De fles

DEZE KRANT toonde enige tijd geleden op de voorpagina een foto van een jongeman die druk doende was een fles bij een Parijse brasserie naar binnen te gooien. De ruiten lagen er al uit getuige het cafetafeltje dat in de raamopening bungelde. Het onderschrift `Een Franse lyceist koelde gisteren zijn woede op een cafe in Parijs', getuigt van een grenzeloos vertrouwen in de mensheid. Ik zou zo vlug niet kunnen bedenken hoe enig verband te leggen tussen het voorwerp van de woede en die brasserie, en omdat ik een slecht mens ben, weet ik dat dat verband ook helemaal niet bestaat.

Ikzelf behoor tot de generatie die ooit zijn woede mocht koelen op de communisten toen de Russen in Hongarije een opstand hadden neergeslagen. Dat koelen vond plaats door met z'n allen de ruiten in te gooien van het arbeidershuisje van waaruit het communistische dagblad De Waarheid werd gedistribueerd, om vervolgens bij alle woningen waar volgens de geruchten die krant werd gelezen en waar zich dus communisten zouden ophouden, hetzelfde te doen. Dankzij deze ervaring weet ik dat onze Franse lyceist zichzelf verliest in de euforie van collectieve destructie. Niks woede dus. Woede over wat trouwens? Daar heb ik geprobeerd achter te komen: wat beweegt de Franse lyceisten te gaan demonstreren? Noch uit de Nederlandse, noch uit de Franse kranten kan ik dit opmaken.

Uiteindelijk heeft mijn speurtocht mij gebracht bij Elisa Hervelin, die geen demonstratie heeft overgeslagen. Elisa is leerlinge van de terminal de hoogste klas van het plaatselijke lyceum in Commercy, een stadje niet ver van Bar-le-Duc. Dit jaar doet ze haar bac, haar baccalaureat; ongetwijfeld met succes, want ze is een uitzonderlijk goede leerling, de beste van de klas zelfs, iets wat bij elk proefwerk nauwgezet wordt geregistreerd.

Ik vraag haar naar wat haar beweegt te demonstreren. Ze vertelt dat er 36 leerlingen in haar eindexamenklas zitten. Op mijn vraag of dat gewoon is, antwoordt ze dat de meeste klassen zo'n 25 leerlingen tellen. Bij 38 wordt gesplitst. Een ander probleem betreft Latijn. Omdat maar acht leerlingen dat vak hebben gekozen, heeft ze dat samen met een andere groep, die ook acht leerlingen telt. Ook zijn er te weinig computers en ook, bedenkt ze ineens, werkt het nieuwe systeem met de magneetkaarten van de kantine niet goed.

Nee, over het eten zelf geen klachten, dat is uitstekend.

Ik vraag haar of dit alles is. Ze denkt lang na, en knikt bevestigend. En hoe zit het met het gebrek aan democratie op de scholen, waar ik zoveel over lees? Daar heeft ze geen klachten over. Integendeel, het verschil met het college, bedoeld voor leerlingen in de leeftijd van 11 tot 14 jaar, is enorm. Op het lycee word je juist heel erg als volwassene behandeld. Dat was best moeilijk, in het begin.

In de plaatselijke krant lees ik over de toespraak die Loubna Meliane, woordvoerster van de Coordination nationale lyceenne, heeft gehouden voor een zaal met opstandige lyceisten. Aanleiding was het onderhoud dat zij heeft gehad met de minister van Onderwijs, Claude Allegre. Daarin heeft ze alle grieven aan de orde gesteld: de te grote klassen, de openingstijden van het documentatiecentrum en het gebrek aan privacy voor de interne leerlingen op haar school, waarbij de meisjes allen op een zaal liggen. Ze blijkt, net als ik, op zoek naar meer algemene zaken, getuige haar smeekbede aan de verzamelde lyceisten: ``Parlez, crie-t-elle presque. Je ne peux pas savoir ce qu'il y a dans votre tete.' Nu je de kans krijgt om mee te praten, doe dat dan ook, komt haar betoog er verder op neer.

Aanstaande dinsdag, meteen na de Franse herfstvakantie, kunnen de scholen rekenen op meer personeel. De eindexamenklassen mogen wat de taallessen betreft niet meer dan 35 leerlingen bevatten. Elisa is dus niet voor niets de straat op gegaan. Of is die plotselinge toegeeflijkheid toch meer het gevolg geweest van die fles?