Gevaarlijk beroep

Van de bijna zestien miljoen Nederlanders zijn er op het ogenblik dat u dit leest zestigduizend bezig met het schrijven van een boek. Dat is niet zo lang geleden onderzocht en het staat vast. Als ze op dit ogenblik niet daadwerkelijk aan het schrijven zijn, dan denken ze aan wat ze intussen al af hebben of wat ze straks zullen gaan schrijven, of hoe ze bij Hanneke Groenteman zullen verschijnen als het af is, welke prijs ze zullen krijgen, en hoe het in twaalf talen zal worden vertaald. Ze werken aan een boek, niet aan een gedicht of een kort verhaal, maar aan een roman, want alleen een roman is een boek.

Het is heel goed mogelijk dat de passage die ik nu ga citeren, vele duizenden van deze zestigduizend niet zal verrassen.

`Het was al middag toen hij het eindelijk voor die dag opgaf. Zodra hij in zijn werkkamer aan zijn werktafel was gaan zitten, was hij aan een zin begonnen. Hij had de zin voltooid, maar hij slaagde er daarna niet in nog iets op papier te zetten. Hij streepte de zin door, begon aan een andere zin, maar opnieuw volgde de volstrekte leegte. Hij was niet in staat de volgende zin te schrijven, hoewel hij heel goed wist wat er moest volgen. Hij schreef de eerste zin opnieuw. Daarin werd eenvoudig iets vastgesteld. En weer lukte het hem niet de volgende zin op papier te krijgen. Na twee uur was de toestand niet veranderd. Hij kon niet meer schrijven dan deze ene, enkele zin, en de zinnen die daarop volgden waren in toenemende mate simpel en zonder smaak of kraak en leeg. Hij hield het vier uur vol voor hij besefte dat zijn vastberadenheid machteloos stond tegenover wat hem was overkomen.'

De beschrijving van deze lijdensweg komt uit Hemingway's The Garden of Eden en wordt geciteerd door Frederick Busch in zijn zojuist verschenen boek A Dangerous Profession (*) waarmee hij het beroep bedoelt dat hij zelf uitoefent, niet fulltime overigens, want hij is ook nog professor in de letterkunde. Het staat vol met dergelijke citaten. Graham Greene bijvoorbeeld schrijft in zijn autobiografie A Sort of Life: `Voor een schrijver is succes altijd tijdelijk, succes is niets anders dan een uitgestelde mislukking.' (Er zijn ook schrijvers die het omgekeerde voor waar houden). En, schrijft Greene, `er zijn in het werk van een schrijver tekortkomingen en fouten die alleen hij ontdekt, zoals een bekwaam en met intuitie begiftigd bouwer de rot in de balken ruikt.

Hoe zelden komt het voor dat hij dan de moed heeft de hele constructie af te breken en opnieuw te beginnen.'

Busch zelf mocht als beginnend schrijver graag lezen hoeveel maal Malcolm Lowry zijn Under the Volcano van een uitgever teruggestuurd had gekregen (`Past niet in ons fonds'; de titel van een nieuwjaarsboekje van een paar jaar geleden). Die troostrijke vergelijkingen hebben hem in ieder geval geholpen, ook al is hij nog geen Lowry geworden. Aan de foto op de achterflap te zien is hij jong en niet aan de drank.

Ik kocht zijn boek op aanbeveling van de recensent, en ik geef toe: hier en daar is het een amusant verhaal en ook wel leerzaam en altijd erudiet. Maar toen ik het uit had, kwam ik tot de conclusie die lezers wel vaker en misschien ook wel schrijvers overkomt: de bespreking is beter dan het boek. Dat kan gemakkelijk, omdat de bespreker - als hij tot dit type hoort - alleen de leuke dingen eruit hoeft te halen en die parlando aan elkaar hoeft te lijmen om een aardig stukje te hebben geschreven. In de recensie staat dat het een goed boek is voor schrijvers die dreigen de moed te verliezen - in Nederland dus wel meer dan de ongeveer vijftigduizend romanciers die nooit aan een uitgever toekomen.

Maar voordat iemand een vertaling overweegt: het is niet waar. Het lijkt mij een boek van iemand die, zoals de huizenbouwer van Graham Greene, verzuimd heeft om goed te ruiken. Het is te ironisch op z'n oud-Engels, het heeft iets van de `onverdragelijke lichtvoetigheid' waarvan Reve lang geleden eens gerept heeft. Het is wel de moeite waard maar niet voldoende, zoals veel van de voorbeelden die de schrijver zelf van andermans machteloosheid aanvoert. Dat heeft iets droevigs: je manco gebruiken om een boek te schrijven dat aan hetzelfde gebrek lijdt.

Het is wel interessant, maar niet goed.

Dat is in ieder geval een half lichtpuntje. En dan is er nog iets. Het bewijst weer eens de waarheid van dit menselijk tekort: `scheppen gaat van au'. (Ook al een uitspraak van Reve?). De schrijver heeft dus een `gevaarlijk beroep' en als het hem niet meezit vooral een vervloekt beroep. Dat wordt in veel variaties bewezen. En daarmee is impliciet weer eens aangetoond hoe laf en lui degenen zijn die, al overschrijvend, hun collega's de kastanjes uit het vuur laten halen.