Cohen voor EU-aanpak; `Urgentie van vluchtelingenprobleem wordt erkend'

Staatssecretaris Cohen (Justitie) heeft in Wenen overlegd met zijn collega's van de Europese Unie over de grensoverschrijdende problemen van vluchtelingen en asielzoekers. Een vraaggesprek.

Onder een rijk gedecoreerde kroonluchter zakt staatssecretaris J. Cohen (Justitie) in een zwarte fauteuil. Hier, in de Wiener Hofburg debatteerden de Europese ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken de afgelopen dagen over de problemen met asiel en migratie.

Aanleiding was een voorstel van de Oostenrijkers, op dit moment voorzitter van de Europese Unie, voor een gemeenschappelijk asielbeleid. Het voorstel, dat begin september uitlekte in de pers, deed veel stof opwaaien; de Oostenrijkers stelden impliciet het VN-Vluchtelingenverdrag uit 1951 aan de orde. Het voorstel is inmiddels aangepast en de gewraakte passage is verdwenen.

Staatssecretaris Cohen heeft in Wenen gepleit voor een onderzoek op Europese schaal.

Wat is het nut van een onderzoek naar een Europese asielprocedure?

“Het ene land na het andere land past zijn beleid aan. Maar wij, de Europese landen, moeten voorkomen elkaar te overbieden in strengheid. De problemen moeten op Europees niveau worden aangepakt. Daarom hebben we gisteren dit onderzoek, deze studie voorgesteld. Natuurlijk weten we al dat Europese harmonisatie nodig is maar niet eerder hebben we een studie van deze omvang gedaan. En we gaan met z'n allen om de tafel zitten, dat is heel interessant.'

Denkt u niet dat de Fransen, Italianen en Portugezen na vijf minuten van die tafel opstaan en weglopen?

“Nee. De reactie van de Fransen op ons voorstel was niet strikt afwijzend. Dergelijke landen hebben ook een probleem. De Fransen ontvangen dan niet zoveel asielzoekers, ze kampen wel met veel illegalen in hun steden. Italie wil ook praten, realiseert zich ook een probleem te hebben. De sfeer verandert, heb ik hier gemerkt.

De urgentie wordt, sneller dan ik had gedacht, onderkend.'

In de Tweede Kamer heeft u juist gewaarschuwd niet te veel van Europa te verwachten. Dat kan nog jaren duren, zei u.

“Ik heb dat inderdaad gezegd en het is zeker waar. We lossen dit niet van vandaag of morgen op; daar gaan jaren overheen. Maar nogmaals, de urgentie wordt in snel tempo onderkend. We moeten ook niet doen alsof Nederland het enige land is dat ineens, out of the blue, de mensen niet kan opvangen en hun asielaanvragen niet meer kan verwerken. Duitsland heeft problemen, Belgie Zwitserland, Engeland, Italie. En dat relativeert ook kritische geluiden in Nederland, dat de problemen van de afgelopen maanden alleen zijn ontstaan omdat wij geen beleid hebben gevoerd.'

Komt het Oostenrijks voorstel voor een gezamenlijk Europees asielbeleid dan juist op het goede tijdstip?

“Ik ben blij dat de Oostenrijkers het asielbeleid op de agenda hebben gezet. Het voorstel moet wel een betere balans krijgen; het is niet alleen kommer en kwel met asielzoekers en migranten. Sommige voorstellen zijn te weinig concreet, andere roepen vragen op. Maar er zitten goede elementen in het Oostenrijkse plan. In het K4-comite van hoge ambtenaren zal het voorstel daarom verder worden besproken.'

Vindt u bijvoorbeeld, zoals de Oostenrijkers voorstellen, ook dat landen van herkomst die niets aan de oorzaken van migratie doen, moeten worden gekort op ontwikkelingshulp?

,.Het is niet raar om ontwikkelingshulp en migratie met elkaar in verband te brengen. Ik wil daar nog over praten met collega Herfkens van Ontwikkelingssamenwerking. Maar over korten op ontwikkelingshulp moeten we wel heel goed nadenken.

Ik ben overigens wel blij dat de passage over het opzeggen van het VN-Vluchtelingenverdrag is geschrapt, al geloof ik niet dat de Oostenrijkers het zo hadden bedoeld. We moeten heel voorzichtig zijn met aanpassingen van het Verdrag van Geneve. Natuurlijk, we leven nu in een andere tijd dan toen het verdrag werd opgesteld. De stromen vluchtelingen zijn veranderd, er zijn grote groepen ontheemden gekomen, op de vlucht voor oorlogs- en etnisch geweld.'

Europees vluchteling-commissaris Gradin wil juist het verdrag uitbreiden, onder meer door ontheemden tijdelijke bescherming te bieden.

“Ja, en dat brengt ons weer terug op de oude vraag. Wat moeten we met ontheemden doen? In Nederland, dat een ruimere interpretatie van het VN-Vluchtelingenverdrag kent dan sommige andere landen, vragen vluchtelingen die vrezen voor vervolging en mensen op de vlucht voor oorlogsgeweld allebei om asiel. We kunnen ontheemden wel tijdelijk opvang bieden, maar ze vragen ook asiel aan, vragen ook om een permanente verblijfsvergunning. Dat is het probleem en er moet een oplossing voor komen, maar ik weet nog niet welke.'