Een nieuwe route wenkt aan de einder

De politiek kan niet zonder motto's en opschriften. In de internationale politiek ten tijde van de Koude Oorlog waren er de doctrines.

De Truman-doctrine beloofde landen die zich tegen een communistische machtsovername verzetten de steun van Amerika, de Brezjnev-doctrine beloofde communistische regimes een broederlijke omhelzing voor het geval ze van het rechte pad afweken, de Nixon-doctrine was een soort omkering van de Truman-doctrine en de Reagan-doctrine voorzag in de eindstrijd tegen the evil empire. Kennedy had The New Frontier en Johnson The Great Society, maar die waren vooral voor binnenlands gebruik bestemd.

Na de hectische Reagan-jaren werd het even rustig in Amerika. Opvolger Bush wenste zich a kinder America, maar dat was niet bedoeld als motto. The vision thing noemde deze president laatdunkend het verwijt dat zijn pragmatisme van iedere visie verschoond was gebleven. Hij won er uiteindelijk niet zijn herverkiezing mee. In de late Reagan-jaren was ook in de Sovjet-Unie behoefte aan motto's ontstaan, sinds het marxistisch-leninistische kader niet meer voldeed. Zo leerden we van partijleider Gorbatsjov glasnost (opening), perestrojka (verbouwing) en het nieuwe denken kennen: een zekere vrijheid voor intellectuelen, een voorzichtig begin met maatschappelijke aanpassingen en het scheppen van nieuwe internationale verhoudingen. Tegenwoordig kent men in Rusland reformi. In Indonesie reformasi.

Dan breekt met de ineenstorting van de Sovjet-Unie en de liberalisering in China het einde van de geschiedenis aan. Francis Fukuyama verklaart alle ideologie dood. Maar voor de politiek blijkt dat een onbruikbare slogan. Het begrip ideologie is inderdaad belast, maar de behoefte aan op zijn minst de suggestie van een visie wordt sterker naarmate minder van ideologie mag worden gesproken. Bij alle stilstand in het denken komt het woord nieuw in de mode. Gorbatsjov had al het nieuwe denken gelanceerd, Clinton volgt met New Democrat, op afstand gevold door Blair met New Labour en Schroder met Neue Mitte. Nieuw heeft in ieder geval de attractie niet oud te zijn: niet meer gewoon Democraat, niet meer, in Blairs bewoordingen, Old Labour waarin, zo men wil, iets van minachting doorklinkt.

Wat een New Democrat was, is niet helemaal duidelijk geworden. Het begrip omvatte een stroming in de Democratische partij die, na twaalf jaar vruchteloos verzet tegen de Republikeinse heerschappij, de invloed van de linkervleugel wilde indammen, de verzorgingsstaat wilde saneren en in het algemeen steun zocht bij een verondersteld nieuw midden, arbeidzame burgers wier zekerheden door demografische en technologische ontwikkelingen dreigden te worden aangetast.

De hervorming van de gezondheidszorg in Clintons eerste termijn was gericht op dat midden. Het doel was een betaalbare voorziening voor meer Amerikanen. De onderneming liep stuk op verzet van uiterst links en uiterst rechts en op het gewapend immobilisme van de gevestigde medische orde.

Na het Democratisch debacle in de Congresverkiezingen van 1994 scheen aan Clintons presidentschap een vroegtijdig einde te zijn gekomen. Maar in zijn hoogste nood deed de president een beroep op Dick Morris, een adviseur die Clinton eerder had bijgestaan bij diens herovering van het gouverneurschap van Arkansas. Morris maakte gebruik van zijn connecties in de Republikeinse partij en ontwierp een overlevingsstrategie. Triangulation noemde hij zijn concept. De president diende zich boven de schermutselingen tussen de partijen te verheffen om als het ware vanuit de top van de driehoek zijn stempel op het beleid te drukken. In de media heette het dat Clinton de Republikeinse politiek overnam. Volgens Morris heeft de president de entitlements (de rechten) van de middenklasse gered die de Republikeinse revolutionairen van Newt Gingrich wilden afschaffen. Een manipuleerbaar restant verzorgingsstaat voor de onderklasse zou hun doel zijn geweest.

Waar historisch het beleid uit de ideologie voortkwam, daar moeten de sound bites van nu het tekort aan visie dekken. Eerst is er een probleem, vervolgens een praktische aanpak waar ten slotte een visionair aandoend etiket op wordt geplakt. Sinds Blair premier van het Verenigd Koninkrijk is en hij als zodanig internationaal statuur verwierf, voldoet het begrip New Labour niet langer. De term had de Labour Party geholpen de verkiezingen te winnen, maar de boodschap voor het buitenland verdiende een cosmopolitischer aanduiding.

Dat werd de Derde Weg. Hoewel de vraag rijst wie dan wel de eerste en de tweede weg bewandelen en waar die heen leiden, is het begrip onmiddellijk omarmd door leiders als Clinton en Schroder.

Niet iedereen is gecharmeerd van de Derde Weg. De Franse premier Jospin wil hem niet inslaan. Critici vinden het begrip te `Angelsaksisch', op zichzelf weer een term die meer verhult dan verduidelijkt. Slechts onder de bijzondere omstandigheden in Groot-Brittannie en Amerika die zouden zijn ontstaan na de sociale kaalslag in het Thatcher- en Reagan-tijdperk, zou de Derde Weg te rechtvaardigen zijn. Op het continent is altijd al een middenweg gevolgd en daar zou dan ook geen reden bestaan voor verandering.

Het wordt er al met al niet helderder van. Nog maar kort geleden heette juist het continent een gebied te zijn waar sociaal-economische aanpassingen waren vereist. Het Rijnlandmodel had zijn diensten bewezen, maar nu moest het versteende corporatisme dat stilaan was ontstaan, toch worden aangepakt. De christen-democratie werd verweten de impasse te hebben laten voortduren. Zij werd door de kiezer uit de macht gezet. Thatcher was dan wel te ver gegaan, maar van de pragmatische vernieuwer Blair viel wat te leren. De vierslag die Clinton zes jaar geleden al wilde maken, met een betaalbare verzorgingsstaat, volledige werkgelegenheid, economische groei en bescherming van het milieu, was in Europa nog steeds een onbereikbaar doel gebleven.

Plotseling ligt een heel nieuwe route open. In het Oostenrijkse Portschach ontvouwde Schroder (nog net geen kanselier) dit weekeinde voor een verrast gehoor van staats- en regeringsleiders uit de Europese Unie een panorama van eensgezindheid: een bondgenootschap voor arbeid.

Werkgevers en vakbonden zouden de handen ineen moeten slaan om het spook van de massawerkloosheid uit Europa te verdrijven. In Nederland was triangulaire samenspraak een vroeg voorbeeld van succesvol no nonsens-pragmatisme dat pas veel later om opportune redenen het predikaat model meekreeg. Een continentaal poldermodel wenkt onverwachts aan de einder.