Rekenkamer bekritiseert controle fiscus; Gebreken in dossiervorming

De controle door de Belastingdienst van de vennootschapsbelasting is “onvoldoende'. Dat concludeert de Algemene Rekenkamer in een vandaag gepubliceerd rapport.

De Rekenkamer constateert dat de Belastingdienst veel aandacht besteedt aan het eigen functioneren en alert is op mogelijke verbeteringen. Maar in de praktijk vertonen organisatie en uitvoering van het controlebeleid een aantal tekortkomingen. De controle is “onvoldoende systematisch en bij het onderzoek constateerde de Rekenkamer “onvolledigheden en gebreken in de dossiervorming'.' De Rekenkamer controleert het beleid van de rijksoverheid op recht- en doelmatigheid.

De opbrengst van de vennootschapsbelasting bedroeg vorig jaar 32 miljard gulden; bijna twintig procent van de totale belastinginkomsten.

Alle belastingen die de rijksoverheid heft zijn in beginsel gevoelig voor misbruik en oneigenlijk gebruik. De effectiviteit van het beleid ter bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik is “moeilijk te beoordelen', constateert de Rekenkamer.

Informatie over de mate waarin de Belastingdienst haar controlecapaciteit besteedt aan belastingplichtigen met het grootste financieel belang en hoogste fiscale risico ontbreekt. Daardoor ontbreekt inzicht in het bereiken van een van de belangrijkste strategische doelstellingen.

De Belastingdienst stelt zich op het standpunt dat het niet mogelijk is om door toetsing alle onregelmatigheden te ontdekken en te corrigeren. Een dergelijke '100 procentsfilosofie' is niet realistisch omdat er aan de controle grenzen zijn gesteld van maatschappelijke, economische en vaktechnische aard. Zo stelt de Belastingdienst als eis dat de controle transparant moet zijn en dat gedurende het hele traject inzicht moeten kunnen worden verschaft in de gebruikte gegevens, de motiveringen en de genomen beslissingen, de planning en de uitvoering van de werkzaamheden.

Volgens de Belastingdienst wordt in de praktijk wel degelijk de meeste aandacht gegeven aan belastingbetalers met een groot financieel belang en/of fiscaal risico.

De Rekenkamer noemt verder de bestuurlijke informatievoorziening door de fiscus onvolledig en onvoldoende betrouwbaar, omdat eenduidige definities en kwaliteitsnormen ontbreken. “De uniformiteit en rechtsgelijkheid zijn daardoor onvoldoende gewaardborgd', aldus de Rekenkamer.

In een reactie zegt staatssecretaris Vermeend (Financien) dat er reeds maatregelen zijn genomen om het beleid te verbeteren.