Babysterfte hoog in Amsterdam

Kindersterfte komt bij allochtonen vaker voor dan bij Nederlanders. De voorlichting verloopt moeizaam.

Zijn uitspraak van het Nederlands is misschien wat gebrekkig, maar je hoeft de 39-jarige werkloze elektromonteur Barki weinig te vertellen over de periode na een bevalling. De Marokkaanse vader is volledig op de hoogte van het waarom van de hielprik, het gebruik van een dekentje in plaats van een dekbedje en de noodzaak van vitamine K voor de baby.

In afwachting van de komst van de kraamverzorgster heeft Barki deze ochtend alvast ijscompressen voor zijn vrouw gemaakt omdat zij last van stuwingen heeft. De vader staat er op de baby zelf te temperaturen. Op de strijkplank in de huiskamer staat het badje klaar. De kraamverzorgster heeft de temperatuur al gecontroleerd, maar de vader dipt toch nog zelf even zijn elleboog in het water.

De zeven dagen oude Souhaib kan tevreden slapen in zijn wiegje met wit satijnen hemel. Zijn moeder mag dan geen Nederlands spreken, zijn vader heeft zich volledig laten inkapselen door het Nederlandse zorgsysteem. De gegevens over Souhaibs gezondheid zullen niet ontbreken in de statistieken van de Amsterdamse gezondheidszorg. Althans voorlopig. Als Souhaib een half jaar oud is, zal hij voor anderhalf jaar naar oma in Marokko gaan. Dan kan zijn vader werk zoeken en zijn moeder Nederlands leren. “En een beetje ander klimaat' zegt Bakri. “Dat is goed voor de baby.'

Vorige week werd bekend dat Amsterdam van vijftien Europese steden de op twee na hoogste zuigelingensterfte heeft. Per duizend levendgeborenen overleden er in 1996 in Amsterdam 6,6 in het eerste levensjaar (59 van de 9.000). Het hoge percentage zuigelingensterfte in Amsterdam is volgens L. van Weert jeugdarts van de GG en GD, te verklaren uit het hoge percentage allochtonen onder de bevolking.

“Ongeveer de helft van alle kinderen die in het eerste levensjaar overleden, stierf in de eerste week. Dat zijn vooral de te vroeg geboren baby's. Vroeggeboorten komen vaker voor bij jonge moeders en oudere moeders die al heel veel kinderen hebben gehad. Beide moeders vind je nu eenmaal vaker bij allochtone bevolkingsgroepen.'

Het sterftepercentage van kinderen in de leeftijd van een week tot een jaar verschilt bij allochtone gezinnen nauwelijks van dat van autochtone gezinnen. Bij kleuters en schoolkinderen is dat weer wel het geval.

Volgens Van Weert hebben bijvoorbeeld Marokkaanse en Turkse kinderen in de leeftijd van een tot en met vier jaar een twee keer zo grote kans om op die leeftijd te overlijden als Nederlandse kinderen. Het overlijden van Turkse en Marokkaanse kinderen vindt bovendien vaak in het land van herkomst van de ouders plaats. Van de Marokkaanse kinderen die in de leeftijd tot veertien jaar overlijden, sterft een op de drie in het buitenland. Voor Turkse kinderen is dat een op de vier. Oorzaken zijn in die gevallen vaak auto-ongelukken en maag-darminfecties. Het zijn oorzaken die met voorlichting kunnen worden beinvloed. Maar hoe makkelijk laten allochtone ouders zich voorlichten?

De kraamverzorgster die in de eerste week na de geboorte voor moeder en kind zorgt, zien ze vaak liever gaan dan komen, zegt de uit Suriname afkomstige kraamverzorgster L. Planka van de Amsterdamse thuiszorg regio Zuidoost. “Waar is die vrouw nou voor nodig? Dat begrijpen ze echt niet.' De moeder van de kraamvrouw is speciaal uit Suriname ingevlogen en heeft zelf al een hele kinderschare grootgebracht, dus wat komt die dame nu eigenlijk vertellen? Op het fornuis heeft ze een borrelende pan met gedroogde bladeren staan.

Dat vocht laat ze de jonge moeder opdrinken en gebruiken voor een ritueel stoombad om de baarmoeder te reinigen. De buik van haar dochter heeft ze strak opgebonden - dan wordt ie weer lekker snel plat. Dus hoezo moeten die zwachtels er nu weer af? Om te kunnen voelen of de baarmoeder weer goed samentrekt? Ze drinkt haar drankje toch? Het hele huis zit verder vol tantes die het ook allemaal beter weten.

Een hardnekkig misverstand: baby's in Nederland hebben het koud. Vooral Afrikaanse gezinnen stoken volgens Planka de temperatuur in huis lekker op. Het kind ligt op een kussen onder een dekbedje in zijn ledikantje, gewikkeld in grote handdoeken. “Het zijn donkere kinderen', zegt Planka, “maar je ziet ze gewoon gloeien.'

Dan de Afrikaanse manier van een kind in bad doen. Dat lijkt volgens Planka nog het meest op kindermishandeling. Voor het bad staan twee emmers klaar, een met gloeiend heet water de ander met koud. Met een spons wordt het kind afwisselend warm en koud afgeboend. “Daar wordt het sterk van, denken ze. Maar het kind gilt moord en brand.' Ook bij moderne vrouwen die het kind volgens de methode van de kraamverzorgster baden is er volgens Planka 's avonds altijd nog wel een tante te vinden die het nog even op de Afrikaanse manier overdoet.

Nog een hardnekkig misverstand: als een baby huilt moet hij eten. “Ook als het kind borstvoeding krijgt staat de eerste dag het flesje al klaar', zegt Planka. “Vaak gewoon met melk uit een pak. Maar de organen van zo'n baby moeten langzaam op gang komen.' Het advies van de kraamverzorgster is vaak aan dovemansoren. “Hij drinkt het toch op? Wat is er mis dan?' De volgende dag vindt de kraamverzorgster vaak toch weer een flesje onder het hoofdkussen verstopt.

Dan hebben ze het op het consultatiebureau makkelijker. “Het consultatiebureau dwingt respect af omdat er prikken aan te pas komen', zegt jeugdarts Van Weert. Het consultatiebureau bereikt 98 procent van alle Amsterdamse gezinnen. “De vraag is alleen: komt de boodschap over?' De consultatiebureaus werken al jaren met tolken tijdens het spreekuur. Maar omdat dat veel tijd en energie vraagt, komt de arts niet verder dan gebruikelijke standaardvragen als `drinkt het kind goed?' Daarom experimenteren twee consultatiebureaus in Amsterdam-Oost en Amsterdam West nu met allochtone voorlichtsters in de wachtkamer. Tijdens het wachten en uit- en aankleden slijt zij dan haar praatje over hoe slecht het is om in het bijzijn van kinderen te roken. Ook wil de GG en GD het voor allochtone ouders eenvoudiger maken om bij het consultatiebureau binnen te lopen door in een gebouw te gaan zitten met verloskundigen en een opvoedcentrum.

Voor vrouwen die het grootste deel van de dag aan de televisie zijn gekluisterd is er het plan voor “een consultatiebureau-soap'. Een scenarioschrijver is al gevonden. De GG en GD zoekt nog naar een sponsor.