NS vecht met wisselend succes tegen storingen

Herfstweer leidt ieder jaar weer tot extra vertragingen bij de spoorwegen. Maar deze week was het wel heel bar met allerlei storingen.

De NS telt per kwartaal, maar reizigersorganisatie ROVER houdt het aantal vertragingen per half jaar bij. Want herfst- en winterweer leidt steevast tot veel extra oponthoud bij de spoorwegen.

“Elke herfst geeft hetzelfde beeld te zien', zegt onderzoeksleider Jan Anne van Dijk. “Bladeren op de rails, blikseminslag, bevroren wissels, het zorgt allemaal voor vertragingen. Maar ik moet zeggen dat we deze week wel zijn geschrokken. Elke dag was er wel wat.' Neem bijvoorbeeld afgelopen woensdag. De problemen begonnen om half vijf `s ochtends, toen er bij Pijnacker een boom op het spoor waaide. Om half zes liep een schakelkast op het traject Almelo-Hengelo onder water, met als gevolg een stroomstoring. Door de aanhoudende regen maakten de 3KV-kabels bij Veenendaal kortsluiting, en was er ook nog een stroomstoring tussen Meppel en Hoogeveen. Gladde sporen tussen Zwolle en Utrecht zorgden vanaf kwart over zeven voor problemen. Wat volgde was een defecte trein in Baarn, een seinstoring tussen Gouda-Alphen en een stremming van het treinverkeer tussen Tilburg en Den Bosch door een afgebroken kabelaansluiting bij Vught.

Om kwart over twaalf veroorzaakte een kapotte goederentrein opnieuw bij Baarn, veel overlast. En om kwart over een trok een trein tussen Gouda en Rotterdam-Alexander de bovenleiding stuk, waardoor elk treinverkeer onmogelijk werd gemaakt tot ongeveer vijf uur 's middags. “Tenminste, ik krijg nu een positieve verandering door dat er weer enkele treinen kunnen rijden', meldde verkeersinformant Nico Feller van NS-verkeersinformatie om vijf over vijf. Positieve verandering? “Ja wij spreken hier van negatieve, maar ook van positieve veranderingen. Anders hou je het niet vol.' Feller geeft toe dat de vele storingen bij de NS van de afgelopen dagen uitzonderlijk zijn.

Maar dat geldt ook voor het weer, zegt hij.

Afgelopen maandag, in de wandelgangen van de NS inmiddels al `zwarte maandag' genoemd, vormde het voorlopige dieptepunt van 1998. “Alleen bij de stroomstoring van vorig jaar, toen er diverse elektriciteitscentrales in het midden van het land uitvielen was er een grotere chaos', zegt voorlichter Rob Hageman. Oorzaak was niet alleen het slechte weer, maar ook een (valse) bommelding bij Abcoude. De NS-verkeersleiding leidde het treinverkeer tussen Utrecht en Amsterdam om via Hilversum, “dat doen we altijd'. Maar middenin de avondspits sloeg bij een locomotief op dat traject de bliksem in. Duizenden reizigers met bestemming Amsterdam strandden op Utrecht CS.

Hageman: “Toen hebben we iedereen aangeraden over Den Haag te reizen. Het probleem was alleen dat tussen Zwolle en Utrecht, bij Hattemerbroek, een auto onder de trein was gekomen. Treinen met bestemming Den Haag waren er dus nauwelijks.'

Volgens Hageman wordt zestig procent van alle vertragingen veroorzaakt door omstandigheden die buiten de macht van de NS liggen. Aan die andere veertig procent gaat de NS binnenkort wat doen, zegt hij. Vorig jaar is een stuurgroep punctualiteit opgezet, die vijftig miljoen gulden tot haar beschikking heeft om extra maatregelen te treffen. Doel is om ten minste 85 procent van alle treinen op tijd te laten rijden. In het tweede kwartaal van dit jaar was dat 82,5 procent. Veel concrete maatregelen zijn er nog niet genomen, of het moet de nieuwe dienstregeling zijn die op 24 mei van dit jaar werd ingevoerd. Het nieuwe spoorboekje leidde tot een kleine verbetering, omdat de reistijden tussen de verschillende stations wat zijn opgerekt.

“Maar op veel trajecten rijden minder stoptreinen, en meer intercity's', aldus Hageman. “Als er een trein stilstaat, heeft het hele Intercitytraject daar last van.'

Onderzoeksleider Van Dijk bevestigt dat de nieuwe dienstregeling het rapportcijfer van de NS iets heeft verbeterd. Maar verder is het aantal treinen dat op tijd rijdt de afgelopen jaren ongeveer gelijk gebleven. Dat aantal zou aanzienlijk kunnen worden vergroot, zegt Van Dijk: “Veel storingen worden veroorzaakt door achterstallig onderhoud. Neem nou het traject van Amsterdam via Schiphol naar Leiden. Tussen 23 april en 23 juli van dit jaar kwam het 27 keer voor dat er daar geen treinen konden rijden. Dat is wel heel veel.'