Redmiddel: dijk doorsteken; Ophogen van dijken biedt uiteindelijk geen oplossing

In Groningen zijn gisteren twee dijken doorgestoken. Waterkundigen denken dat in de toekomst vaker land wordt prijsgegeven.

Het Nederlandse waterbeleid is sinds mensenheugenis gericht op de bescherming tegen overstromingen. Toch zijn gisteren uit voorzorg op twee plaatsen in Groningen de dijken doorgestoken. Door de overvloedige regenval was de druk op de dijken te groot geworden. Het provinciebestuur besloot daarom bij Klein Ulsda in de gemeente Reiderland en langs het Winschoterdiep nabij Hoogezand een gat in de dijk te graven.

Het laten onderlopen van polders is een maatregel die de waterschappen door de eeuwen heen als redmiddel hebben ingezet. Door het overtollige water op te vangen in een overloop - meestal een kleine polder met weinig woningen - konden andere gebieden gespaard blijven. Omdat in Nederland door de jaren heen steeds sterkere en hogere dijken werden gebouwd, nam de noodzaak van zulke overlopen af.

De laatste jaren is bij veel deskundigen op het gebied van waterbeheer echter het besef doorgedrongen dat het almaar ophogen van de dijken uiteindelijk geen oplossing biedt. Het zeeniveau en het waterpeil in de rivieren zal in de komende jaren verder stijgen. Tegelijkertijd daalt de bodem in Nederland door het droogmalen van polders. Steeds meer waterbeheerders menen dat het water weer de ruimte gegeven moet worden.

Voor de grote rivieren zijn al vergaande plannen om land terug te geven aan het water. In Duitsland zijn de laatste jaren grote overlaten aangelegd, die kunnen onderlopen wanneer het peil in de Rijn stijgt. En ook in Nederland worden hier en daar al dijken landinwaarts verlegd. Alleen al om ruimte te scheppen langs de Rijntakken heeft het rijk tot 2015 1,2 miljard gulden gereserveerd.

Overigens is alleen het verbreden van het stroomgebied van de rivieren niet voldoende, zegt de Nijmeegse hoogleraar prof.dr.

A. Smits. De huidige stroomgebieden en ook de gebieden die de afgelopen dagen te kampen hebben met de wateroverlast hebben volgens hem onvoldoende 'sponswerking'. Daardoor wordt het water nauwelijks vastgehouden. “Als er plotseling een grote hoeveelheid neerslag valt kunnen de afwateringsystemen het niet meer aan. Datzelfde gebeurde half september in het Westland, Zeeland en West-Brabant. Ons land is zo ingericht dat er nauwelijks ruimte meer is om het water op te vangen', zegt Smits. Het aanwijzen van gebieden die bij grote wateroverlast kunnen onderlopen is daarom geen gemakkelijke opgave. Toch pleitte staatssecretaris M. de Vries (Verkeer en Waterstaat) eind vorige maand op de jaarvergadering van de Unie van Waterschappen ervoor dat de waterschappen gebieden aanwijzen die bij een dreigende overstroming als eerste onderlopen. “Dat is geen prettige maar wel een noodzakelijke beslissing.'

Ook staatsbosbeheer voelt wel voor het teruggeven van land aan water. Veel natuurgebieden kampen vooral in de zomer met verdroging. Het laten onderlopen van die gebieden in de wintermaanden zou daarvoor een oplossing kunnen zijn. Volgens de land- en tuinbouworganisatie LTO Nederland moet het prijsgeven van land echter alleen als laatste noodmaatregel worden ingezet.