Vragen om toelating in EU volgens een lijn

Nederland bepleit de oprichting van een speciale Europese eenheid om tot een gemeenschappelijk beleid te komen ten aanzien van asielzoekers en migranten. Staatssecretaris J.Cohen (Justitie) heeft dit gisteren tijdens een informele bijeenkomst van de Europese ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken in Wenen voorgesteld. De Europese lidstaten hebben positief op het voorstel gereageerd, aldus Cohen.

De zogenoemde `task-force' moet de politieke en mensenrechtensituatie in de landen van herkomst van asielzoekers in kaart brengen. Ambassades en de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR moeten hierbij helpen. De analyses zijn te vergelijken met de ambtsberichten van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken. Mede op basis van deze berichten bepaalt Justitie of een land veilig genoeg is om afgewezen asielzoekers terug te sturen.

Op basis van de Europese analyses zouden de lidstaten eerder maatregelen kunnen treffen om stromen vluchtelingen in te dammen en afgewezen asielzoekers sneller te kunnen terugsturen.

Staatssecretaris Cohen zei gisteren ook een Europese asielprocedure na te streven. Hij heeft voorgesteld een werkgroep in te stellen die moet onderzoeken hoe de lidstaten tot een gezamenlijke procedure en zelfs tot een gezamenlijke status voor toegelaten vluchtelingen kunnen komen. “De Europese landen moeten elkaar niet gaan overtreffen in strengheid.' Er waren wel enkele sceptici, zei Cohen. De zuidelijke lidstaten, met name Spanje en Portugal, keerden zich af van een gezamenlijke procedure. Deze landen vangen veel minder asielzoekers op dan landen als Nederland Duitsland en Oostenrijk.

Tijdens de informele bijeenkomst verklaarden alle lidstaten het VN-Vluchtelingenverdrag niet te willen opzeggen. Zij namen daarmee afstand van een Oostenrijks voorstel van begin september dat opzegging van het Verdrag van Geneve impliceerde. Gisteren presenteerde Oostenrijk een herziene versie waarin de passage over het verdrag is geschrapt.

EU-commissaris voor Justitie, Gradin, stelde voor het Verdrag van Geneve uit te breiden. Vluchtelingen voor oorlogs- en etnisch geweld zouden een tijdelijk verblijf moeten krijgen, mensen die worden vervolgd door niet-overheden zouden onder het verdrag moeten vallen en stelselmatige verkrachting zou grond moeten zijn voor politiek asiel. De lidstaten zijn hierover verdeeld.