De bedachte realiteit; De galerie

In een tijdperk dat foto's massaal digitaal bewerkt en gemanipuleerd worden, is de fotografie veranderd en niet langer een kunstvorm met objectieve en documentaire eigenschappen. Veel hedendaagse kunstenaars, onder wie Inez van Lamsweerde, Jeff Wall, Micha Klein en Danielle Kwaaitaal, maken gebruik van deze nieuwe mogelijkheden. Hun fotografische beelden refereren nog wel aan de werkelijkheid, maar zijn in feite vrucht van een bedachte realiteit.

De kleurenfoto's die onder de titel Shot without reason in de Bloom Gallery tentoongesteld worden, zijn weliswaar niet met de computer bewerkt, maar nemen toch de toeschouwer mee in een fantasiewereld. De foto's, die lijken op toevallig genomen snapshots van alledaagse onderwerpen, zijn tot in de details geensceneerd. Julika Rudelius fotografeerde groepjes jongeren op straat, rondhangend op het schoolplein of sigaretten rokend op een parkeerplaats. Haar werk lijkt sociaal-documentair, ware het niet dat haar foto's zorgvuldig geregisseerd zijn. Rudelius, die dit jaar afstudeerde aan de Rietveld Academie, vroeg de scholieren te poseren in de houding waarin zij ze aantrof. Een allochtoon meisje met hoofddoekje veegt aandoenlijk een vuiltje van de wang van haar vriendin, waarbij een derde meisje gespannen toekijkt. De terloopse handeling wordt door de fotografe opgewaardeerd tot een bijna theatraal gebaar.

Een andere foto van Rudelius toont twee stoere skaters die op een slagboom bij het Amsterdamse havengebied hangen. Het skatebord dat naast hen tegen een paaltje geparkeerd staat, is plotseling een attribuut dat bijdraagt aan de karakterschets van de jongens. Ook de hijskraan op de achtergrond, waar je als bungeejumper met een elastiek aan je enkels vanaf kunt duiken, is in deze context een decorstuk. Weinig is aan het toeval overgelaten.

Misleidend is de serie foto's die Barbara Visser aan John Lennon en Yoko Ono wijdde. Het beroemde paar vertoefde jaren geleden een week in een hotelbed van het Amsterdamse Hilton om te protesteren tegen het oorlogsgeweld. Op het eerste gezicht lijkt een van Vissers foto's een waarheidsgetrouwe opname van deze legendarische gebeurtenis, maar dan blijkt hoe onwaarschijnlijk het is dat Visser erbij aanwezig zou zijn geweest.

De kunstenares was nog een puber toen Lennon in 1980 werd vermoord, en maakte de foto in het Parijse wassenbeelden-museum Musee du Rock, waar de protestactie is nagebouwd. Door de scene te fotograferen, lijken de wassen poppen zelfs levensechter dan ze in werkelijkheid zijn. Ook de foto die Visser daadwerkelijk in het Hilton maakte van een Koreaanse jongen - languit op hetzelfde bed en met zonnebril is hij het evenbeeld van Yoko Ono - is niet van echt te onderscheiden.

Het tegenovergestelde is het geval met het werk van de Amerikaan Philip-Lorca diCorcia. Zijn foto's van anonieme passanten in drukke winkelstraten zijn zo evenwichtig van compositie en zo fraai belicht dat zij eruit zien als stills uit een niet bestaande film. Het lijkt, net als bij de foto`s van Jeff Wall, of de mensen er niet toevallig zijn, of alle details tot in de puntjes geregisseerd zijn. Toch gaat het hier om foto's van de realiteit. Hun dramatische karakter danken ze aan het gebruik van flitslicht.

Fictie en realiteit lopen door elkaar op de tentoonstelling bij Bloom. Bij iedere foto opnieuw is het de vraag of het een momentopname van de dagelijkse werkelijkheid of een gespeelde scene betreft. Wie zijn deze mensen die zo zorgvuldig zijn geportretteerd en waarom zijn ze hier? De portretten van tienermeisjes die de Engelse fotografe Sarah Jones laat zien, bieden de minste aanknopingspunten. De beeldschone, zwaar gemaquilleerde pubers poseren op bed, in een kamer die meer op een onpersoonlijke hotelkamer lijkt dan een tienerkamer, of ze kruipen onder de tafel in een weelderig ingerichte woonkamer. Zijn het professionele modellen of erfgenamen van een adellijke familie? We komen er niet achter en eigenlijk geeft het ook niet.