitengewone lasten. Kosten die samenhangen met het verkrijgen van een beginseltoestemming (fase 1), evenals de kosten die betrekking hebben op het verzamelen vermenigvuldigen, legaliseren, vertalen en verzenden van de vereiste papieren voor de buitenlandse adoptieprocedure (fase 2), worden volledig vergoed. Bureaukosten zijn aftrekbaar tot een bedrag van 1.500 gulden. Juridische procedurekosten in het buitenland zijn aftrekbaar tot een bedrag van f 1.600. Reiskosten van zelfreizende ouders en hun kind zijn volledig aftrekbaar, van begeleider en kind tot 2.600 gulden. Overige buitenlandse kosten zijn niet aftrekbaar. Bij de adoptie naar Nederlands recht zijn telefoon-, reis-, porti- en advocaatkosten aftrekbaar, evenals de vertaalkosten voor buitenlandse documenten. Er is echter een addertje onder het gras: de belastingdienst hanteert een drempel voor aftrek onder de post `buitengewone lasten'. Een aantal adoptiefouders vist daardoor achter het net.