Bizons stormen door het museum

Bij het kampvuur in de tipi zit Dansende Wilg. Buiten brult de stormwind. Dansende Wilg luistert naar een zeurderig verhaal van opa Zwarte Eland. Dansende Wilg gaapt. Hij wil nog naar de opgezette bizon toe. En naar de film over de Slag bij Wounded Knee.

De stem van Zwarte Eland staat op een bandje. Hij is al vijftig jaar dood. Ook de stormwind staat op een bandje. En het vuur is nep. Dansende Wilg zit niet in het Wilde Westen, maar in Leiden. In het Rijksmuseum voor Volkenkunde. Daar is een tentoonstelling over Indianen aan de gang. Midden in het museum staat een enorme tipi. Die is wel echt.

De tentoonstelling is via verschillende 'Paden' te bewandelen. Je kunt over het Pad van de Wijze Man, van de Krijger, of van de Jager. Wilg kiest voor het Pad van de Vrouw. Eerst komt hij bij een enorme kampeertent. Dat is de tipi. Wij noemen het een wigwam maar dat is eigenlijk fout. Indianen die op de Grote Weilanden leefden, reisden hiermee rond als ze op bizonjacht waren.

Bij het Pad horen verschillende vragen. Je moet bijvoorbeeld Indianentaal ontcijferen. En weten waar een jurk van is gemaakt. Als je de vragen goed invult, vormen de letters een Indianennaam. Zo komt Dansende Wilg ook aan zijn naam. Eigenlijk heet hij gewoon Wilfred Takken. Bijna had hij een vraag fout gemaakt. Dan was zijn naam Woeste Vlieg geweest.

Na de tipi komt Wilg langs een paar mooie verentooien en langs een schaalmodel van een weiland vol bizons. De opwindende sfeer van de bizonjacht komt goed over. De bizons, zo groot als muizen, stormen over de vlakte. Met je oor tegen de grond kun je het gebulder van hun hoeven horen.

Dansende Wilg krijgt er spijt van dat hij het Pad van de Vrouw heeft gekozen. Krijgers en Jagers krijgen spannende opdrachten over bizonjacht en oorlogsdans. Dansende Wilg moet een reiswieg, een voddige jurk en geborduurde pantoffels bekijken. De vragen zijn saai. Wat kan hem het schelen of die jurk van hertenhuid of bizonhuid is gemaakt? Het leven van een Indianenvrouw moet ontzettend suf zijn geweest.

Gelukkig is er ook iets heel moois: een echte bizon die een Indiaan met paard en al in de lucht gooit. Het zijn dode dieren die zijn opgezet. De Indiaan is een pop. Het ziet er heel echt uit. Het dode paard heeft zelfs schuim op zijn lippen.

Er is ook een film over Wounded Knee. Bij dat plaatsje in Amerika zijn in 1890 meer dan tweehonderd Indianen doodgeschoten. Slechts een baby overleefde de massamoord. Zij heette Verdwaald Vogeltje. Zij werd opgevoed door een kolonel, die zelf had meegedaan aan de moord. Toen zij twintig was ging Verdwaald Vogeltje alsnog dood.

Eigenlijk is het een droevige tentoonstelling. Het gaat over een volk dat bijna is uitgeroeid. De indianen die nu nog leven, zijn vaak werkloos en aan de drank. Ook de bizons waren bijna uitgestorven. Op een bordje staat dat het nu wat beter met ze gaat: “In veel supermarkten kun je tegenwoordig bizonburgers kopen.'