100 millimeter in 48 uur meer dan eens in de 125 jaar

Een half jaar geleden is de Wet Tegemoetkoming Schade bij Rampen en Zware ongevallen in werking getreden. Hij is al twee keer nodig gebleken.

Het is wat je noemt een uitzonderlijke situatie: binnen 48 uur valt er meer dan 100 millimeter hemelwater naar beneden. Om het wat concreter te maken: op een vierkante meter grond ligt binnen twee etmalen een laag van 10 centimeter water. En dat is zelfs zo uitzonderlijk dat het volgens het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) in De Bilt slechts eens in de 125 jaar voor komt, statistisch dan.

Reden voor het kabinet om de 100 millimetergrens afgelopen september te hanteren om aan te geven dat de zware neerslag die toen het zuidwesten van Nederland teisterde wel degelijk een echte ramp was. Een schadevergoeding op basis van de in juni dit jaar ingestelde Wet Tegemoetkoming Schade (WTS) bij Rampen en Zware ongevallen kon worden uitgekeerd.

Eind oktober, nog geen anderhalve maand later, is het weer raak. Binnen 48 uur valt er in Noordoost-Nederland dan wel niet overal 100 millimeter neerslag, maar het zit er op veel plaatsen dicht tegenaan en soms is het er gewoon echt overheen. Weer moet het kabinet zich gaan beraden en hoewel nu om juridische redenen de WTS waarschijnlijk niet gebruikt kan worden, zal vandaag weer tot het uitkeren van een schadevergoeding aan gedupeerde boeren en particulieren besloten worden. Wat een keer in de 125 jaar zou voorkomen komt nu voor de tweede keer binnen twee maanden voor.

Harry Geurts is woordvoerder bij het KNMI. Hij benadrukt dat de 100 millimetergrens een door het kabinet gehanteerd criterium is dat alleen op de watersnood van september van toepassing is. “De situatie in het noordoosten is heel anders. De bodem is anders, veen in plaats van zand en door het seizoen verdampt het water ook veel minder snel', zegt hij.

Volgens Geurts is het dan ook goed mogelijk dat het kabinet alsnog tot schadevergoeding besluit op basis van andere, voor deze situatie specifieke criteria. Volgens Geurts is het erg lastig om iets over de statistische merkwaardigheid te zeggen. “Iedereen is geneigd om te roepen dat het El Nino is, of het broeikaseffect. Maar El Nino is passe - er is zelfs een tegengestelde beweging op gang aan het komen in de wateren voor Peru, La Nina geheten - en de resultaten van het broeikaseffect zijn wellicht mondiaal wel globaal aan te geven, maar je kunt daar niet zomaar het weer van de afgelopen dagen in Nederland mee verklaren.'

Door de zware regenval van de afgelopen twee maanden dreigt het eeuwrecord uit 1965 gebroken te worden. Bij een normale neerslag in de maanden november en december sneuvelt het 33 jaar oude record. Opmerkelijk is overigens dat na het recordjaar 1965 (1151,9 millimeter neerslag, gemeten in De Bilt) 1966 wederom een erg nat jaar was (met 1148,0 millimeter een tweede plaats op de eeuwlijst). Verklaring volgens het KNMI: een statistisch toevalligheidje.

De enige reden voor de verhoogde neerslag van de afgelopen weken - behalve het toeval - is een sterke straalstroom. Deze windstroom raast op zo'n tien kilometer hoogte rond de aarde. Omdat er deze maanden van een relatief sterke straalstroom sprake is, volgen depressies en hoge windsnelheden elkaar sneller op dan anders. Ze worden immers sneller rond de aarde geblazen.

De WTS is ingesteld om een einde te maken aan de stortvloed van regelingen die bij ieder noodweer gemaakt moest worden. Dat minister Apotheker vanochtend in de ministerraad toch weer is teruggevallen op een van de oude regelingen heeft dan ook meer te maken met juridische haken en ogen (rechtsongelijkheid) dan met het onderschatten van de ernst van de situatie.