Spekkoek uit Japan

Junichiro Tanizaki: Kinderjaren. Uit het Engels vertaald door Tinke Davids. De Arbeiderspers (Prive-domein), 232 blz. f 39,90

Wanneer oude mannen over hun jeugd mijmeren, zijn er twee reacties mogelijk: irritatie of vervoering. Het hangt van hun vertellerstalent af of het zinnetje: `Ik hield van mijn moeder', een slaapverwekkend cliche is dan wel een ontroerende en zelfs erotische bekentenis.

Behalve Stendhal ken ik geen schrijver die zulke openlijke erotische verlangens koesterde voor de vrouw die hem baarde als de Japanse auteur Tanizaki Junichiro. Zijn moeder had een prachtig gezicht, schrijft hij in zijn memoires Kinderjaren. `En het was niet alleen haar gezicht: het vlees van haar dijen was zo schitterend blank en zacht dat ik vaak, wanneer we samen een bad namen, merkte dat ik verbijsterd naar haar lichaam staarde.' Tanizaki is schaamteloos eerlijk en die eerlijkheid levert vaak sterke autobiografische teksten op. Het is alleen zo dat hij die liefde voor zijn moeder in zijn verhalen pregnanter en fraaier beschreven heeft.

Dat geldt voor veel andere, fragmentarische herinneringen in dit boek ook. Het geheel heeft iets van een spekkoek. Eerst een laag scherpe observaties van het Tokio uit zijn jeugd, een wereld die verdwenen was toen hij haar beschreef, dan een laag summiere beschrijvingen van een oom die we niet kennen of van huizen die al lang niet meer bestaan, gevolgd door alweer een subtiel laagje herinneringen aan de eethuizen van zijn kindertijd.

Het geheel stelt uiteindelijk wat teleur, temeer daar je weet dat hij zoveel beter kan.

Tanizaki schreef deze memoires als losse afleveringen voor een literair tijdschrift toen hij zeventig werd en dat is aan deze bundel wel te merken. Het boek houdt vrij willekeurig op als hij tien jaar wordt, alsof Tanizaki nog makkelijk zo door had kunnen gaan maar zich herinnerde dat hij zijn tienerjaren al in 1932 aan het papier had toevertrouwd.

Daarmee is deze bundel er een voor de fans, niet voor een lezer die nog onbekend is met Tanizaki. Zulke fans zijn er trouwens wel en zij moeten dit boek natuurlijk lezen, al was het maar om hun idool zo mooi uitgegeven te zien.

Maar ook zij zullen mopperen dat het tien jaar oude voorwoord van de oorspronkelijke Amerikaanse vertaler nu vol hiaten zit.

Zo blijft onvermeld dat Tanizaki's roman Manji al in 1989 in een Nederlandse vertaling is uitgekomen (Kruisende lijnen) en sindsdien ook in het Engels.

Het treurigste gevoel dat ik ken is de weg weten in een huis dat niet meer bestaat, zei Rudy Kousbroek ooit. Die routebeschrijvingen voor verdwenen huizen herinnerde Tanizaki zich pas toen het inderdaad te laat was; hij kon niet meer terug naar de stad van zijn jeugd en herbouwde die in zijn romans. De herinneringen in Kinderjaren zijn daarvoor de bouwtekeningen geweest die later verbeterd of in de prullenmand gegooid zijn.

Het is prachtig dat de Prive-domein-reeks nu eindelijk eens een Aziatische auteur opvoert in dit pantheon van omzieners. Het valt te hopen dat De Arbeiderspers door wil gaan met Japanse en andere Aziatische autobiografieen uit te geven. Er is materiaal genoeg.