Ontredderd

``Weet je wat ontredderd is?'vroeg de olifant met trillende stem.

``Nee,' zei de eekhoorn.

``Dat is wat ik ben', zei de olifant. Hij zat op de grond onder de linde en wreef over een reusachtige buil op zijn achterhoofd.

De eekhoorn stond voor hem.

``Nog maar net stond ik daar boven,' kreunde de olifant en hij wees met zijn slurf omhoog, ``en ik zong. Ik zong, eekhoorn! Hoorde je me niet?``Nee,'zei de eekhoorn.

``En nu lig ik hier,'ging de olifant verder. ``Hoe is dat mogelijk?'

De eekhoorn zei niets.

``Of denk je soms dat alles mogelijk is?' vroeg de olifant.

De eekhoorn keek naar zijn tenen.

``Behalve niet vallen,'mompelde de olifant. ``Alles behalve niet vallen.'

De eekhoorn wist niet goed of hij zou knikken of zijn hoofd zou schudden.

``Als ik naar boven klim ben ik nooit ontredderd,' ging de olifant verder. ``En als ik op de grond val altijd!'

De eekhoorn knikte.

De olifant zuchtte diep. ``Ben jij wel eens ontredderd?' vroeg hij toen en hij keek de eekhoorn aan.

``Nee,' zei de eekhoorn voor alle zekerheid. Hij wist niet wat ontredderd was maar hij meende dat het zoiets was als moedeloos en onheus, en dat was hij niet.

``Het is wel iets speciaals,' zei de olifant. ``Het lijkt nergens op.' Hij wreef nog steeds over de buil op zijn achterhoofd en hield zijn ogen dicht.

Even later fronste hij zijn voorhoofd en mompelde hij: ``Volgens mij ben ik nog nooit zo ontredderd geweest als nu. Dit is wel ontzettend ontredderd.'

De eekhoorn schudde zijn hoofd van verbazing.

Met heel veel moeite slaagde de olifant er tenslotte in overeind te komen. De eekhoorn ondersteunde hem en zei dat hij thuis nog zoete dennenschors had en gestoofde beukenbladeren.

De olifant zei dat hij - nu hij overeind stond - nog steeds ontredderd was, maar niet meer ontzettend ontredderd. ``Ik ben het iets minder,' zei hij.

De eekhoorn knikte en naast elkaar liepen ze het bos in.