'Servie keert terug naar de Middeleeuwen'

Door de nieuwe mediawet in Servie kunnen kritische journalisten en uitgevers binnen 24 uur met draconische boetes tot de bedelstaf worden gebracht. De eerste slachtoffers zijn al gevallen.

“We zijn muizen in een kaasstolp en de kat draait om ons heen. Hij hoeft ons niet eens aan te vallen, want we sterven al van angst.'

Dragan Kojadinovic, directeur van radio- en tv-zender Studio B, overdrijft een beetje. De muizen - Servische journalisten van onafhankelijke media - vallen niet dood bij weer een nieuwe aanval van het bewind-Milosevic op de persvrijheid. Ze zijn wel het een en ander gewend. Maar de nieuwe mediawet, die de rood-bruine coalitie vorige week door het Servische parlement joeg, is zelfs voor Servische begrippen radicaal. De eerste slachtoffers vielen dit weekeind: de krant Dnevni Telegraf en het weekblad Evropljanin ('De Europeaan').

“Openbare informatie is vrij', staat in het eerste artikel van de nieuwe mediawet. Maar wie doorleest, merkt al snel dat sommige informatie in Servie vrijer is dan andere. Het verspreiden van “onware informatie' over een persoon of instantie, of van informatie die iemands eer of integriteit besmeurt, is verboden. Wie waar van onwaar onderscheidt, is niet duidelijk. Persoonlijke brieven afbeeldingen of opnamen mogen alleen worden verspreid met toestemming van de persoon in kwestie. Informatie die de territoriale integriteit en onafhankelijkheid van Servie in gevaar brengt - bijvoorbeeld door een lid van het Kosovo Bevrijdingsleger UCK aan het woord te laten - is verboden. Het heruitzenden van radio- en tv-programma's met “politiek-propagandistische strekking' van “zenders die zijn opgericht door buitenlandse regeringen' - met denke aan de Voice of America of de BBC - is verboden.

De formuleringen zijn vaag de boetes draconisch, de strafprocedure razendsnel. Binnen twee etmalen kunnen media, uitgevers en hoofdredacteuren zonodig tot de bedelstaf zijn gebracht, en dat is ook de bedoeling.

Er zijn boetes van 15.000 tot 45.000 gulden voor de uitgever en van 8.000 tot 20.000 gulden voor de hoofdredacteur bij het publiceren van 'onware informatie'; boetes van 60.000 tot 120.000 gulden voor de uitgever en 15.000 tot 60.000 gulden voor de hoofdredacteur bij het bedreigen van de 'territoriale integriteit' van Servie. De overtreder is binnen 24 uur gestraft en moet 24 uur later betalen, anders worden redactielokalen, drukkerijen en appartementen leeggehaald en de inhoud per opbod verkocht. Het gemiddelde maandloon in Servie is minder dan duizend dollar.

Het regime laat er geen gras over groeien. Vorige week werden decreten uitgevaardigd om de pers te muilkorven. De onafhankelijke kranten Nasa Borba, Danas en Dnevni Telegraf werden verboden. Meteen daarop volgde de mediawet. En dit weekeind walsten de autoriteiten het mediarijkje van criticus Slavko Curuvija omver.

De 'Patriottische Unie', een fantoom-organisatie die slechts bestaat om klachten in te dienen of in verkiezingstijd steunbetuigingen aan het regime te sturen, diende een klacht in tegen het weekblad Evropljanin. Dit wegens een uiterst kritische open brief aan Milosevic, en de afbeelding van UCK-strijders in 'heldenposes'. Op basis van de klacht werden Curuvija en zijn bedrijf veroordeeld tot een boete van een half miljoen gulden, te voldoen binnen 24 uur. Dat kon noch Curuvija, noch zijn bedrijf.

Curuvija: “Zondagavond nam de politie de oplage van Dnevni Telegraf in beslag. Daarna kwamen dertig agenten met machinegeweren naar mijn huis, waar ook de advertentieafdeling van de krant is. Jiri Dienstbier, rapporteur over mensenrechten van de VN en de politicus Vuk Draskovic waren bij mij aan het dineren, anders had de politie zonder twijfel alles weggesleept.

Nu bleven ze tot drie uur 's nachts rondhangen en wisten niet wat te doen. Uiteindelijk namen ze maar wat stoelen mee.'

De politie haalde wel het appartement van uitgever Ivan Tadic - vorig jaar nog minister van Informatie en dus niet onbekend met het fenomeen censuur - geheel leeg. Curuvija: “We zijn een voorbeeld om anderen bang te maken. Maar contacten die dicht bij de familie Milosevic zitten hebben me gewaarschuwd voorzichtig te zijn. Men gelooft werkelijk dat ik binnen de regering mensen aan het ronselen ben voor een staatsgreep, met Amerikaanse steun. Ik denk dat ik gevaar loop.' Curuvija zegt zijn bedrijf opnieuw in te schrijven in Montenegro en van daaruit verder te werken.

Dragan Kojadinovic, directeur van een aanzienlijk invloedrijker media-imperium dan Curuvija, heeft die optie niet. Zijn zender Studio B opereert onder de paraplu van de stad Belgrado. Kojadinovic kon tot dusver best leven met de smalle marges van de Servische persvrijheid, maar de nieuwe informatiewet maakt hem ziedend. “De staat maakt me persoonlijk verantwoordelijk voor dagelijks 90 uur radio en tv, waarvan 80 procent live. Het komt erop neer dat iedere krankzinnige me kan aanklagen en dat binnen 48 uur alles in beslag kan worden genomen waar ik mijn leven voor heb gewerkt. Ik moet nu na 22 jaar huwelijk scheiden van mijn vrouw en al mijn bezittingen op naam van haar en mijn kinderen zetten. Dit is een terugkeer naar de Middeleeuwen.'

Kojadinovic overdrijft, vindt Miodrag Popovic, onderminister van Informatie. Zijn ministerie is in handen van de Radicale Partij van ultranationalist Vojislav Seselj. Popovic heeft weinig trek om op de nieuwe wet in te gaan. Elke wet oogt rigide, zegt hij, want wetten kaderen nu eenmaal de vrijheid in.

Maar waar zouden we zijn zonder wetten? En wie kan er nu werkelijk bezwaar tegen maken dat het verboden is te liegen in Servie? Nu de NAVO Servie bedreigde, zegt Popovic, was de tijd rijp voor de nieuwe mediawet. “Het is beter democratisch wetten te hebben dan decreten uit te schrijven.'

Popovic scheldt graag en langdurig op “Westerse journalisten en politici die over de rug van het Servische volk carriere maken', de “imperialistische aanvallen' op Grenada, Panama, Somalie, Haiti, Libie, Irak en ja, straks Servie de Britse media met hun “racistische berichtgeving'. Waarna we ten afscheid boekjes in handen krijgen gedrukt die aantonen dat de opstand in Kosovo deel uitmaakt van een islamitisch wereldcomplot om het christelijke Europa te veroveren, via gastarbeiders, drugs en illegale immigranten.

De toekomst van de persvrijheid is onzeker. Onder Milosevic zijn aanvallen op de vrije pers bijna even voorspelbaar geworden als de wisseling der seizoenen, maar ze worden zelden serieus doorgezet. Met de ultranationalisten binnen de regering is het klimaat echter veranderd. Slavko Curuvija: “Het is een uitputtingsstrijd en velen geven het op. Maar in al het slechte zit iets goeds. Het is in Servie een stuk minder saai dan in uw land.'