Justitie moet wellicht 10.000 zaken seponeren

Het openbaar ministerie vreest een voorraad van ongeveer 10.000 strafzaken te moeten seponeren omdat de zaken wegens capaciteitstekorten bij de rechterlijke macht niet tijdig kunnen worden aangebracht.

In die werkvoorraad, die voornamelijk is opgebouwd in de grote steden, zitten een paar honderd ernstige strafzaken (drugs- en zedenzaken) die naar de meervoudige kamer moeten. De bulk van misdrijven die niet meer voor de rechter kan dienen omdat de in jurisprudentie vastgelegde redelijke vervolgingstermijn van twee jaar is verstreken, betreft politierechterzaken zoals inbraken, vernielingen, mishandeling of heling.

Minister Korthals (Justitie) is begin deze maand door de top van het OM op de hoogte gebracht. De kwestie werd acuut omdat het openbaar ministerie in Haarlem 150 a 200 zaken dreigde te seponeren “omdat we ze niet meer met goed fatsoen aan de rechter kunnen voorleggen', aldus persofficier van justitie J. Hemmes.

Korthals heeft het OM opdracht gegeven de omvang van het probleem te inventariseren. Justitie zoekt nu naar oplossingen. Zo wordt gedacht aan het oprekken van de mogelijkheden van de politierechter. Deze alleensprekende rechter oordeelt nu over de minder ernstige misdrijven en kan maximaal een straf van zes maanden opleggen. Door dat maximum te verhogen tot een jaar kan de meervoudige kamer, waarin drie rechters zitten, worden ontlast.

Justitie overweegt ook een maatregel van de vorige minister Sorgdrager terug te draaien en advocaten wederom toe te staan als rechter-plaatsvervanger op te treden. Een andere oplossing is procedures bij bekennende verdachten te vereenvoudigen. Het systeem van plea bargaining kan worden ingevoerd waarbij een verdachte in ruil voor een bekentenis een lichtere straf krijgt die alleen door de rechter wordt getoetst.

De capaciteitstekorten zijn volgens het OM ontstaan doordat onder invloed van Europese jurisprudentie de behandeling van strafzaken steeds meer tijd vergt.

Op grond van het zogeheten onmiddellijkheidsbeginsel worden op verzoek van advocaten steeds meer getuigen op de zitting gehoord. Vroeger gebeurde dat meestal alleen in het vooronderzoek bij de rechter-commissaris.

Rechters in Den Haag en Rotterdam zeggen zich niet bewust te zijn van nijpende problemen. “Ik heb niet de indruk dat het wezenlijk anders is dan bijvoorbeeld twee jaar geleden', zegt de Rotterdamse persrechter S. van Dissel. “We zitten voortdurend klem maar we storten niet in', zegt de Haagse persrechter E. Numann.