Zuid-Afrika moet nog wennen aan de waarheid

Brengt de waarheidscommissie de door de Zuid-Afrikanen verwachtte rust aan de vroegere fronten die het land verdeelden? De reacties zijn gemengd, maar de Zuid-Afrikaanse president Nelson Mandela is optimistisch. “Free at last', zei Mandela gisteren bij de presentatie van het eindrapport van de commissie.

Waarheid en verzoening, wat een grote woorden, wat een ambitie. Zou een land waar meer dan veertig jaar lang het recht meer onrecht was, waar de huidskleur alles bepalend was, waar iedereen die niet blank was als een inferieur wezen werd beschouwd, waar uit naam van onderdrukkers en uit naam van de vrijheid werd gemarteld en gemoord - zou in zo'n land over zo'n verleden, de waarheid kunnen worden gesproken en zou die dan kunnen leiden tot verzoening? Die onvoorstelbare, bijna Messiaanse opdracht had de Zuid-Afrikaanse Waarheids- en Verzoeningscommissie. En nu de waarheid is gesproken rijst de vraag: is de verzoening dichterbij gekomen?

“Ja', zegt de voorzitter. “Verzoening is een proces, dat kost tijd. We waren zo lang verdeeld', aldus Desmond Tutu gisteren na de publicatie van het eindrapport. De ex-aartsbisschop van de Anglicaanse kerk, een begenadigd spreker, toonde zich tot het allerlaatste moment de neutrale leider van een missie, die niet uit was op wraak maar op het helen van wonden. “Een van de belangrijkste conclusies uit het werk van de Waarheidscommissie is dat wij allen, blank en zwart, een groot vermogen hebben tot het stichten van kwaad. Maar wij allen hebben ook een groot vermogen tot het verrichten van het goede', aldus Tutu, gisteren in Pretoria. Ondanks de storm van kritiek die de commissie wegens haar rapport uit vrijwel alle politieke hoeken heeft gekregen, verdedigde Tutu zijn doorwrochte werk met passie. Hij zag een hand van boven in Zuid-Afrika's zoektocht naar de waarheid. “God gebruikt ons als een baken, een lichtend voorbeeld voor de rest van de wereld. Voor Bosnie voor Rwanda, waar dan ook.'

In mei 1995 nam het eerste volledig democratisch gekozen parlement van Zuid-Afrika een wet aan met de titel: `Bevordering van Nationale Eenheid en Verzoening'.

De president werd gemachtigd een commissie te benoemen, bestaande uit brede lagen van de bevolking, die tot taak had “een zo breed mogelijk beeld te scheppen van de oorzaken, aard en verspreiding van grove schendingen van de mensenrechten van 1 maart 1960', aldus de tekst van de wet. Een politieke verwijzing bleef op voorhand uitdrukkelijk afwezig, zowel de uitvoerders als de bestrijders van de apartheid zouden aan een kritisch onderzoek worden onderworpen. Eind 1995 installeerde president Mandela de commissie bestaande uit zeventien leden, onder leiding van aartsbisschop Tutu (in 1996 ging Tutu met kerkelijk emeritaat) en in april 1996 hadden de eerste openbaren bijeenkomst plaats.

De commissie, die een grote staf en een zeer ruim budget tot haar beschikking kreeg, kon zich bedienen van twee methodes om haar doel te bereiken: de hoorzitting, waarin daders en slachtoffers (of nabestaanden daarvan) elkaar in de ogen konden kijken en zelfstandige `diepteonderzoeken'. Beide werkwijzen zijn uitvoerig toegepast.

De wet bepaalde verder dat allen die meenden in de periode tussen 1960 en 1994 de mensenrechten te hebben geschonden, een beroep konden doen op een amnestieregeling. In ruil voor het opbiechten van de waarheid en niets dan de waarheid, zouden zij worden ontslagen van rechtsvervolging, mits ze konden aantonen uit politieke motieven te hebben gehandeld. Duizenden mensen, vooral voormalige dienaren van de apartheid maakten gebruik van de regeling. Ex-politieagenten en militairen bekenden de gruwelijkste misdaden die bedoeld waren het blanke minderheidsbewind in het zadel te houden en kregen daarvoor, zoals beloofd, amnestie.

Hoe moeilijk de hoorzittingen soms ook waren en hoeveel moeite slachtoffers soms ook hadden om hun tegenstanders te vergeven, de ontmoetingen tussen de twee zijden brachten iets los in Zuid-Afrika.

Er ontstond een klimaat van vergevingsgezindheid onder de gewone bevolking. In de algemene strekking van het eindrapport van de commissie kan een grote meerderheid van de bevolking zich vinden, zo bleek vandaag uit een peiling. Apartheid wordt in het eindrapport gezien als de bron van alle kwaad, als een “misdaad tegen de menselijkheid'. De commissie stelt in het rapport de schendingen van de mensenrechten, door zowel voor- als tegenstanders van apartheid, juridisch op gelijk niveau, maar voegt er aan toe dat de eersten de laatste uitlokten. De `bevrijdingsstrijd' tegen de apartheid was gerechtvaardigd, maar niet alle daaruit voortvloeiende middelen.

In politiek opzicht moest de Waarheidscommissie zich drie jaar lang de ene na de andere aanval laten welgevallen. Blanke partijen of groepering die meenden dat de commissie uit was op een heksenjacht tegen blanken of zwarte partijen, constateerden dat het verleden verdraaid werd. Het meest teleurgesteld toonde zich op het laatste moment het ANC. De oud-verzetsbeweging dacht in 1995 dat het werk van de Waarheidscommissie zou leiden tot een lofzang ter harer ere. Nooit hadden ze gedacht dat ook de martelingen in ANC-kampen de ontsporing van Winnie Mandela en de bloedige onderlinge strijd tussen zwarten een zo prominente rol zou spelen. Vandaar dat de zittende ANC-leiding gisteren te elfder ure het verslag wilde tegenhouden.

Alleen de grand old man van het ANC, Nelson Mandela, die in december vorig jaar aftrad als partijvoorzitter, accepteerde het commissierapport gisteren grootmoedig. `Mr Reconciliation' riep in die geest de Zuid-Afrikanen op zijn voorbeeld te volgen: “Het rapport is een reden om feest te vieren en ons vreselijke verleden achter ons te laten. Free at last, wij allen zijn meesters van onze eigen bestemming.'