Waarlijk vrije boeren; De ongesubsidieerde Australische landbouw

Met lede ogen zien de Australische boeren hoe de twee landbouwgrootmachten, de EU en de VS, hun boeren beschermen en de markt voor hen verpesten. Tenslotte gaat tachtig procent van de Australische landbouwproductie naar het buitenland. Subsidie krijgen ze niet, en de enkele keer dat ze gesteund werden is hen slecht bekomen.

In 1996 werd Clyde winnaar van het Australische nationale kampioenschap voor schapenhonden, dat elk jaar in de buurt van de hoofdstad Canberra wordt gehouden. In de laatste ronde, toen Clyde drie schapen over een brugje moest leiden, leek het even mis te gaan. De dieren keerden zich om, maar Clyde aarzelde geen moment. Hij ging recht tegenover de grootste ooi staan, en beet haar toen in de neus.

Als de wedstrijd in Groot-Brittannie zou zijn gehouden, zo schrijft de Australische publicist Paul Sheehan in een recent verschenen boek waarin hij de hypocrisie rond de opkomst van het rechtse fenomeen Pauline Hanson aan de kaak stelt, dan was Clyde onmiddellijk gediskwalificeerd. Maar Australie is Groot-Brittannie niet. “Een Australische hond mag voor zichzelf opkomen', zo vertrouwde de eigenaar van Clyde, Greg Prince, na afloop van de prijsuitreiking Sheehan toe.

Ook de twee honden van de 52-jarige Ian Donges en zijn vrouw Bev laten zich niet in de luren leggen. Met een enkel gebaar en een aanmoediging heeft Ian zijn honden de heuvelkam overgestuurd en nu drijven ze een kudde van een paar honderd schapen de glooiing af in de richting van een omheining. Ian voldoet in veel opzichten aan het stereotiepe beeld dat over de Australische boer bestaat. Hij heeft een grote cowboyhoed op om zijn gezicht te beschermen tegen de felle voorjaarszon. De hele dag werken hij en zijn medewerker Morris vrijwel onafgebroken door om de schapen van achteren schoon te scheren, terwijl zijn vrouw de lammeren inspecteert en hun staarten afbindt met een elastiek. En als ze tussen de middag een uurtje pauze nemen om hun meegebrachte boterhammen op te eten, legt hij uit wat zijn bezwaren zijn tegen het Europese landbouwbeleid.

“Ik begrijp heel goed dat men in Brussel zegt: als we de steun aan de boeren opgeven, leidt dat tot grote sociale problemen op het platteland. Dat kunnen we niet verkopen. Maar ik zeg dan: help jullie boeren zoveel je wilt, maar koppel die steun los van de productie en hou op met het subsidieren van jullie exporten waardoor jullie ons benadelen.'

Toen Ian en Bev 30 jaar geleden begonnen op hun boerderij, gelegen in het heuvelachtige landschap tussen Cowra en Grenfell in New South Wales, ongeveer 300 kilometer ten oosten van Sydney, hadden ze 250 hectare grond. Nu beslaat hun grondoppervlakte 750 hectare - niet groot naar Australische maatstaven maar wel vele malen groter dan de gemiddelde bedrijfsomvang in de Europese landbouw.

Ongeveer 40 procent van hun omzet halen Ian en Bev uit de verkoop van schapenvlees en wol; akkerbouw is van oudsher hun belangrijkste bedrijfstak. Dankzij de uitzonderlijk zware regenval in de afgelopen maanden staan de gewassen er fris bij; over twee maanden als de tarwe rijp is om te worden geoogst, zal het landschap in de omgeving er weer droog en verdord uitzien. Dan staan Ian en Bev weer voor de keuze op welk moment zij hun oogst zullen verkopen, afhankelijk van de wereldmarktprijzen, die worden bepaald door de noteringen op de termijnbeurzen van Chiacago en Winnipeg.

Vorig jaar besloten ze een deel van de oogst vast te houden in de hoop op een stijging van de tarweprijs. “Dat hadden we dus beter niet kunnen doen', stelt Bev nuchter vast. Haar man wijst op een geel veld met koolzaad dat fel afsteekt tegen het groene weideland: “De uitdaging voor de boeren is om zich aan te passen. Daarom moedigen we diversificatie aan. In 1990 werd in Australie bijvoorbeeld nog maar 40.000 ton koolzaad geproduceerd, nu is dat al 1,7 miljoen ton, waarvan 1,2 miljoen ton wordt geexporteerd.'

Afgelopen voorjaar werd Ian Donges gekozen tot voorzitter van de National Farmers' Federation (NFF), de overkoepelende boerenorganisatie in Australie. Twintig jaar geleden werd hij voor het eerst actief in de landbouworganisatie, uit woede over Nieuw-Zeelandse boeren die hun lamsvlees op de Australische markt dumpten. In 1991, aan de vooravond van de ultieme GATT-onderhandelingen over liberalisering van de landbouw in de wereld, trok hij met collega's naar Canberra om voor de deur van de vertegenwoordiging van de Europese Unie graan te storten. “Misschien' zegt Donges met een glimlach, “staan we volgend jaar opnieuw op de stoep van de EU.'

Binnen de wereldhandelsorganisatie WTO, de opvolger van de GATT, is afgesproken dat volgend jaar een nieuwe mondiale onderhandelingsronde zal beginnen over de landbouw. Net als bij het begin van de GATT-onderhandelingen vrezen de ongeveer 200.000 Australische boeren opnieuw bekneld te raken in het wapengekletter tussen de Europese Unie (ruim 7 miljoen boeren) en de Verenigde Staten (2 miljoen boeren). In de jaren '80, begin jaren '90 liepen de voorraden in Europa sterk op en probeerde Brussel de groeiende overschotten met overheidssteun op de wereldmarkt kwijt te raken. De VS reageerden daarop met soortgelijke tegenacties.

“Wij kwamen in het kruisvuur van die twee giganten te liggen', zegt Donges. “Je ziet dat hetzelfde scenario zich nu zo'n beetje herhaalt. De graanvoorraden in Europa lopen opnieuw op, en de VS komen weer met tegenmaatregelen. Twee dagen geleden nog heeft de Amerikaanse regering aangekondigd 2,5 miljard dollar uit te zullen trekken voor het geven van exportkredietgaranties om de boeren te steunen.'

Ongeveer 80 procent van de agrarische productie in Australie wordt in het buitenland verkocht: wol, vee en vlees, graan suiker, zuivel, wijn, en groenten en fruit - het afgelopen jaar goed voor een exportwaarde van omgerekend ruim 25 miljard gulden, een kwart tot eenderde van de totale Australische uitvoer. Die sterke afhankelijkheid van de wereldmarkt verklaart de felle opstelling van Australie in het debat over het slechten van handelsbelemmeringen. De Aussies hebben het afgelopen jaar machteloos moeten toezien hoe belangrijke afzetmarkten van hun 'Supermarket to Asia' plotseling ineen zijn geschrompeld door de financiele crisis in de regio - een tegenslag die slechts ten dele wordt verzacht door verhoogde inspanningen op andere exportmarkten in Azie, en door de sterke waardevermindering van de Australische dollar, waardoor hun producten elders in de wereld goedkoper en dus aantrekkelijker werden.

Ook bij de extreme weersomstandigheden waarmee ze van tijd tot tijd worden geconfronteerd zoals langdurige droogte of zware regenval en overstromingen, leggen de Australische boeren zich noodgedwongen neer. Maar als het aankomt op oneerlijke concurrentie en protectionisme, zijn ze niet van plan lijdzaam af te wachten hoe de EU en de VS hun zaakjes onderling regelen in de volgende WTO-ronde.

In 1992 sloten de EU en de VS een overeenkomst waarmee ze op het laatste nippertje een onderlinge landbouwoorlog uit de weg gingen, en die de weg vrij maakte voor de totstandkoming van een breder GATT-akkoord in 1994. Wereldwijd zijn afspraken gemaakt over vermindering van exportsubsidies voor landbouwproducten en ruimere toegang tot elkaars markten.

Maar dat is slechts een begin, als het aan Australie ligt.

De volgende onderhandelingsronde moet veel ambitieuzer zijn, zo luidde de boodschap van vice-premier en minister van Handel, Tim Fischer, afgelopen voorjaar in Sydney op een bijeenkomst van de zogeheten Cairns-groep: een club van 15 gelijkgestemde landen als Argentinie, Brazilie, Canada, Nieuw Zeeland Thailand en Zuid-Afrika, die in 1986 werd opgericht op initiatief van Australie. “Er is geen rechtvaardiging voor het handhaven van exportsubsidies, ze moeten allemaal verdwijnen. Er moet diep worden gesneden in importtarieven en alle overige importbelemmeringen voor agrarische producten moeten weg. En de binnenlandse steun voor de landbouw moet drastisch worden verminderd', vatte de Australische vice-premier het eisenpakket van de Cairns-landen samen.

De boeren in Europa zouden zo'n uitgesproken stellingname van hun regeringen ongetwijfeld opvatten als een uitnodiging onmiddellijk een protestmars op Brussel te organiseren. Maar in Australie vertolkt Fischer slechts de gevoelens die bij de Farmers Federation leven. “Onze melkveehouders zouden 30 procent hogere prijzen kunnen krijgen indien andere landen hun markten niet zouden afschermen. De suikerprijs op de wereldmarkt zou 25 procent hoger zijn indien alle handelsbelemmeringen en importverboden zouden worden opgeheven. En de waarde van de Australische vleesproductie zou de komende 15 jaar met 5 miljard Australische dollar stijgen indien de handel in 2001 volledig wordt geliberaliseerd', zo houden voorzitter Ian Donges en andere leiders van de NFF hun achterban op vergaderingen voor.

In hun speeches komt ook steevast het verhaal voor van een Finse boer die begin dit jaar bij de NFF op bezoek was. “Hij vertelde dat meer dan 52 procent van zijn inkomen rechtstreeks uit subsidies afkomstig is, en hij klaagde erover dat dat aandeel de afgelopen jaren was gedaald.' Of het verhaal van de Britse graanboer uit Coventry, die bij vice-premier Fischer langs was geweest.

“Zijn bedrijf omvat 1.200 hectare, klein naar Australische begrippen, maar wel groot genoeg om hem in staat te stellen eerste klas naar Australie te vliegen. Aan minister Fischer legde hij uit dat hij zich die luxe kon veroorloven omdat hij enkele dagen voor zijn vertrek zijn subsidie uit Brussel had gekregen, een cheque ter waarde van 500.000 Australische dollar!'

Met dergelijke voorbeelden, die worden aangehaald met een mengeling van woede en ongeloof, maken de Australische boerenleiders duidelijk dat ze hun pijlen in de eerste plaats richten op de EU. Ze hebben er weinig vertrouwen in dat de EU-lidstaten bereid zullen zijn hun “populistische' landbouwbeleid ingrijpend te veranderen. Alleen een hechte coalitie tussen de Cairns-groep en de VS kan Europa mogelijk dwingen tot concessies in de komende WTO-ronde, weten ze.

Tegelijkertijd groeit de twijfel hoe betrouwbaar de VS zullen zijn. Afgelopen juli al haalde vice-premier Fischer woedend uit naar Washington nadat bekend werd dat de VS 500.000 ton tarwe op de Indonesische markt willen dumpen, deels in de vorm van voedselhulp. Die beslissing is alvast in strijd met “de belofte van president Clinton om gesubsidieerde Amerikaanse landbouwproducten buiten traditioneel Australische afzetmarkten te houden', zo verkondigde Fischer.

Maar de vrijhandelsopstelling van de Australische landbouw wordt niet alleen vanuit het buitenland bedreigd. Ian Donges is 's ochtends al even na zevenen met zijn tractor vertrokken om zijn schapen te gaan scheren. Hij wil graag praten met een journalist uit Europa, maar hij verheugt zich er nog meer op dat hij eindelijk weer eens aan de slag kan als boer. De afgelopen weken, in de aanloop naar de verkiezingen in Australie op 3 oktober j.l., is hij vrijwel voortdurend op pad geweest om in alle uithoeken van het land zijn achterban toe te spreken: van Karratha in West-Australie, Euroa in Victoria en Launceston in Tasmanie tot Whyalla in Zuid-Australie, Katherine in de Northern Territority, Henty in Victoria en Grenfell in New South Wales.

Op al die bijeenkomsten heeft hij uitgelegd waarom het plan van de liberale premier Howard om de Australische belastingen te hervormen door invoering van een BTW-stelsel op goederen en diensten, gunstig is voor het bedrijfsleven. En op al die bijeenkomsten is One Nation ter sprake gekomen, de partij van Pauline Hanson die zich niet alleen sterk maakt voor terugdringing van immigratie uit Azie en stopzetting van de speciale hulp aan aboriginals, maar die ook pleit voor herinvoering van tolmuren om de Australische industrie en landbouw te beschermen.

Pauline Hanson, zegt Ian terwijl hij een slok koffie neemt onder de beschutting van een boom, heeft de mensen in de 'bush' een stem gegeven. Ze heeft onderwerpen aangesneden die de mensen op het platteland bezighouden: het gevoel dat ze niet worden gehoord door de politici in Canberra, hun zorg over het achterblijven van medische voorzieningen in gebieden die ver af liggen van de grote steden, hun klachten over gebrekkige telecommunicatiemogelijkheden, de onzekerheid over de gevolgen van de Wik-wetgeving (die aboriginals mogelijkheden geeft om toegang te verkrijgen tot hun traditionele grondgebieden).

Dat is, vervolgt Ian, zo'n beetje het enige goede dat over One Nation gezegd kan worden. Het pleidooi van de partij voor nieuwe tariefmuren om Australie druist faliekant in tegen de belangen van de Australische economie. Nu de Australische landbouw zich opmaakt om ten strijde te trekken tegen protectionisme elders in de wereld, kon die roep om isolationisme niet op een slechter moment komen. “Het is een illusie om te denken dat we de klok 30 jaar terug kunnen draaien, te denken dat er een 'quick fix' oplossing is voor onze problemen', zegt hij.

Nu Pauline Hanson de verkiezingen heeft verloren - One Nation kreeg landelijk ruim 8 procent van de stemmen maar behaalde slechts een zetel in de Senaat - zijn er altijd nog de 120 miljoen schapen om de boeren aan die wijsheid te herinneren. Wol, waarvan 98 procent wordt geexporteerd heeft Australie wereldberoemd gemaakt, maar de boeren in de jaren '80 ook overmoedig. Om de sterke prijsfluctuaties op de wereldmarkt te ontlopen voerden ze een prijsgarantiesysteem in. De consequenties van die minachting voor de wetten van de vrije markt zijn tot op de dag van vandaag pijnlijk merkbaar.

“We betaalden onszelf te veel uit', zegt Ian, met als gevolg dat de overschotten aan wol snel opliepen tot onhoudbare omvang en het stelsel begin jaren '90 uiteenklapte. Van de toen opgebouwde voorraad van ongeveer 5 miljoen balen, hangt nog steeds meer dan 1 miljoen boven de markt. Bovendien zijn de prijzen de afgelopen tijd opnieuw gedaald, waardoor de nieuwe voorraden bij de boeren al tot een half miljoen balen boven het normale niveau zijn gegroeid.

Ian en Bev waren afgelopen juli in Washington voor een conferentie en daar zagen ze in een dure kledingwinkel damesmode met het label 'Gegarandeerd geen wol'. Ian is er nog steeds verbaasd over - “het sneeuwde daar!' - maar hij beseft dat het weinig zin heeft om zich kwaad te maken. “Als wol wordt verdrongen door kunstvezels, moeten we er voor zorgen dat wol aantrekkelijker wordt. We moeten energie steken in onderzoek en ontwikkeling, in betere marketing en promotie. Dat is beter dan ruzie te maken over de vraag of we de voorraad op de markt moeten brengen of nog een tijdje moeten vasthouden. Daarmee stel je het onvermijdelijke alleen maar uit.'

Ian sluit de koffiekan, en terwijl zijn vrouw Bev en Morris aanstalten maken om weer aan het werk te gaan, stelt hij een tegenvraag aan de journalist: “Heb jij een wollen jas?' Het antwoord is enigszins ontwijkend, en dus zetten ook wij onze hoeden maar weer op en begeven ons zwijgend naar de Hamilton Sheephandle Machine die in een hoek van het weiland staat. De twee honden zijn al over de heuvelkam gerend om een nieuwe kudde op te halen.