Een graadmeter

Wat er van het akkoord dat Netanyahu en Arafat vorige week onder voorzitterschap van president Clinton sloten, zal beklijven moet afgewacht worden. De eerste berichten uit Israel en Palestina stemmen niet tot optimisme. Maar dat er zo'n akkoord gesloten kon worden, is op zichzelf al bijna een wonder.

En dat bijna-wonder is grotendeels te danken aan het ijveren gedurende tien dagen en nachten, van een schijnbaar onvermoeibare Clinton. Zeker, zijn ijver diende niet alleen de zaak zelf, maar ook als bewijs dat hij, ondanks de afzettingsprocedure die het Congres tegen hem in gang heeft gezet, wel degelijk in staat is politieke invloed uit te oefenen en beslissingen te nemen.

Welnu, dat heeft hij met dat akkoord van Wye Plantation - wat de duurzaamheid ervan ook moge zijn - bewezen. Het oordeel, ook in deze rubriek uitgesproken, dat de president van de Verenigde Staten, 's werelds enige supermogendheid, tot begin 2001 vleugellam zou zijn, is aan herziening toe of moet op z'n minst opgeschort worden.

Meer nog dan dat succes op buitenlands-politiek gebied is het een succes aan het binnenlandse front dat heeft getoond dat Clinton nog lang niet uitgeteld is. Handig heeft hij de Republikeinse leiding in het Congres overspeeld in de onderhandelingen over de begroting. Zelfs heeft hij extra geld voor Democratische stokpaardjes, zoals onderwijs en milieu, in de wacht weten te slepen.

Vooral dat laatste zal zijn populariteit, die toch al ongekend groot is gebleven, nog verder ten goede komen. Immers, als puntje bij paaltje komt, geeft het Amerikaanse volk, zoals ieder volk, prioriteit aan eigen welzijn boven de toestand elders in de wereld. Vrede in ver afgelegen plaatsen is mooi, beter onderwijs voor de eigen kinderen is mooier.

Natuurlijk moet ook het verloop van de afzettingsprocedure afgewacht worden - en dat kan maanden duren - maar nu alvast is Clintons ogenschijnlijke immuniteit tegen de zwaarste aanvallen die tegen een president gelanceerd kunnen worden, een interessant en voor velen verrassend verschijnsel.

Dat verschijnsel heeft twee kanten. De ene is de figuur van de president zelf; de tweede is het Amerikaanse volk. Eigenlijk is de tweede kant belangrijker. Immers, presidenten komen en gaan; wat er in een volk zich voltrekt zijn processen van langere adem - culturele meer dan politieke processen, hoewel de politiek daar een meestal late weerspiegeling van is.

Dat het Amerikaanse volk niet meer zo puriteins is als een geliefd cliche in Europa wil, was al in het begin van de affaire die aanleiding heeft gegeven tot Clintons moeilijkheden duidelijk. Anders is die blijvende populariteit niet verklaarbaar. De speciale aanklager Kenneth Starr is, wat dat betreft, niet representatief. Cynische Europeanen zullen zeggen: de Amerikanen zijn volwassener geworden. Moet deze ontwikkeling onvoorwaardelijk toegejuicht worden? Niet als zij een teken is van een groeiende onverschilligheid bij de Amerikanen ten aanzien van zedelijke normen. Je hoeft per slot van rekening geen puritein te zijn om daar nog enige waarde aan te hechten.

Het lijkt een bewijs van volwassenheid te zeggen: Clinton mag best liegen wat zijn persoonlijke leven betreft; dat doen zovelen. Maar Clinton is niet zomaar iemand. Hij is de president. Afgezien van de voorbeeldfunctie die hij als zodanig heeft, roept zo'n `liberaal' standpunt onmiddellijk de vraag op: welke waarborg is er dat hij in zijn politieke leven niet liegt? Als hij er in zijn persoonlijk leven zo gemakkelijk van afkomt, wordt in elk geval de verleiding groot het ook in het politieke leven te doen.

Maar los daarvan: het is hoogst onbevredigend dat in een geval waarvoor de eerste de beste sergeant uit de dienst geschopt zou worden, de opperbevelhebber van de strijdkrachten vrijuit zou gaan.

Zoiets moet het moreel - niet alleen in de strijdkrachten - sterk ondermijnen. Wanneer het Amerikaanse volk die dubbele standaard duldt, is er iets flink mis.

We hoeven de methoden van Kenneth Starr, die inderdaad op een heksenjacht lijken niet te billijken om eraan te herinneren dat het oorspronkelijke motief van zijn onderzoek was uit te vinden of de president, in een heel andere zaak dan die van Paula Jones of Monica Lewinsky, de waarheid had gesproken.

Eenmaal op die zaken gestuit, handelde Starr op zichzelf niet onrechtmatig door na te gaan of hier van een bepaald patroon in 's presidenten omgang met de waarheid gesproken kon worden en of er misschien sprake was van een belemmering van de rechtsgang. Het was niet aan hem uit te maken of hierdoor het presidentschap al dan niet verlamd zou raken.

Die laatste overweging komt, omdat zij een bij uitstek politieke overweging is, het Congres toe. Als de afzettingsprocedure waartoe het besloten heeft de verlamming van de president ten gevolge zou hebben, zou dat eventueel de wetgevers, niet de speciale aanklager, verweten mogen worden. Maar die verlamming blijkt zoals hierboven vastgesteld, voorlopig nogal mee te vallen - waarschijnlijk tot verdriet van de voorstanders van die procedure. Ze hebben dan een politieke vergissing begaan.

Of ze alsnog hun trekken thuiskrijgen, zal in belangrijke mate afhangen van de uitslag van de verkiezingen van aanstaande dinsdag. Die zal ook een graadmeter zijn voor de seculaire ontwikkelingen in de Amerikaanse cultuur.

Correcties op een correctie

Ik begin me langzamerhand ernstige zorgen over mezelf te maken. Op 23 oktober citeerde ik hier de beginregel van Schillers Das Lied von der Glocke verkeerd.

Op 27 oktober maakte ik in een correctie hierop weer twee fouten. Ik schreef dat die beginregel luidt: “Fest gemauert in der Erden steht die Form in Lehm gebrannt...' Moet zijn: “...aus Lehm gebrannt.' Ook schreef ik: “Das Lied der Glocke.' Moet zijn: “...von der Glocke.'