De vermoorde onschuld spreekt

In Algerije wordt een volk vermorzeld tussen islamitische bendes en een militaire junta. Sinds de aanvang van die strijd in 1992 zijn meer dan 100.000 mensen het slachtoffer geworden. Aanleiding tot de strijd was de verkiezingsoverwinning van het `Front Islamique du Salut' (FIS) in 1991. Het leger greep in, verving de president door een generaal en deed het FIS in de ban. Het gevolg was een burgeroorlog, die tot op de dag van vandaag voortduurt.

De Franse journalist Patrick Denaud bezocht de politici van het FIS in ballingschap. Een jaar lang voerde hij gesprekken in Brussel, Bonn en Londen met de vier belangrijkste voormannen. Onder andere met wie Rabah Kebir, bij ontstentenis van zijn `historische aanvoerders' die dood zijn of gevangen zitten, de leider van het FIS. Het boek is een collage van interviews, krantenberichten, fragmenten uit rapporten van Amnesty International en officiele verklaringen van het FIS. Aan het einde van het boek vindt men een kalender van het geweld dat plaats vond tijdens het onderzoek van de schrijver: autobommen, aanslagen op markten, dorpen die uitgeroeid zijn.

De reactie van de ballingen op vragen van Renaud over wandaden van het FIS is veelzeggend: zij kennen de feitelijke toedracht niet goed, zelf hebben zij met het gebeuren niets te maken waarschijnlijk zit de Algerijnse geheime dienst er achter of een Franse geheime dienst. Informatie over de eigen militaire acties van het FIS weigeren ze te geven, buiten de herhaalde verzekering dat ze in het veld present zijn. Alle terreurdaden schrijven zij toe aan de militairen of aan het concurrerende GIA (Groupe Islamique Arme). Beurtelings zou het GIA uit fanatici (`Afghanen') en gewone misdadigers bestaan of onder bevel van de Algerijnse militairen opereren.

Ook als men met de argwaan rekening houdt die in hun uitlatingen doorklinkt, is hun al dan niet bestudeerde onwetendheid het meest opvallend. Dat maakt het moeilijk het FIS op zijn daden te beoordelen. Blijft de democratische gezindheid die uit de woorden van de ballingen spreekt. Er is hun veel aan gelegen de journalist te overtuigen van de bereidheid tot een dialoog, ook en in de eerste plaats met de militairen.

Het FIS wil graag als normale democratische partij poseren. Dat valt niet mee. De voormannen beweren wel dat ze de ideologische strijd alleen via de stembussen willen voeren maar uit interne bulletins blijkt dat het hun vooral om de naleving van de shari'a, de islamitische wet, te doen is. Denaud haalt een Algerijnse journalist aan die vermoedt dat het FIS een onderscheid maakt tussen `politieke vrijheden' en `goddeloze vrijheden', zoals de gelijkheid van man en vrouw, en de religieuze neutraliteit van school en staat. In tegenspraak met de beleden tolerantie jegens andersdenkenden zijn ook de snijdende uitspraken over joden, christenen en westerlingen in het algemeen, die voor intern gebruik bestemd zijn.

Maar wil Algerije uit de bloedige impasse geraken waarin het nu verkeert, wil het kaf van het koren worden gescheiden in de gelegenheidsformatie die het FIS nu is dan zullen deze ballingen de kans moeten krijgen de daad bij het woord te voegen. Zeven jaar geleden verlangden de Algerijnen dat al. Dan kunnen de islamisten ook aan de democratische verzekeringen worden herinnerd die de Franse journalist uit hun mond heeft opgetekend.