Ik terug? Moeilijk

Armin Hairic, uit Bosnie. Op de vlucht voor Serviers, Tsjetnieks. Met vrouw Alma, dochter en twee kleindochters, maandenlang in scholen op de vloer geslapen, bang, verder vluchten. Toen Oisterwijk. Rust. Mocht ik niet in de tuin werken. Waarom?

Nu in Leende in Nederland, in paradijs. Nee, niet Parijs, paradijs.

Man van dochter Arnela in Bosnie doodgeschoten. Veel verdriet. Arnela woont nu in Leende met twee dochters, heeft Hollandse vriend en een lieve baby: Anne. Echt Hollands kindje.

Tsjetnieks, allemaal boeven, moordenaars. Wonen in mijn huis in Doboy en in huis van dochter. Ik bellen naar eigen huis. Tsjetnieks antwoorden: wij gaan niet weg, wij ook gevlucht.

Alma en ik, veel lessen in Nederlands. Lieve lerares wij altijd present, andere vluchtelingen komen niet, leren niets, maken geen huiswerk. Waarom?

Wij leren fietsen. Voor Alma moeilijk, maar wij fietsen. Naar mijnheer Jan en naar dochter in de buurt, naar gemeentehuis in Heeze. Naar school.

In Leende komen wij in vies huis. Moeten veel poetsen. Nu in orde. Buren maken veel lawaai, niks zeggen, is goed. Wij boom omhakken want buurman klagen de bladeren vallen in vijver.

Maar geen politie of soldaten 'snachts. Wij kijken naar video van trouwen dochter Arnela. Wij zien veel jongens daar zijn doodgeschoten. Leven niet meer. Jonge mannen. Vrienden. Hier ik wel eens bang dat rekening van dokter niet is betaald. Mijnheer Jan zegt: Armin hier in Nederland komt nooit de politie aan de deur. Geen soldaten. Slaap gerust, niemand zal jou lastig vallen. Maar veel wakker 'snachts.

Terug naar Bosnie? Ik weet niet. Eerst denken: terug naar eigen huis. Maar dochter nu Nederlandse vriend, Nederlands kindje, kleinkinderen gaan naar school in Leende. Beter Nederlands spreken dan Bosnisch. Roepen `Opaatje' tegen mij.

Terug naar Bosnie, eigen huis, grote tuin met fruit bloemen en groenten, maar gevaarlijk, Tsjetnieks.

Of in veilig Leende bij eigen familie en klein huurhuis.

Moeilijk, heel moeilijk.