Dichter in gewelddadige wereld; TED HUGHES (1930-1998)

Ted Hughes, die woensdag in zijn huis in Devon op 68-jarige leeftijd overleed aan kanker, was een van de productiefste en belangrijkste Engelse dichters van deze eeuw. Voor zijn oeuvre van dichtbundels, kinderboeken, kritieken, verhalen en toneelstukken ontving hij talloze prijzen en onderscheidingen. Hij was sinds 1984 de Britse poet laureate (hofdichter) en kreeg twee weken geleden van koningin Elizabeth de exclusieve `Order of Merit' uitgereikt; het was Hughes' laatste verschijning in het openbaar.

Al in zijn vroege poezie legde Hughes een grote belangstelling aan de dag voor mythen. Die invloed zou als een rode draad door zijn hele oeuvre heenlopen, vanaf zijn eerste gedichten over dieren tot aan zijn herschrijving van de klassieke verhalen in het magistrale Tales from Ovid (1997) en zijn in januari verschenen sensationele bundel gedichten over zijn gedoemde relatie met de Amerikaanse dichteres Sylvia Plath, Birthday Letters. Het was de tragiek van Hughes' dichterschap dat ook zijn priveleven mythische proporties aannam, niet in de laatste plaats door zijn huwelijk met Plath. Hierdoor werd in brede kring de belangstelling voor zijn werk overschaduwd door het mediaspektakel rond zijn persoon.

Hughes werd op 17 augustus 1930 geboren in het plaatsje Mytholmroyd in Yorkshire. Hij studeerde Engels in Cambridge, maar stapte over naar antropologie en archeologie. Zijn eerste dichtbundel, The Hawk in the Rain (1957), trok al direct de aandacht met z'n dreigende, felle gedichten waarin het leek alsof Hughes zich het instinct van een roofdier eigen wilde maken. In latere bundels als Lupercal (1960), Pike (1959), en Crow (1970), werkte hij zijn thema van een gewelddadig, onverschillig universum verder uit, waarbij hij zowel de schoonheid als de wreedheid van de natuur liet zien: `Pike, three inches long, perfect/ Pike in all parts, green tigering the gold./ Killers from the egg: the malevolent aged grin' (uit Pike).

In Cambridge vond ook de ontmoeting plaats waar Hughes later een kosmische betekenis aan zou toekennen: `That day the solar system married us/ Whether we knew it or not', schreef hij in Birthday Letters over de eerste keer dat hij Plath zag. Ze trouwden in 1956, en kregen twee kinderen.

In 1962 verliet Hughes echter Plath en hun kinderen voor een andere vrouw. Vier maanden later pleegde Plath zelfmoord. Voor de feministische literatuurkritiek werd Hughes de boeman die het gevoelige genie Plath de dood in had gejaagd, opzettelijk haar dagboeken had achtergehouden en onderzoekers tegenwerkte. Daarbij werd over het hoofd gezien dat Plath bij haar dood nagenoeg onbekend was, en dat Hughes daarna voor de publicatie van het grootste gedeelte van haar gedichten heeft gezorgd. Hughes' consequente weigering om over Plath te praten werd geinterpreteerd als hardvochtigheid. De rest van zijn carriere zou hij geplaagd worden door demonstraties op universiteiten, fel-feministische artikelen en boeken, en Plath-fans die zijn achternaam van haar grafsteen afbeitelden.

Hughes trok zich steeds meer terug en bleef zijn steeds mildere natuurpoezie schrijven. Ook maakte hij zich populair met zijn verhalen en gedichten voor kinderen, waarvan The Iron Man (1968) door bijna elk Engels schoolkind wel is gelezen. Met Tales from Ovid kwam hij in 1997 terug in de schijnwerpers. Het boek werd bejubeld om zijn heldere beelden, de uitzonderlijke precisie, de soepele taal en de emotionele intensiteit. Een jaar later bevestigde Hughes deze opleving van zijn poetische creativiteit met Birthday Letters (net bij Meulenhoff verschenen als Verjaardagsbrieven, in een vertaling van Peter Nijmeijer). Dit leidde weer tot speculaties over Hughes' motieven, aangezien hij er ook deze keer weer zweeg. Zoals nu bekend is geworden, was het Hughes' wens om deze gedichten, die aanvankelijk niet voor publicatie bedoeld waren, voor zijn dood uit te brengen, `als de dichtste benadering van een autobiografie' aldus uitgeverij Faber & Faber.

Was Hughes voor 1997 al de schrijver van een groot en gevarieerd oeuvre, met Tales from Ovid en Birthday Letters heeft hij daar een uitzonderlijk oeuvre van gemaakt. De persoonlijke mythe van Hughes en Plath zal nog wel geruime tijd voortbestaan. Maar wellicht zal, nu Hughes de man (en `man van ...') er niet meer is, de aandacht zich eindelijk verleggen naar Hughes de dichter.