Verongelijkte onderdanen

Het gezichtsvermogen van toenmalig Trouw-columnist A.J. Klei mocht in de jaren '80 weliswaar achteruitgaan, zijn gehoor daarentegen liet niets te wensen over. Het waren de jaren van de kabinetten Lubbers en vooral de jaren van minister van Buitenlandse Zaken Van den Broek.

Vraag nu aan Klei welke grote daden hij zich van de laatste herinnert en hij zal zeggen: ik weet alleen dat die man, als hem voor de camera iets gevraagd werd, altijd op hoogdravende toon zei: ik heb daarover telefonisch contact gehad met mijn buitenlandse collega's. Voor Klei, die gruwt van Wichtigmacherei, voldoende reden om deze politicus voortaaan met gepast wantrouwen gade te slaan. Zo niet zijn toenmalige politieke baas, Ruud Lubbers. “Hans van den Broek was niet zomaar een minister van Buitenlandse Zaken, hij was al een serieuze kandidaat voor het secretariaat-generaal van de Navo' zegt hij in een interview waarin Kohl, de Duitse hereniging en de misverstanden rond zijn, Lubbers, persoon ten tijde van de hereniging aan de orde komen. We lezen dat Lubbers, in weerwil van wat later werd gesuggereerd, voor de hereniging was, dat hij wilde dat Kohl de Oder-Neisse grens erkende maar het oneens was met diens stelling over het zelfbeschikkingsrecht van de Duitsers. Voorts lezen we dat Thatcher de rol die Lubbers speelde in haar memoires 'een moedige' noemde. Dat Lubbers in de loop van 1991 voor Kohl 'te zwaar' werd (“Kohl wilde nu eenmaal op zijn eentje Mister Europe zijn'). Volgens Lubbers betekenden “we wel iets. Mijn nauwe band met Bush. (...) En ik was al heel lang minister-president.' De Wichtigmacherei en de verongelijktheid druipen eraf. Daar doet zijn slotuitspraak, “wij hadden misschien wel een wat te grote broek aan', weinig aan af. Want dat die broek te groot was, kon je destijds horen en zien.

Ook David Pinto toont zich verongelijkt. De net benoemde hoogleraar interculturele communicatieleer aan de Universiteit van Amsterdam wordt in VN aan de tand gevoeld over de manier waarop zijn benoeming plaatsvond (geen doorgestoken kaart: “Hallo zeg! We hebben hier wel te maken met bestuursleden van niveau! Ik heb nog nooit zo'n moeilijk sollicitatiegesprek gevoerd') en mag in HP/De Tijd vertellen waarom de VVD, de partij die hij onlangs de rug heeft toegekeerd, niet deugt. “Ik ben zo lang VVD-lid gebleven omdat ik dacht dat ik van binnenuit de zaak ten goede kon keren. Niet dus. Ze tonen zich onverminderd superieur. Dat is de bloody limit', aldus Pinto die eerder lid was van de PvdA en D66 en niet afkerig was van een Kamerzetel. Dat laatste is, zegt hij, gelukkig niet doorgegaan. “Bij het minste geringste laten ze je vallen als een baksteen. Zoals Houda en Rozenblad bij de PvdA.' Ach, soms vergeten dat bijvoorbeeld de laatste een curriculum vitae had opgesteld dat op onderdelen gewoon niet klopte? 't Is net als met creatief boekhouden: daar moet je ook erg voorzichtig mee zijn.

Voormalig minister van Buitenlandse Zaken, Hans van Mierlo, ontpopte zich gedurende zijn politieke loopbaan zo ongeveer als de vleesgeworden verongelijktheid - vooral op momenten dat hij met argumenten om de oren werd geslagen die hem niet zinden (maar bijna altijd juist waren). Daags na zijn vertrek uit de politiek maakte menig geinteresseerde buitenstaander zich zorgen over zijn toekomst. Hij zou zijn hang naar het goede leven weleens duchtig kunnen gaan botvieren, was de vrees. Gelukkig heeft het Hare Majesteit behaagd hem te benoemen tot Minister van Staat al zal het maar weinig onderdanen gegeven zijn dit besluit ten volle te begrijpen.

Voor zijn verdiensten voor het landsbestuur kan hem deze eretitel nauwelijks verleend zijn, aldus Pim Fortuyn in Elsevier. Voor zijn bijdrage aan staatkundige vernieuwingen ook al niet. En Paars, zijn troetelkind bedrijft geen andere politiek dan eertijdse kabinetten met het CDA. Misschien wilde Majesteit gewoon wel een verongelijkte onderdaan minder.