Chinese burgemeesters lonken naar welvaart

In het noordoosten van China, waar de crisis van de staatseconomie diepe wonden slaat, timmeren twee burgemeesters aan de weg. Beiden hebben de afgelopen jaren hun stad in het buitenland aan de man proberen te brengen. Wachten op buitenlandse investeerders en initiatief uit Peking is er niet meer bij. Het credo luidt: `Wij komen u wel halen.'

Aan fantasie hebben zij geen gebrek. De een geeft dure fabrieksterreinen gratis weg, deelt bonussen uit aan iedere functionaris die een buitenlands bedrijf de stad weet binnen te halen, en importeert graszaad uit Canada dat ook 's winters groen blijft. De ander vraagt 25 cent voor de verkoop van een oude fabriek, geeft een belastingverlaging van 10 procent aan buitenlandse ondernemers die andere bedrijven weten aan te trekken, en overweegt de installatie van een satellietsysteem waarmee taxichauffeurs in nood onmiddelijk kunnen worden getraceerd.

De burgemeesters van Dalian en Shenyang, de twee belangrijkste steden van de noodoostelijke provincie Liaoning, zijn naarstig opzoek naar investeerders. Gras en groenvoorziening zijn van onschatbare economische waarde en trekken ondernemers uit het buitenland niet alleen aan, maar binden hen ook, zegt Bo Xilai, burgemeester van de havenstad Dalian. Het satellietsysteem verhoogt de veiligheid en stelt bedrijven gerust die best willen investeren, maar zorgen hebben over de criminaliteit in de stad zeg Mu Suixin, burgemeester van de provinciehoofdstad Shenyang.

De feiten moet het succes van de maatregelen illustreren: een groene en veilige omgeving stimuleren de economische groei. Ondernemers uit het buitenland tonen interesse, zij het dat de belangstelling voor Dalian aanmerkelijk veel groter is dan voor Shenyang. Volgens Mu is daar de grote economische achterstand in zijn stad debet aan, Bo houdt het simpelweg op efficient beleid. “Je kunt niet achter je bureau blijven zitten en verwachten dat de economie wel een keertje aantrekt. Dat gebeurt niet. Je zult er zelf op uit moeten gaan', zegt Bo.

Het is een opmerkelijk inzicht voor een Chinese partijbureaucraat.

Toen hij in 1993 aantrad als burgemeester van Dalian, was een van de eerste dingen die hij ondernam, een reis naar Hongkong. Daar liep hij de hele zakenwereld af op zoek naar belangstellenden voor zijn stad aan de Bohai-zee, op 500 kilometer afstand van Zuid-Korea en 1.000 kilometer van Japan. In ruil voor het opzetten van een bedrijf of het openen van een vestiging in Dalian, bood Bo aantrekkelijke kortingen: in de eerste instantie gratis grond, daarna schappelijke huurprijzen, lage lonen en grote belastingvoordelen. Het bezoek werd een groot succes. Bo keerde terug met 2,8 miljard dollar aan contracten op zak.

Die strategie heeft hij daarna nog vele keren herhaald. Een reis naar de Verenigde Staten, twee jaar later, leverde nog eens een miljard dollar aan contracten op. Bo had de 300 meereizende bureacraten en ondernemers uit zijn stad gezegd dat het krijgen van contracten geen prioriteit had. “Ik zei: `loop rond als een toerist, kijk je ogen uit, proef McDonalds',' aldus Bo. De rest volgde vanzelf. Het reisgezelschap bleek diep onder de indruk van de VS. “Ik leer graag van andere landen. Veel van de groenvoorziening in Dalian is gebaseerd op hetgeen ik in het buitenland heb gezien. Daarvoor ben ik onder andere in Nederland geweest.'

Het resultaat is ernaar. Dalian is zonder twijfel een van de mooiste, rustigste en schoonste steden van China. Aan vrije ruimten, gras en parken is geen gebrek. De oude huizen van rond de eeuwisseling, uit de tijd toen Dalian nog een Russische concessie was, en die zijn gebouwd in een stijl die tijdens de Japanse overheersing van 1905 tot 1945 is voortgezet, worden zorgvuldig geconserveerd. Waar bijna alle oude binnensteden in China structureel worden afgebroken en vervangen door staal en beton, gelooft Bo in de aantrekkingskracht van de historische elementen in zijn stad.

“Mensen voelen zich er dan veel meer thuis'. Inmiddels hebben zich zo'n 6.000 buitenlandse bedrijven in of rond Dalian gevestigd. Veertig procent van de economie is afhankelijk van of verbonden met het buitenland. En in de afgelopen vijf jaar heeft de 5,4 miljoen inwoners tellende stad een gemiddelde economische groei van 15,3 procent per jaar gescoord. Bijna twee keer zo hoog als het officiele landelijk gemiddelde van dit jaar.

Hoe anders is de situatie in Shenyang, 300 kilometer ten noorden van Dalian. In de provinciehoofdstad is 85 procent van de economie staatseigendom. Een derde van de fabrieken in de stad is deels of geheel stilgelegd. Van de 1,24 miljoen arbeiders, zijn 380.000 met een minimale hoeveelheid `wachtgeld' op straat gezet. En dit jaar zullen nog velen volgen. Op de lijst van steden, formeel telt China er 670, neemt Shenyang de derde plaats in als het gaat om de hoeveelheid leningen die het ontvangt van de staat.

Burgemeester Mu Suixin protesteert tegen de beschrijving van zijn stad als een troosteloze concentratie van vieze fabrieken en werkloze arbeiders zonder uitzicht op verbetering. Tegenover het Hongkongse dagblad South China Morning Post zegt hij: “Dat is niet waar! Als je kijkt naar de kwaliteit van de lucht, dan is Shenyang feitelijk schoner dan Peking of Shanghai.' Bovendien, ondanks de hoge werkloosheid en het aantal fabrieken dat is gesloten, heeft de stad over de afgelopen jaren nog altijd een economische groei van 10 procent geboekt. Volgens Mu is dat het gevolg van de ontwikkeling van de dienstensector, die de helft van de economische groei in de stad bepaalt. “Ik heb (premier) Zhu Rongji tijdens zijn inspectiereis in het voorjaar gezegd dat er problemen in de fabrieken bestaan, maar dat er rijkdom heerst in de straten.'

“We weten dat we nog erg achterlopen [met het Westen], maar we zijn niet van plan dat voor eeuwig te doen', zegt Mu tegenover de China Economic Review. Net als zijn collega uit Dalian zoekt hij hulp van buitenaf. Afgelopen zomer reisde hij, met de hoogste bazen van 18 nieuw gevormde industriele conglomeraten naar Europa, op zoek naar mogelijkheden voor samenwerking met zijn stad. “Een Amerikaanse zakenman heeft mij wel eens gevraagd waarom hij Shenyang in plaats van Shanghai zou moeten kiezen. Ik antwoordde: `de omstandigheden zijn hier misschien niet zo goed, maar in Shanghai is de taart al opgedeeld. Onze taart is kleiner, maar niemand heeft eraan gezeten'.' In Europa deed Mu beloftes die getuigen van zijn ernst en agressief beleid: “Ik ben bereid, indien noodzakelijk, bestuurlijke maatregelen te treffen die Chinese bedrijven zullen dwingen samenwerking aan te gaan met buitenlandse investeerders.' De belangstelling bleek evenwel gering.

Het Shenyang Asset Trading Center, een marktplaats voor de verkoop van staatsbedrijven, bestaat al vier jaar, maar de 310 bedrijven die het nog in de aanbieding heeft, vinden weinig aftrek. Gezamenlijk hebben die bedrijven een schuld van 1,08 miljard dollar en potentiele buitenlandse partners voelen niets voor een hachelijk avontuur met een van die bedrijven. Gemeten naar de waarde van hun onroerend goed, zijn de 26.000 staatbedrijven in Liaoning goed voor 10 procent van alle staatsbedrijven in China. Dat is in China allerminst een aanbeveling. Een groot aandeel aan onroerend goed betekent doorgaans dat sprake is van een overschot aan verouderde industriele machinerie.

Maar Mu, een 55-jarige ingenieur die tevens vice-gouverneur van de provincie is, is een optimist.

Het voorstel van premier Zhu Rongji om binnen drie jaar alle staatsbedrijven in de stad uit de rode cijfers te helpen, zou haalbaar zijn. “Ik heb te maken met 340 staatsbedrijven. Als ik daarvan per dag een weer leven in weet te blazen, dan duurt het een jaar voordat de problemen verholpen zijn. Als ik iedere drie dagen een bedrijf kan helpen, dan zou het net moeten lukken. Ik ben er nog niet helemaal uit', zegt Mu tegen de South China Morning Post.

Dat succes wel degelijk haalbaar is, bewijst Dalian, zegt burgemeester Bo. Hij gelooft dat het weinig verschil uitmaakt dat Dalian een havenstad is en Shenyang niet. “Natuurlijk bestaan er verschillen. Dat geldt voor alle steden. Maar in de jaren '60 was Dalian er niet zo heel anders aan toe dan Shenyang. Het vertrekpunt is hetzelfde geweest. Vijf jaar geleden bestond de economie van Dalian voor bijna 70 procent uit staatsbedrijven. Nu is dat nog maar 30 procent. Het is een kwestie van beleid; wat hier kan, kan ergens anders ook.'

Doorslaggevend is misschien wel de achtergrond van Bo. Als 49-jarige zoon van een van China's `onsterfelijken', de communistische partij-oudste en voormalige vice-premier Bo Yibo die deel heeft genomen aan de legendarische Lange Mars, kan hij een potje breken. Bo neemt geen blad voor de mond. Tijdens het interview bedient hij zich niet van een papier met voorgedrukte antwoorden, hij is direct en ontspannen, en in zijn moderne Westerse pak, lijkt hij meer op een politicus die een verkiezingscampagne voert dan op de communistische bureaucraat die hij eigenlijk is. “Ik houd van deze stad', zegt hij. “Alleen met passie bereik je iets. Ook in China.'