Aanval van VS trof Pakistaanse kampen

Bij de Amerikaanse raketaanvallen in augustus op bases in Afghanistan zijn niet alleen studenten van de terrorist Osama bin Laden gedood, maar vooral Pakistaanse militanten die werden opgeleid voor de strijd in Kashmir.

Midden in de nacht van 20 op 21 augustus sloten de Pakistaanse autoriteiten de grens met Afghanistan voor alle verkeer, behalve voor de degenen die enkele uren eerder gewond waren geraakt bij de Amerikaanse raketaanvallen op de zes vermeende terroristische kampen van de Saoedische banneling Osama bin Laden. Zelfs de Afghaanse minister voor grenszaken van de Talibaan, Jalaluddin Haqqani, die op dat moment op Pakistaanse bodem verbleef, werd tegengehouden. Tot zijn stomme verbazing mocht Haqqani zijn eigen land niet meer in om zich op de hoogte te stellen van de schade die de Amerikanen hadden aangericht. Het telefoonverkeer in de regio werd onderbroken en het ziekenhuis van het Pakistaanse stadje Miramshah, niet ver van de Amerikaanse doelen in Khost, hermetisch afgesloten door het leger.

Dat de Pakistaanse regering in zijn maag zat met de Amerikaanse vergelding voor de bomaanslagen op de ambassades in Kenia en Tanzania was duidelijk. De tientallen raketten die vanaf de Arabische Zee werden afgevuurd, waren gericht tegen een islamitische bondgenoot. Maar de regering van premier Nawaz Sharif had een nog veel grotere zorg. De meeste slachtoffers vielen niet onder de studenten van Osama bin Laden, maar onder Pakistaanse militanten die in opleiding waren voor de separatistische opstand in het Indiase deel van Kashmir. De Pakistaanse regering ontkent al jaren ten stelligste dat zij de opstand in Kashmir voedt met wapens of met Pakistaanse militanten, waarvan India de Pakistanen beschuldigt.

De Amerikanen hadden, zonder het zelf te weten, een pijnlijke Pakistaanse zenuw blootgelegd in Afghanistan. “De Pakistaanse regering is geweldig in verlegenheid gebracht', zegt een Pakistaanse journalist in Peshawar, niet ver van de Pakistaans-Afghaanse grens aan de voet van de Khyber-pas.

“Toen de opleidingskampen werden gebombardeerd was de hele wereld er plotseling getuige van dat Pakistan militanten stuurt naar Kashmir.'

Een van de opleidingskampen, die de Amerikanen beschreven als de “grootste en meest uitgebreide universiteit voor sunnitische moslimterroristen ter wereld' was van de Harkatul Mujahideen, een Pakistaanse militante groepering die zeer nauwe banden heeft met de Talibaan en in Afghanistan zelfs bekend staat als de `Pakistaanse Talibaan'. Onder haar vorige naam, Harkatul Ansar, was de groep onder meer verantwoordelijk was voor de verdwijning van vier Westerse toeristen in het Indiase deel van Kashmir, in december 1994. Een van hen, een Noor, werd vermoord teruggevonden, de anderen worden nog vermist. Nadat de VS de groep in de nasleep van de verdwijningen als een terroristische organisatie bestempelden, veranderden de militanten hun naam, maar zetten hun werk in Kashmir voort.

De zes kampen die het doelwit waren van de Amerikanen, liggen in een ruig berggebied aan de Pakistaans-Afghaans grens. Een deel van de kampen werd gebouwd voor het Afghaanse verzet met behulp van de Amerikaanse CIA en de Pakistaanse inlichtingendienst ISI ten tijde van de Russische bezetting van Afghanistan. Toen de CIA zich terugtrok, bleef de Pakistaanse ISI zich bemoeien met de opleidingskampen in Afghanistan, aldus lokale getuigen. De ISI heeft nauwe banden met de Talibaan. Terwijl twee van de zes kampen worden gebruikt door militanten uit het Midden-Oosten, zijn de Pakistaanse militanten veruit in de meerderheid. “Pakistaanse jongeren uit het grensgebied worden hier langdurig getraind en opgeleid om deel te nemen aan de opstand in Kashmir', zegt de Pakistaanse journalist.

“Anderen blijven in Afghanistan en vechten in de burgeroorlog voor de Talibaan-milities. Hele dorpen zijn hier in Pakistan leeggestroomd sinds het Talibaan-offensief in het noorden van Afghanistan.'

De Pakistaanse regering heeft tot nu toe ook altijd ontkend ook dat Pakistanen voor de Talibaan vechten. Het gezaghebbende tijdschrift Jane's Defence Weekly stelde onlangs dat de helft van de Talibaan-soldaten die afgelopen zomer deelnamen aan de gevechten in Noord-Afghanistan, afkomstig waren uit Pakistan.