Een betraand hoofd op de vergadertafel

De hoorzittingen van de Zuid-Afrikaanse Waarheids- en Verzoeningscommissie waren vaak emotionele bijeenkomsten. Gisteren presenteerde de commissie haar eindverslag van 30 maanden onderzoek. Een overzicht van de belangrijkste momenten.

Oost-Londen, april 1996. De eerste bijeenkomst van de commissie, in deze Oost-Kaapse stad, leidt tot hartverscheurende tonelen. Nabestaanden van slachtoffers van de apartheid vertellen hoe hun mannen, hun zonen of familieleden werden gemarteld en vermoord. Velen kunnen van ontroering hun verhaal niet afmaken. En uiteindelijk legt de commissievoorzitter aartsbisschop Desmond Tutu, zijn betraande hoofd op de vergadertafel.

Pretoria, oktober 1996. Een proces, geen hoorzitting. Eugene de Kock, een van de voornaamste beulen van de apartheid, staat terecht. De Kock leidde in de jaren tachtig het beruchte doodseskader Vlakplaas dat synoniem was aan moord en marteling. De Kock ondergaat zijn proces onbewogen. In de pauze van de urenlange zitting kout hij vrolijk met zijn broer Vossie. Rechter Willem van der Merwe veroordeelt De Kock uiteindelijk tot tweemaal levenslang plus 212 jaar cel wegens misdaden begaan uit naam van het vroegere apartheidsregime. Aangezien hij een spin was in het web van uitvoerders tijdens de apartheid moest De Kock op veel hoorzittingen van de Waarheidscommissie als getuige optreden. De commissie prijst hem hierom in haar eindverslag. “Wat zijn motieven ook waren vooral hij doorbrak de zwijgcode.' De Kock heeft amnestie gevraagd.

Port Elizabeth, november 1997. De familie van Steve Biko, in de jaren zeventig een van de meest geniale leiders in het verzet tegen de apartheid, zit tegenover diens moordenaars. Nkosinathi, zijn broer Samora en hun moeder Ntsiki versus vijf politieagenten die Biko in september 1977 als een voetbal rondschopten. Hij botste destijds uiteindelijk `per ongeluk' met zijn hoofd tegen een betonnen muur en stierf enige dagen later.

De vijf hebben grote moeite zich groot te houden. Er blijkt weinig spijt uit hun lichaamstaal, maarangst voor gerechtigheid. De 69-jarige Harold Snyman, toen hoofdinquisiteur van Biko krimpt ineen onder het spervuur van vragen door de raadsman van de familie. Hij vraagt de commissievoorzitter om genade. “Ik ben ziek en een oude man', zegt hij. Snyman biedt zijn excuses aan aan de weduwe en de zoons van Biko. Hij vraagt hun om vergiffenis. Maar de familie Biko kan dat niet. Nkosinathi legt later uit dat hij niet uit is op wraak, maar dat alleen straf hem genoegdoening zal schenken. Slotoordeel van de Waarheidscommissie gisteren: de politiemannen zijn schuldig aan doodslag.

Johannesburg, december 1997. Winnie Mandela wordt negen dagen lang voor de Waarheidscommissie doorgezaagd over haar aandeel in de activiteiten van de beruchte Mandela United voetbalclub, die eind jaren tachtig dood en verderf zaaide in Soweto. In het eindverslag van gisteren staat uiteindelijk onomwonden datgene wat iedereen al vermoedde: Winnie zelf was betrokken bij de terreur. Maar tijdens de hoorzittingen geeft ze geen krimp. Haar gezicht is een en al verontwaardiging, verongelijkte trekken. Hoe durft men haar, de zelfgekroonde `koningin van Afrika' en ex-vrouw van Nelson Mandela, zo valselijk te beschuldigen! Tientallen getuigen verhalen van de vreselijke dingen die zich destijds in haar huis afspeelden. Er wordt geschreeuwd, er wordt gehuild, maar niet door Winnie. Achter haar hangt een plakkaat van de commissie in het Afrikaans: Die waarheid maak seer, maar stilswye kan dood maak.

Pas aan het eind, op de allerlaatste dag, toont ze enige emotie. Als voorzitter Desmond Tutu haar smeekt “alstublieft, alstublieft, alstublieft' sorry te zeggen, merkt zij op: “Dingen gingen vreselijk mis, het spijt me wat er is gebeurd.' Maar van berouw is geen sprake.

Voor Winnie heiligde het doel de middelen. Nog steeds.

George, februari 1998. Ex-president P.W. Botha moet voor de rechtbank in zijn woonplaats George verschijnen omdat hij aanhoudend heeft geweigerd in levenden lijve tegenover de Waarheidscommissie te getuigen, hetgeen strafbaar is. Met zijn onafscheidelijke stoicijnse grijns op zijn gezicht verdedigt Botha zich tegenover landdrost Victor Lugaju, een van de weinige zwarte rechters in Zuid-Afrika. Botha verklaart voor niemand te zullen buigen, “alleen voor God'. Hij ontkent bovendien tijdens zijn bewind, tussen 1978 en 1989 iets verkeerd te hebben gedaan. Alles wat hij deed was uit naam van zijn `volk', de Afrikaners, in opdracht van God en gericht tegen `de communisten'.

Het proces wordt herhaaldelijk uitgesteld, maar in augustus wordt de 82-jarige Botha veroordeeld tot een boete van 10.000 rand (een kleine 3.500 gulden) of een gevangenisstraf van twaalf maanden wegens het desavoueren van de Waarheids- en Verzoeningscommissie. Botha kan nu opnieuw worden gedagvaard door de commissie. Het eindrapport stelt onomwonden dat tijdens het bestuur van P.W. Botha de mensenrechten in Zuid-Afrika op grote schaal werden geschonden, waarvoor hij de verantwoordelijkheid draagt.

Pretoria, 29 oktober 1998. Emeritus aartsbisschop Desmond Tutu houdt een rede bij de overhandiging van het eindverslag van zijn commissie. Er is opluchting in zijn gezicht. De dreiging van uitstel, door een juridische actie van het ANC, is afgewend. De geestelijke spreekt blijmoedig over blank en zwart die “samen voorwaarts zullen gaan'. Een zwart koor zingt spirituele liederen. En als alle plichtplegingen achter de rug zijn, als Mandela zijn speciaal in leer gebonden exemplaar van het rapport heeft ontvangen, is er tijd voor een dansje.