Ruzies rukken Zalm uit luwte; Zorgeloze jaren van een liberaal zondagskind voorbij

In Paars I was de positie van minister Zalm sterk; zelfs de oppositie roemde zijn beleid. Nu heeft de VVD'er het met iedereen aan de stok.

“Ik wil de geschiedenis ingaan als de meest anonieme minister van Financien', zei Gerrit Zalm in 1994 bij zijn aantreden. Die missie lijkt in zijn tweede termijn te mislukken. Een dreigende recessie een kruistocht voor een lagere EU-contributie, Victory Boogie Woogie, een oplopend conflict met de Nederlandse Europarlementariers: de VVD-minister is bijna dagelijks in de publiciteit.

Er zat wel enige berekening bij zijn opmerking over de anonimiteit. “Hoog van de toren blazen wordt niet gewaardeerd. Vooral niet in mijn functie, in de dubbelrol als objectieve penningmeester en toch VVD'er. Een laag profiel versterkt mijn positie in het kabinet', lichtte Zalm later toe. Op dat moment, in Paars I, was zijn positie sterk en zijn geloofwaardigheid groot. Zalm liet zich kennen als een schatkistbewaarder zonder trucs. Een strak financieel beleid, geen gesjoemel met afspraken. Zelfs de oppositie roemde zijn beleid. De politieke beloning was het informateurschap van Paars II en een prolongatie van zijn ministerschap. Maar de zorgeloze jaren voor het 'liberale zondagskind' lijken voorbij. Hij maakt ruzie: in Europa, in de Tweede Kamer, met de Algemene Rekenkamer. En ook in de Treveszaal, waar de ministerraad wekelijks vergadert, klinkt minder vaak de bulderlach. Ondertussen wordt op het eigen bastion gemord. “Het succes maakt Gerrit arrogant en hoogmoedig; dat zijn twee slechte eigenschappen voor een politicus', analyseert een medewerker die anoniem wenst te blijven.

In het parlement is de kritiek minder anoniem. “Zalm vindt de controletaak van de Tweede Kamer eigenlijk maar lastig. Zijn irritatie daarover steekt hij niet onder stoelen of banken', constateert het Tweede-Kamerlid Jan-Peter Balkenende (CDA).

Een voorbeeld: naar aanleiding van een bericht in deze krant over tekorten bij de sociale fondsen wilde de CDA'er opheldering van de minister van Financien. “Kan de beantwoording van de vragen voor dinsdag 27 oktober 12.00 uur plaatsvinden', vroeg hij erbij. Dat zou hem de mogelijkheid geven om de minister, afhankelijk van het antwoord, uit te nodigen voor het wekelijkse vragenuurtje op dinsdag. Maar het antwoord luidde bondig: 'Nee'. “Een toelichting had niet misstaan', meent Balkenende.

Toch kon Zalm deze week het vragenuurtje niet mijden. De VVD-minister moest zich verantwoorden voor zijn uitlatingen, afgelopen weekeinde, over het functioneren van de Europarlementariers Piet Dankert en Hedy d'Ancona (beiden PvdA), Hanja Maij-Weggen (CDA) en Laurens Jan Brinkhorst (D66). “Geen enkele lidstaat heeft zulke Europarlementariers als de onze, die het belang van het eigen land schade berokkenen', had Zalm gefulmineerd.

In Zalm's ogen frustreren de Europarlementariers het kabinetsstreven naar een lagere bijdrage aan de Europese Unie, door hun goedkeuring te geven aan een reservering van zo'n 3,5 miljard gulden voor de Europese begroting 1999. Maar Zalm verloor het zicht op de staatsrechtelijke verhoudingen. Dankert, d'Ancona, Maij-Weggen en Brinkhorst zitten niet namens minister Zalm in het Europees Parlement, maar namens de Nederlandse kiezer.

In Europa stuit de manier waarop Zalm probeert de Nederlandse bijdrage te verkleinen op verzet. Ondiplomatiek luidt het oordeel. Ook ambtenaren van Financien en Nederlandse ambtenaren in Brussel plaatsen binnenskamers steeds meer vraagtekens bij de gekozen tactiek van Zalm. “Gerrit gaat als een olifant in de porseleinkast tekeer', meent een direct betrokken ambtenaar.

“Hij heeft een jongensachtig imago wat nog een keer wordt versterkt door zijn grove taalgebruik. Maar de thesaurier-generaal moet in het internationale circuit de schade herstellen.' De thesaurier is de belangrijkste ambtenaar die namens het kabinet onderhandelt over de EU-bijdrage. Ook op het ministerie van Binnenlandse Zaken worden af en toe de wenkbrauwen gefronst. “Ik ben een groot voorstander van het debat', zei staatssecretaris Dick Benschop (Europese Zaken) afgelopen week in de Kamer, “maar Zalm heeft zo zijn eigen stijl'. In zijn dictie wist hij een lichte afkeuring niet te verbloemen. En de minister van Financien heeft zo zijn eigen stijl. Rechtlijnigheid, soms overlopend in stijfkoppigheid, horen bij Zalm. In zijn openbare optreden compenseert hij dat door veel te lachen. De briljante econoom weet met zijn lach ook zijn gebrekkige kennis van de staatsinrichting te compenseren. Vorig jaar, op de laatste dag voor het zomerreces, nam het parlement een motie aan om de OV-kaart voor studenten te handhaven, wat negentig miljoen gulden zou kosten. De staatsrechtelijke procedure is dat zo'n motie in het kabinet wordt besproken, en dat er vervolgens een besluit wordt genomen. Zoniet Zalm. Hij hield zijn handen als een toeter voor zijn mond, er was een storing in de microfoons en riep: “Wij voeren hem niet uit!' Iedereen lachtte.

Volgens de CDA'er Balkenende zou men nu minder hard lachen. De VVD-minister heeft zegt hij, veel goodwill verspeeld met de zogenoemde Victory Boogie Woogie-kwestie. Een opvatting die gedeeld wordt door alle partijen behalve de VVD. In die kwestie had Zalm geweigerd een vertrouwelijke brief af te staan aan de Rekenkamer. Maar toen hij in de Tweede Kamer de inhoud vertelde, zag ook hij de onhoudbaarheid van zijn stelling in. De minister haalde bakzeil, een nieuwe ervaring. Smetten op een tot dusver onbezoedeld liberaal blazoen.