Abuis

De hoofdredacteur van de Volkskrant denkt nog na of hij in beroep zal gaan tegen de uitspraak van de rechter, waarin het interview met de voormalige NOC-voorzitter Huibregtsen onrechtmatig wordt genoemd. Als ik hoofdredacteur van de Volkskrant was zou ik het er niet bij laten zitten, want die uitspraak is onzinnig. Het gaat er kennelijk om hoe letterlijk Huibregtsen door Volkskrant-journalist Hans van Wissen is geciteerd. Woorden als laf en saboteren, zouden in de tekst lafheid en saboteur zijn geworden, en dat mag niet van de rechter.

In mijn journalistieke leven heb ik vele interviews gemaakt en het zou mij verbazen als meer dan 1 procent van alle door mij opgetekende woorden en zinnen ook precies zo zijn uitgesproken. Als ik me echt aan de eis van letterlijkheid had gehouden, zouden al die interviews vol hebben gestaan met kromme zinnen, stijlfouten en talloze andere ongerechtigheden die nu eenmaal wel in de spreektaal maar niet in de schrijftaal geaccepteerd zijn. Bovendien zijn de geïnterviewden bijna altijd blij met de stilistische opknapbeurt van de journalist. Je wilt als geïnterviewde nu eenmaal niet als een hakkelaar de geschiedenis ingaan.

Maar wat gebeurt er als de twee partijen het achteraf oneens zijn over de weergave? In het blad Mr. schijnt mr. R. Gisolf, president van de Amsterdamse Rechtbank, gezegd te hebben: ,,Als een geïnterviewde zegt dat hij verkeerd geciteerd is, heeft hij altijd gelijk. De schade die iemand lijdt doordat zijn in een emotionele toestand gedane uitspraken worden gepubliceerd, komt volledig voor rekening van de journalist of zijn werkgever.' Kortom, met een beroep op de emotionele toestand waarin iemand verkeerde, kan hij (of zij) achteraf altijd eisen dat zijn (of haar) woorden worden herroepen, zelfs al liegt hij (of zij) in tweede instantie tegen de klippen op. Dat is een tamelijk macabere opvatting van de relatie tussen interviewer en geïnterviewde.

Als ik de hoofdredacteur van de Volkskrant was, zou ik dus in hoger beroep gaan, maar als ik Hans van Wissen was, zou ik tegen Huibregtsen een proces beginnen wegens smaad. Huibregtsen heeft Van Wissen, aldus Van Wissen, `een rat' genoemd. Er mag onenigheid zijn over het gebruik van aanhalingstekens, maar dat rechtvaardigt zo'n kwalificatie op geen enkele manier, zelfs niet wanneer de emotionele toestand waarin de heer Huibregtsen verkeerde, in aanmerking wordt genomen. Als ik Van Wissen was, zou ik zoiets niet accepteren. Hier past een fikse schadevergoeding.

Dat alles neemt niet weg dat de Volkskrant in sommige gevallen wel eens wat grootmoediger zou mogen rectificeren. Neem bijvoorbeeld het stukje van Gerard Mulder afgelopen zaterdag in het katern Stroom. Daarin schreef Mulder dat Gerard van Westerloo al snel na zijn aantreden als hoofdredacteur bij de Groene Amsterdammer een onkostennota van ƒ10.000 had ingediend. Dat hoefde niet te verbazen, want als redacteur van Vrij Nederland leefde Van Westerloo ook al op een grote declaratievoet, onthulde Mulder op zo'n toontje dat je ook wel in de roddelbladen tegenkomt.

Helaas bleek het allemaal niet waar. Twee dagen later viel in het rubriekje Abuis te lezen dat `Mulder zich daarbij baseerde op een publicatie in de Nieuwe Revu, maar niet wist dat dat weekblad het betreffende bericht inmiddels heeft gerectificeerd.'

Dat was nogal vreemd, want in zijn stukje over Van Westerloo had Mulder Nieuwe Revu helemaal niet genoemd. Met andere woorden: Mulder had zonder bronvermelding een bericht uit de Nieuwe Revu overgenomen, maar toen dat bericht onjuist bleek, waren hij en de Volkskrant toch niet te beroerd om de schuld gauw weer naar de Nieuwe Revu terug te schuiven. Een opmerkelijke tournure voor iemand die altijd roept dat een journalist alles dubbel moet checken, voor iemand die anderen er altijd graag op wijst dat het een doodzonde is om iets zonder bronvermelding over te nemen, voor iemand die altijd met een zeker dédain schrijft over bladen als de Nieuwe Revu en voor iemand die er zich op voorstaat dat hij opkomt voor de mores van de goudeerlijke, ouderwetse journalistiek.