Veel kritiek in EU op Nederlands plan; Over vermindering financiele bijdrage

Lidstaten van de Europese Unie hebben veel kritiek op de manier waarop de Nederlandse regering de bijdrage aan de EU met 1,3 miljard gulden wil verminderen. Het kabinet zou vandaag een notitie over de vermindering van de afdrachten aan de EU goedkeuren en aan de Tweede Kamer sturen.

De regering heeft tevens een plan opgesteld om de Nederlandse opstelling aan de buitenwereld uit te leggen. Daarbij zijn ambtenaren geinstrueerd om zo weinig mogelijk te praten over de doelstelling om de bijdrage aan de EU met 1,3 miljard gulden te verminderen. Dit bedrag is vastgelegd in het regeerakkoord.

Nederland wil benadrukken dat de financiele lasten beter onder de EU-lidstaten verdeeld moeten worden. Bovendien zet het zich in voor een EU-begroting voor de jaren 2000 tot 2006 die tien procent lager is dan de Europese Commissie heeft voorgesteld.

De Spaanse permanente vertegenwoordiger bij de EU, Javier Elorza, zegt begrip te hebben voor de Nederlandse wens van een andere lastenverdeling. Maar Spanje is niet van plan daarvoor financieel te bloeden. Het vindt dat de rijkere lidstaten van de EU de lastenverdeling kunnen veranderen zonder de armere lidstaten daarbij te betrekken. Het meent ook dat het standpunt van de Nederlandse regering dat landen als Spanje die deelnemen aan de Economische en Monetaire Unie niet in aanmerking kunnen komen voor steun uit het cohesiefonds van de EU, juridisch niet houdbaar is.

Groot-Brittannie wil niets weten van het Nederlandse voorstel om de speciale Britse kortingsregeling voor afdrachten aan de EU af te schaffen. Veel lidstaten wijzen het overbrengen van een deel van de financiering van het landbouwbeleid naar de EU-lidstaten absoluut van de hand. Nederland heeft berekend dat zo'n co-financiering zou leiden tot een vermindering van de Nederlandse afdrachten aan de EU met zo'n 400 miljoen gulden. Onder andere Frankrijk Spanje en Ierland menen dat het grondwettelijk onmogelijk is dat de EU bepaalt welke nationale landbouwuitgaven nationale parlementen moeten goedkeuren.

Andere middelen om de Nederlandse betalingspositie te verbeteren zijn volgens de notitie aan de Kamer het invoeren van een zogenoemde netto-begrenzer, waarmee moet worden voorkomen dat landen uitzonderlijk veel aan de EU bijdragen, en de vervanging van het huidige eigenmiddelensysteem van de EU door een systeem dat gebaseerd is op het bruto binnenlands product van de lidstaten.

Het Nederlandse voorstel om de begroting van de EU - anders dan de Europese Commissie wil - op het huidige niveau te bevriezen en slechts de inflatie te compenseren is voor meer landen bespreekbaar. De Franse minister van Financien, Strauss-Kahn heeft gezegd dat de beste manier om de onevenwichtigheden bij de lastenverdeling weg te werken “een stabilisatie van de uitgaven' van de EU is. Ierse diplomaten, die zeggen dat hun land aanvaardt dat het de afgelopen jaren zoveel welvarender is geworden dat het minder steun uit de structuur- en cohesiefondsen gaat ontvangen, tonen zich ook bereid om te praten over handhaving van het huidige uitgavenniveau.

Daarmee zou voor een belangrijk deel tegemoetgekomen kunnen worden aan de wensen van Duitsland, dat net als Nederland vindt dat het te veel aan de EU betaalt. Maar het zou onvoldoende zijn om de door Nederland gewenste vermindering van 1,3 miljard te halen. Een Brusselse diplomaat typeert de positie van Nederland samen met die van Zweden en Oostenrijk, die ook geld terug willen hebben, ten opzichte van Duitsland echter als die van “de drie kleine kleutertjes'.

Nederland wil een eerlijk aandeel in de structuurfondsen van de EU. Dat geld kan volgens de regeringsnotitie gebruikt worden voor onder andere het noorden van het land en aanpak van de grotestedenproblematiek. Geld uit de structuurfondsen komt alleen beschikbaar als lidstaten zelf ook bijdragen. Voor Nederland zal dit in de meeste gevallen 75 procent van een project zijn. De notitie vermeldt niet of minister Zalm (Financien) ook bereid is om dit geld uit te trekken.