`Uitbreiding Europese Unie moet niet te snel'

Nederland geeft niet toe aan de druk van kandidaat-lidstaten om de onderhandelingen over de uitbreiding van de Europese Unie met grote snelheid te voeren. Dat blijkt uit een notitie over de uitbreiding van de EU die de regering vanmiddag aan de Tweede Kamer zou sturen.

Bij de Europese Commissie, waar de uitbreiding van de EU behoort tot de portefeuille van de Nederlandse Eurocommissaris Van den Broek, bestaat al enige tijd de indruk dat Nederland en Frankrijk de EU-lidstaten zijn die het meest op de rem trappen bij de onderhandelingen over uitbreiding. Deze twee landen hebben Van den Broek scherper dan andere lidstaten laten weten de onderhandelingen zeer zorgvuldig te willen voeren. In de notitie staat nu dat de eerste toetredingen van kandidaat-lidstaten “zo snel als mogelijk' moeten gebeuren, maar “zonder dat ten aanzien van de kwaliteit water in de wijn wordt gedaan'.

Brusselse diplomaten gaan ervan uit dat de eerste nieuwe lidstaten niet voor omstreeks 2006 tot de EU zullen kunnen toetreden. Zij menen dat de kandidaten in de praktijk veel grotere moeite zullen hebben om zich aan de criteria van de EU aan te passen dan op het eerste gezicht lijkt. Maar vertegenwoordigers van Midden-Europese kandidaat-lidstaten - Polen, Hongarije, Tsjechie, Slovenie en Estland - zien niet in waarom het niet sneller kan. Overigens zei de nieuwe Duitse bondskanselier, Schroder, afgelopen weekeinde nog dat de uitbreiding veel moeilijker en langduriger wordt dan wordt aangenomen.

De regering wil, zo blijkt nu uit de notitie, dat de EU niet wordt uitgebreid als niet eerst interne institutionele hervormingen zijn doorgevoerd. Vorig jaar werd tijdens de top van Amsterdam geen overeenstemming bereikt over de toekomstige omvang en samenstelling van de Europese Commissie noch over het stemgewicht van de lidstaten. Nederland wilde toen een Belgische verklaring dat deze kwestie voor de uitbreiding moest zijn opgelost, niet steunen. Nu schrijft de regering dat de hervormingen nodig zijn om een uitgebreide EU slagvaardig te houden.

De regering vindt dat de Europese Commissie in voortgangsrapportages over de kandidaat-lidstaten meer dan tot nu toe gebeurt een oordeel moet geven over de haalbaarheid van toezeggingen van deze landen over tijdige aanpassing aan de toetredingseisen tot de EU. Verondersteld wordt dat kandidaten geneigd zijn zich tijdens de onderhandelingen soepel op te stellen om zo snel mogelijk lid van de EU te kunnen worden. Toetreding tot de EU betekent dat de nieuwe lidstaten invloed krijgen op het besluitvormingsproces in Brussel en mee kunnen profiteren van Europese fondsen.

Nederland vindt dat er voor de diverse toetreders geen woud van overgangstermijnen mag ontstaan. Verwacht wordt dat de EU ook overgangstermijnen zal vragen bijvoorbeeld bij het vrije verkeer van werknemers. Volgens de regering moet een balans gevonden worden tussen de vrees van sommige EU-lidstaten voor een toename van migratie uit Midden-Europa en de nadelen van lange overgangstermijnen.

Nederland verwacht harde en moeilijke onderhandelingen bij sectoren als landbouw, visserij en milieu. Het noemt een volledige deelname van nieuwe EU-lidstaten aan de huidige EU-fondsen voor landbouw en regionale ontwikkeling onbetaalbaar. Daarom wil de EU voor nieuwe lidstaten bij de onderhandelingen aparte fondsen voorstellen.

Maar kandidaat-lidstaten hebben al laten weten dit te beschouwen als een poging om hen in een tweederangspositie te drukken en dit niet te zullen aanvaarden.