Liefde in tijden van aftakeling

De Nederlandse vertaling verschijnt in het voorjaar bij De Bezige Bij.

Jarenlang was het een gebeurtenis als er weer een nieuw boek van Iris Murdoch verscheen. Zo om de twee, drie jaar kwam er een lijvige roman uit, waarin Murdoch haar filosofische opvattingen over goed en kwaad, de rol van kunst en het zoeken naar waarheid wist te verweven met personages van vlees en bloed. Het waren ideeenromans, maar uiterst leesbaar, spannend zelfs. Ze werden ook steeds dikker: hoe ouder ze werd, hoe meer Murdoch schreef. Na Jackson`s Dilemma (1995) werd het stil. Haar boeken raakten een beetje uit de mode, en het leek alsof ze geen zin meer had in schrijven. Maar er was iets heel anders aan de hand: de nu 80-jarige Murdoch, zo verklaarde haar man John Bayley vorig jaar in The Daily Telegraph, heeft de ziekte van Alzheimer. Ze weet niet meer dat ze 27 romans heeft geschreven, diverse filosofische verhandelingen, dat ze de Bookerprijs heeft gewonnen in 1978 en tien jaar later Dame of the British Empire werd. Ze zit nu de hele dag voor de onlangs aangeschafte televisie, kijkt naar de Teletubbies en scharrelt wat over straat, terwijl ze haar zakken als een oude zwerfster volpropt met dode regenwormen, stukjes zilverpapier en sigarettenpeuken.

John Bayley, criticus, hoogleraar en schrijver, met wie Murdoch in 1956 trouwde, heeft een indrukwekkend boek over zijn vrouw geschreven. Het heet Iris - A Memoir of Iris Murdoch, al is Murdoch nog niet dood. Ze is wel vertrokken naar een duister oord en alleen haar uiterlijk doet nog denken aan wie ze ooit was. Het moet afschuwelijk zijn, veertig jaar een heel gelukkig huwelijk te hebben gehad met iemand die vervolgens korte tijd een totaal ander mens wordt.

Bayley en Murdoch hadden zo'n huwelijk, en dit boek gaat over liefde. Bayley beschrijft twee periodes in zijn boek: de turbulente tijd rond hun huwelijk, en het tragische heden. Het contrast tussen twee jonge, verliefde mensen en het verdrietige lot dat hen vijftig jaar later getroffen heeft, is des te schrijnender omdat de tussenliggende periode amper aan bod komt.

Toen ze elkaar ontmoetten, begin jaren vijftig in Oxford, was hij 28, jong en onervaren op het gebied van de liefde, zij 34, met een behoorlijke reputatie als filosofe. Haar eerste roman, Under the Net, werd rond deze tijd gepubliceerd. Tot Bayley's verbazing - hij was dan wel verliefd op Murdoch, maar omdat ze niet voldeed aan het geldende schoonheidsideaal dacht hij dat niemand anders haar aantrekkelijk zou vinden - bleek ze niet alleen over veel vrienden, maar ook over minnaars te beschikken. Wanneer Murdoch hem op een gegeven moment alles over haar verleden vertelt, is zijn ongeloof en jaloezie na al die jaren nog voelbaar. Als schimmige koningen uit Macbeth verscheen een reeks van minnaars, vrienden, verloofden. Een van zijn meest geduchte rivalen was Nobelprijswinnaar Elias Canetti, aan wie Murdochs The Flight from the Enchanter opgedragen is en die hier `the Hampstead Monster' heet.

Als een heldhaftige ridder schakelde Bayley zijn tegenstanders een voor een uit, om er ten slotte met de prinses vandoor te gaan, en werkelijk nog lang en gelukkig te leven - zij het niet tot het laatst.

Iris Murdoch komt naar voren als een vriendelijke, afstandelijke, glimlachende godin, die wel belangstelling had voor andere mensen, maar eigenlijk altijd in haar eigen wereld leefde. Ze roddelde bijvoorbeeld nooit, niet uit principe, maar het kwam gewoon niet in haar op. Ze gaf niet om haar uiterlijk, niet om status, niet om de opinie van andere mensen. Ze bevond zich haar hele leven in een staat van verlichting en onthechting waar andere mensen vergeefs naar streven.

Erg praktisch was dat natuurlijk niet. Zo bleek al snel dat Murdoch niet erg geschikt was voor het huishouden: schoonmaken, koken, het kwam er niet van, al zegt Bayley met ontroerende loyaliteit dat ze het vast heel goed had gekund. Kinderen kregen ze niet: Murdoch had iets anders te doen. Zelfs in Oxford ging het echtpaar door voor uitermate excentriek. Ze leefden hun hele leven samen als twee kinderen: soms letterlijk met de neuzen tegen elkaar, voortdurend aan de praat over van alles. Ze zijn allebei naief en onschuldig, en volgens Bayley was dat ook de reden van hun verliefdheid. Hij definieert het huwelijk als een proces waarbij twee mensen `can move closer and closer apart', en heeft het over de vreugden van de gedeelde eenzaamheid. Hun huwelijk was een veilige haven waar ze zichzelf konden zijn, met eigen woorden en eigen grapjes.

Door Murdochs ziekte zijn ze nu voor het eerst helemaal versmolten. Die vreselijke afhankelijkheid - Murdoch kan letterlijk geen minuut zonder hem - schijnt typerend te zijn voor Alzheimer.

Maar Bayley, die zijn lot met bewonderenswaardige kalmte en gelatenheid aanvaard heeft en Murdoch alleen verzorgt, verliest soms zijn geduld. Dan schreeuwt hij, stampvoet, zwaait wild met zijn armen om zijn vrouw de kamer uit te krijgen, hij voelt een wilde drang om heel hard in haar oor te roepen dat het voor hem veel erger is, veel erger! Hij houdt zich staande met de woorden van een dominee uit de tijd van Jane Austen: kijk nooit verder dan tot het avondeten of de thee, take short views of life.

Je kunt je afvragen of het wel barmhartig is van Bayley om zijn vrouw in haar onttakelde toestand te portretteren, want hij spaart haar net zo min als zichzelf. Maar zijn boek getuigt juist van moed, omdat hij laat zien dat hij ook nu nog van zijn vrouw houdt.

Deze autobiografie heeft niets van het sensationele dat dergelijke boeken over bekende mensen kunnen hebben. Murdoch heeft vaak gezegd dat kunst ons de wereld moet tonen zoals die werkelijk is, zonder troost te bieden. Dat is precies wat Bayley in dit boek met zijn prachtige onsentimentele stijl doet. Het vervult de lezer met een gevoel van bitterzoete weemoed om de tragiek van het leven, dat alles nu eenmaal voorbijgaat en eindigt in de dood.