De Vlaming wordt volwassen

Belgie heeft de afgelopen vijf jaar een serie merkwaardige begrafenissen beleefd. Ze werden bezocht door duizenden Belgen die hun regering ter verantwoording riepen. Het begon met de dood van koning Boudewijn, toen Belgen plots beseften dat hun land uiteenvalt en de monarchie een van de laatste instituten is die het nog bijeen houdt. Daarna waren er de druk bezochte diensten voor de door de hormonenmaffia vermoorde veearts Karel van Noppen, voor de vier door Marc Dutroux ontvoerde meisjes, vorig jaar voor het vermoorde Marokkaanse meisje Loubna Benaissa en een maand geleden nog voor de Nigeriaanse asielzoekster Semira Adamu die overleed na hardhandig optreden van de rijkswacht.

Op al die bijzondere begrafenissen verklaren mensen zich te schamen Belg te zijn (ze bestaan dus toch) en eisen ze verandering. Belgen, die gewoonlijk niet snel in actie komen om te protesteren tegen autoriteiten vragen zich ineens verontwaardigd af in wat voor land ze eigenlijk leven en komen tot de onbevredigende conclusie: een uiteenvallend land waar de overheid haar kinderen niet beschermd. Ze verwijten de `heren ministers' dat ze niet opkomen voor de belangen van de bevolking. `Ontwaak. Doet iets. Het volk, het volk!' schreeuwde een vrouw naar de minister van Justitie in de zomer van 1996 op de begrafenis van de door Dutroux ontvoerde Julie en Melissa. Voor politici waren toen in de kerk geen speciale plaatsen gereserveerd. Bij de dienst enkele weken geleden voor Semira Adamu werden ze zelfs niet binnengelaten. `De overheid heeft haar fundamentele rol vergeten: het beschermen van de zwakken in de samenleving', constateerde een rouwende student.

Volksemoties

Politici laten zich telkens verrassen door de volksemoties. Ze vragen zich vertwijfeld af waar die plotselinge behoefte van een introvert volk als de Belgen om zich `te outen' vandaan komt. De begrafenissen zijn de symptomen van een diepe relatiecrisis tussen de Belgische burger en de politiek. `Belgie zit niet goed in zijn vel', beaamde de eerder dit jaar afgetreden minister van Justitie Stefaan de Clerck. Hij wees er op dat politici jarenlang nauwelijks aandacht hebben besteed aan `het gewone behoorlijke bestuur'. Ze kwamen amper toe aan de modernisering van justitie en politie, het asielbeleid of de strijd tegen de hormonenmaffia omdat ze veel energie staken in de staatshervorming die Belgie de afgelopen decennia veranderde van een eenheidsstaat in een federale staat.

Ook nu lopen Vlaamse politici zich al weer warm voor een volgende ronde in de staatshervorming in 1999, die nieuwe bevoegdheden moet geven aan Vlaanderen en Wallonie.

Maar Belgen vragen helemaal niet om meer regionale autonomie, argumenteren drie wetenschappers in `Zijn er nog Belgen', het interessantste hoofdstuk van het net verschenen boek Belgische Toestanden. Zelfs Vlamingen vragen niet massaal om meer bevoegdheden voor hun gewest. In het Franstalig deel van het land is de bevolking al helemaal geen vragende partij. De auteurs baseren hun stelling op opiniepeilingen, waaruit blijkt dat Vlamingen geen blijk geven van een sterke Vlaamse nationaliteit. Integendeel, sinds enige tijd groeien de `Belgische' gevoelens: steeds meer Vlamingen voelen zich eerder Belg dan Vlaming. Walen en Brusselaars hebben altijd al meer van Belgie gehouden. Als ze in Wallonie opkomen voor hun regionale belangen, is dat meestal een defensieve reflex. Opmerkelijk is ook wat de auteurs omschrijven als de Belgische `kerktorennationaliteit': meer dan met hun regio of land identificeren Belgen - en vooral Vlamingen - zich met hun gemeente of stad.

De auteurs signaleren een `wijde kloof' tussen de Vlaamse bevolking en de Vlaamse politieke elite die blijft streven naar meer regionale macht en er ook voor zorgt dat dit thema centraal staat in de Belgische politieke discussie. Hoe is die kloof te verklaren? Uit een generatiekloof, betogen de politicologen. Vlamingen onder de veertig en boven de zestig zijn eerder Belgisch-gezind dan flamingant, maar zij bezetten de bestuursfuncties niet (meer). De politici die nu de macht hebben daarentegen, maakten bewust de jaren zestig mee, een cruciale periode in de Vlaamse `ontvoogdingsstrijd'.

Het was de tijd van het vastleggen van de taalgrens en van de strijd voor een volledig Nederlandstalige universiteit in Leuven, onder de leuze `Leuven Vlaams'.

In het collectieve bewustzijn van die generatie is het verontwaardigd gevoel dat Vlamingen worden achtergesteld nog altijd niet verdwenen. De generatie na hen weet echter niet beter dan dat Vlaanderen niet alleen het economische en getalsmatige, maar ook het politieke overwicht heeft. Voor hen is het vanzelfsprekend dat de Belgische premier Vlaams is, dat je een universitaire studie in het Nederlands kunt afronden en dat je niet meer wordt uitgelachen als je in een Brussels cafe Nederlands spreekt. Jonge Vlamingen hebben zich daarom meer verzoend met hun land.

Nieuwe generatie

Als de stelling klopt, dan moet het streven naar steeds meer bevoegdheden voor Vlaanderen verminderen wanneer straks een nieuwe generatie politici aan de macht komt - als het dan voor Belgie nog niet te laat is. Hoewel, de auteurs signaleren terecht dat de huidige politieke elite instellingen heeft gecreeerd die het aan zichzelf verschuldigd zijn om het regionale nationalisme uit te dragen zoals de Vlaamse en Waalse minister-president en de gewestelijke parlementen en regeringen. Die instellingen, die hun bestaansrecht moeten rechtvaardigen, ontwikkelen een eigen dynamiek en nieuwe eisen voor meer bevoegdheden. Belangrijk is ook de rol van een groot deel van de Vlaamse pers, die enthousiast de regionale eisen verwoordt.

Het communautaire debat over meer bevoegdheden voor Vlaanderen en Wallonie staat centraal in Belgische toestanden, een handboek-Belgie-voor-gevorderden. Die aandacht is terecht, want je kunt Belgie alleen doorgronden met begrip van de krachten die het land in zijn bestaan bedreigen.

Het boek, bestaande uit een twintigtal bijdragen van Vlaamse, Waalse, Brusselse en `nieuwe' Belgen, is gericht op Nederland en Frankrijk waar het verschijnt onder de titel Ou va la Belgique. Helaas geven de auteurs geen antwoord op de brandende vraag of Belgie zal blijven bestaan. Nu eens schrijven ze `de hypothese voor het verdwijnen van Belgie lijkt plausibel', dan weer `intussen bestaat Belgie nog wel degelijk en dit nog steeds tot het bewijs van het tegendeel'.

Hun conclusie is dat de toekomst van het land onzeker is, maar dat had de lezer ook zelf kunnen bedenken. Wel kun je op basis van dit boek concluderen dat de meerderheid van de Belgen allerminst zit te wachten op de begrafenis van hun land. Zelfs Vlamingen blijken zich in hun stemgedrag nauwelijks te laten leiden door Vlaams nationale opvattingen. En dat is op zich al een interessante vaststelling over een land waar, amper een jaar na het losbarsten van de affaire-Dutroux die toch genadeloos had aangetoond hoezeer hervormingen van politie en justitie nodig waren, de politieke discussie al weer werd beheerst door een brief van de Vlaamse overheid die de rechten van Franstaligen in de Vlaamse randgemeenten rond Brussel moest beperken.