Trou moet blijcken

Nachtkroeg [fragment]

He - rom mm mm oemmenoem oemmenoem oemm tjaa doemezoem bomb doem homb oem hei ha hehehe hei zoem m m haaa houw doemenoemenoemenoem zoemhoem rusj oemenoem rek rusj oemenoem rink kink hakala noemenoemenoemezoem kreuh zoemm m hakala a oemenoemenoem oemenoemenoemzoem hakaha romb domb domb zoemenoem bomm Antony Kok (1882-1969)

Daar loopt Orfeus met zijn krulletjes in het haar en met zijn lange witte jurk aan. Hij tokkelt op een lier en zingt een hemels lied. Op blote voeten loopt hij van boom naar boom en het woud luistert aandachtig. Het is een antiek woud, want de jaartelling moet nog beginnen. Het is ook een devoot toeluisterend woud met muzikaal gevoel. Als Orfeus tokkelt zakken de jongere pijnboompjes extatisch door hun knieen. Als Orfeus zingt trekt er door het bladerdak van zelfs de eerbiedwaardigste heilige eik een huivering. Toch loert er overal gevaar! Nu en dan moet Orfeus een adempauze inlassen en, zie, tegelijk springen er woeste maenaden vanachter een boomstam te voorschijn om hem te verscheuren. Ook als Orfeus zijn neus snuit is hij meteen al niet zeker meer van zijn leven. Dan wordt hij op hetzelfde moment omsingeld door felgepunte speren en blinkende kromzwaarden, want de maenaden komen uit verre werelden. Doch Orfeus ducht het gevaar geenszins! Hij hoeft zijn getokkel maar te hervatten of de maenaden slaan op de vlucht. Hij hoeft met zijn helderklare stem zijn lied maar weer in te zetten of de woestelingen lossen op in het niets. Een licht gesis, een paar rookwolkjes en ze zijn er geweest. Zolang Orfeus zijn lied maar zingt staan alle kwaadwillende geesten machteloos de onderwereld sluit zich en niets kan de zanger deren. Wat is dat voor een lied?

Daar zit Loreley en ze kamt met een waterkam haar lange watergolven. Ze is dan ook de Loreley die altijd bij het water zit. Om haar witte sleepjurk zo goed en kwaad als het gaat droog te houden zit ze op een rotspunt. Daar kamt ze haar haren en zingt. Ze zingt het liefst bij maneschijn, maar ook bij zonlicht mag ze graag een keel opzetten.

Omdat ze zo van water houdt zit ze bij een brede rivier en omdat ze van veel water houdt zit ze bij een bocht in die rivier, zodat de rivier om haar rots heen moet kronkelen. Het is een gevaarlijke bocht en eerlijk gezegd niet geschikt voor muzikale recreatie. Belcanto leidt daar maar af - en zo geschiedt het dat veel bootslieden tijdens haar gezang tegen die akoestisch onhandig gelegen rots te pletter slaan. Zodra ze de rivierbocht naderen spitsen de jonge beurtschippers hun oren en, geheel verdoofd en buiten zinnen door haar wonderbaarlijk lied, vergeten ze alle plichten die de binnenvaart hun oplegt. Er verschijnt een gelukzalige glimlach om hun lippen, hun handen glijden van het roer en wat volgt is het hels gekraak van houten plinten tegen de rotswand. Als een sigarendoos, door reuzenhand verfrommeld, zinkt hun eertijds fiere broodwinning naar de bodem. Het verhaal gaat dat een slimme bootsman, bij het vernemen van de eerste tonen van haar lied, ijlings een reep zeildoek om zijn hoofd knoopte om zijn oren te bedekken. Maar door de pracht van Loreley's lied was de knoop in de doek al bij het tweede refrein losgesprongen, net voordat het derde refrein zowel boot als bootsman de diepte in torpedeerde. Wat was dat voor een lied?

Daar staat het bordje 'De gemeente Hamelen heet u welkom' en aan de andere kant van het pad staat nog een bordje met 'De gemeente Hamelen wenst u een goede reis' en, kijk, daar loopt ook de rattenvanger al. Deze heer draagt een fluwelen muts, een cape en een pofbroek. Er marcheert een rij kinderen achter hem aan en je weet niet of ze de gemeente verlaten of juist betreden, zo'n lange rij is het. Het is meer een soort lus die zich heeft gevormd, zou je haast zeggen - omdat ze met zovelen tegelijk in de ban zijn van het fluitspel van de rattenvanger.

Zelfs de laatste treuzelaars hebben zich aangesloten, kinderen die nog in de wastobbe zaten of een neus met snottebellen hadden die moest worden gereinigd. Het is maar een simpele blokfluit van plastic waarop de man met de fluwelen muts speelt, maar hij ontlokt er zo'n mooie melodie aan dat het lied de kinderen aantrekt als een magneet ijzervijlsel. De kinderen zien het kale hoofd onder zijn muts niet, ze zien de grote pukkel op zijn neus niet, ze hebben geen oog voor de bleke pupillen van de man en voor de contouren van de zeis onder zijn cape, ze horen alleen het lied. Er lopen zoveel kinderen achter hem aan met open mond en blij gezicht, dat Hamelen hopeloos te klein lijkt. Ja als je goed tuurt, zie je daar eigenlijk alle kinderen van de wereld lopen, allemaal in de ban van wat er klinkt - daar is Christina, en daar is Eduard, en daar zijn Zus en Jet, en daar lopen waarachtig ook u en ik. Wat is dat voor een lied?

Welk lied zongen Orfeus en Loreley? Welk lied vertolkte de rattenvanger? Bijgaand lied.