Wanhopig vechten voor beter Israel

De bedreigingen in eigen land tegen premier Netanyahu, stellen de Israelische democratie op de proef. Maar niet alleen daardoor groeit het onbehagen. Veel Israeliers hebben het gevoel dat de rechtsstaat met twee maten meet.

De Israelische democratie maakt opnieuw moeilijke tijden door. Extreem-nationalistische orthodoxe kolonisten hebben premier Benjamin Netanyahu uitgemaakt voor “verrader' omdat hij vorige week in het Amerikaanse Wye Plantation de hand drukte van de Palestijnse leider Yasser Arafat en met hem het interim-vredesakkoord tekende. De heftige reactie roept de angstige vraag op of Israel weer zal worden geconfronteerd met een politieke moord. Volgens een opiniepeiling denkt 60 procent van de bevolking dat een moordaanslag zal worden gepleegd op Netanyahu.

Bij het protest tegen de premier waren de afgelopen dagen plakkaten te zien met bloedvlekken, invloedrijke rabbijnen vallen de premier aan en keren hem de rug toe - voor de Shin-Beth, de binnenlandse veiligheidsdienst, aanleiding extra alert te zijn. Na de moord op premier Rabin, drie jaar geleden, mag niet meer worden geblunderd. Netanyahu wordt op alle mogelijke manieren beschermd; hij heeft het dringende advies gekregen zijn bezoeken aan nederzettingen in bezet gebied tot een minimum te beperken. Het politieke debat mag niet opnieuw door kogels worden besmet.

Maar niet alleen de democratie, ook het rechtsgevoel van de Israeliers wordt dezer dagen op de proef gesteld doordat er wordt gesold met fundamentele waarden in de samenleving. Het ongenoegen heeft er toe geleid dat zelfs op emigratie om ideologische reden geen taboe meer ligt: er wordt openlijk over gesproken en geschreven. Humanistische ingestelde moderne Israeliers die in Israel zijn geboren, vormen de ruggengraat van deze nog kleine, maar wel symptomatische exodus. Maar velen blijven in Israel vechten voor een beter Israel in plaats van de moed op te geven.

Voor de eerste maal komen bijvoorbeeld studenten in opstand.

De Israelische student, die pas laat naar de universiteit gaat wegens een dienstplicht van zeker drie jaar, pikt het niet langer om jaarlijks 11.000 shekel (zo'n 6.000 gulden) collegeld te moeten betalen. In de meeste gevallen moet hij ook nog in zijn levensonderhoud voorzien en wordt de studie door eindeloze herhalingsoefeningen onderbroken. De studenten voelen zich gediscrimineerd omdat uit de schatkist wel honderden miljoenen guldens stromen naar studenten van jesjivoth (religieuze opleidingsinstituten) die zijn vrijgesteld van de dienstplicht.

De spanning ontlaadt zich dagelijks in botsingen tussen politie en studenten in Tel Aviv, Jeruzalem en Haifa. Deze week betoogden tegen de 10.000 studenten uit alle delen van het land in Jeruzalem toen de begroting voor 1999 werd ingediend bij de Knesset het parlement. Nooit eerder hebben de studenten zo massaal hun `klassenbewustzijn' ten toon gespreid.

Het protest wordt gestimuleerd door het harde optreden van de politie. De studenten werden geprikkeld door de neutrale houding die de politie aannam toen tientallen biddende kolonisten wegen in bezet gebied afsloten uit protest tegen de concessies van premier Netanyahu in Wye Plantation. Het geeft de studenten het gevoel dat er met twee maten wordt gemeten.

Een gevoel van onrecht maakt ook de grote Israelisch-Arabische gemeenschap verbitterd. De recente ernstige onlusten in en bij de grote Arabische stad Umm al-Fahm over landonteigening hadden plaats tegen de achtergrond van een officieel Israelisch document, waarin staat dat de Israelische Arabieren een “strategisch gevaar' voor Israel vormen.

Aanvankelijk zeiden de Israelische autoriteiten dat de onteigening van het land noodzakelijk was om twee militaire oefenterreinen met elkaar te verbinden. Vorige week zeiden ze dat land nodig is om er een militaire basis uit de Westelijke Jordaanoever naar over te hevelen.

De Arabieren, die sedert 1948 al heel veel land aan de staat hebben verloren, houden het er koppig op dat Israel van plan is er een joodse stad te bouwen als tegenwicht voor de explosieve groei van de Arabische bevolking in het gebied rond Wadi Ara waar Umm al-Fahe ligt. De Arabische frustratie neigt naar haat wegens de bijzonder vreemde voorwaarden die het Israelische leger heeft gesteld aan Arabieren die hun onteigende land nog enige tijd mogen bewerken. Ze moeten zich verzekeren tegen de schade en/of lichamelijk letsel dat hen tijdens het bewerken van hun eigen land door een Israelische soldaat kan worden aangedaan. Het slachtoffer moet dus de dader verzekeren.

Dezelfde denkwijze begeleidt de recente, beperkte invrijheidsstelling van de meesterspion professor Marcus Klingberg, die de vroegere Sovjet-Unie kennelijk zeer waardevolle inlichtingen heeft verstrekt uit de geheime keuken van het biologisch onderzoekcentrum in Nes-Ziona, waar hij jaren werkzaam was. De rechtbank bepaalde dat hij uitsluitend op vrije voeten kon worden gesteld als hij zelf zijn bewakers betaalt die contact met de buitenwereld moeten verhinderen.

De advocaten gingen met deze eigenaardige oplossing akkoord in de verwachting dat de staat hem niet opnieuw achter slot en grendel zou plaatsen als hij zijn huisarrest niet meer kon betalen. Het pakt echter anders uit. De oude, zieke hoogleraar is van zijn spionage geen miljonair geworden en kan niet iedere maand 20.000 gulden opbrengen om zijn bewakers te betalen.

En dus wil de aanklager hem weer in de cel hebben.

De Israeliers kregen vorige week ook nog een portie klassiek racisme te verwerken. Uri Lifschitz, een schilder wiens werken de galerijen van het nieuwe Hooggerechtshof in Jeruzalem haalden, bepleitte in een interview de verdelging van homoseksuelen, mismaakten en anderen die geen volwaardige plaats in een “gezonde' samenleving kunnen vinden. Een vader van een autistisch kind die eens twee werken van Lipschitz had gekocht, vernielde de kunstwerken na het lezen van het interview. Bij het Hooggerechtshof demonstreerden de mensen voor wie er volgens Lifschitz geen plaats is in de samenleving. De Opperrechters lieten snel verklaren dat ze niet van de ideeen van de kunstenaar op de hoogte waren. Lipschitz haalde bakzeil en bood zijn excuses aan.

Symbolen en namen uit de tijd van Hitlers nazisme, toen zes miljoen joden de dood werden ingedreven, zijn gemeengoed geworden in het Israelische politieke bedrijf. De vermoorde premier Yitzhak Rabin werd als een SS-officier uitgebeeld door rechtse nationalisten tijdens een massademonstratie tegen zijn vredespolitiek. Parlementariers schelden elkaar vaak uit voor nazi en fascist.

Kandidaten van Likud en de Vaderland-partij bij de komende gemeenteraadsverkiezingen in Nazareth-Elit en Carmiel lokken de kiezers met de belofte deze steden Arabier-vrij te maken. De openbare aanklager is hiertegen in actie gekomen. De krant Ha'arets herinnerde er aan dat premier Rabin een joodse meerderheid wilde om zijn vredespolitiek te kunnen uitvoeren. Toen dat niet lukte en hij toch met de steun van de Arabische parlementariers het akkoord van Oslo tekende, kwam de leus `Rabin heeft geen mandaat' in omloop.