Politiek had voor Primakov eventjes prioriteit

Anderhalve maand heeft iedereen gewacht op het economische crisisplan van Jevgeni Primakov. Sinds gisteren is er een plan, waarop het IMF inmiddels kritisch heeft gereageerd. Toch heeft de Russische premier deze zeven weken bepaald niet stilgezeten.

“Ik ben geen magier', zei Jevgeni Primakov, toen hij zeven weken geleden aantrad als premier van Rusland. “Verwacht geen snelle resultaten.'.

Hij heeft woord gehouden: anderhalve maand nu al leven de 147 miljoen Russen in het ongewisse over de plannen om hun economische nood te lenigen. In plaats van de noodtoestand heeft Primakov de staat van stagnatie afgekondigd, zo voelt het. Er is niets besloten, niets gedaan. Lekte er een kladversie van het anti-crisisplan uit, dan haastte Primakov zich om te verzekeren dat hij absoluut geen enkel plan had.

Wordt de dollar verbannen? Gaat de staat zelf wodka produceren? Gaan de roebelpersen draaien? “Als we zouden overgaan tot een gelduitgifte, dan een hele kleine', zei Primakov, terwijl hij tussen duim en wijsvinger aanwees hoe klein. “Nee Jevgeni, uitgifte is niet het goede woord', zei dan de directeur van de Centrale Bank. “We denken erover om de financiele basis van de roebel te verbreden.'

Als Primakov geen magier is, dan toch zeker een illusionist. Iemand die het doet voorkomen alsof de roebel niet drie maal in waarde is gedaald, alsof de budgetniki (iedereen die voor loon, soldij of pensioen afhankelijk is van de staatsbegroting) op tijd krijgen uitbetaald, alsof de banken normaal functioneren en alsof de staat zijn schuld van 40 miljard dollar voor het einde van het jaar zal inlossen.

Ongelooflijk lijkt het dat een regeringsleider van een land in crisis met zeven weken niks doen kan wegkomen. Maar ook dat is een bedrieglijke voorstelling van zaken. Primakov heeft bepaald niet stil gezeten, en zijn non-interventiebeleid heeft Rusland in ieder geval politiek tot bedaren gebracht. “Primakov zorgt voor politieke stabiliteit', gaf ex-premier Sergej Kirijenko toe.

“Maar wel ten koste van de economie.'

De verzoener Primakov, een vroegere KGB-spion, toont zich een meester in het bespelen en neutraliseren van Kremlin-intriges. Al zijn tijd gaat op aan het te vriend houden van troonpretendenten en oligarchen, generaals en IMF-bankiers, communisten en liberalen. Dat lukt het beste door niemand tegen de haren in te strijken, ofwel: door geen knopen door te hakken. “De premier heeft totnogtoe geen idiootheden begaan', zegt de liberale leider Grigori Javlinksi. “Maar ook niets anders, en daarmee belazerd hij niet alleen het volk, maar ook zichzelf en zijn regering.'

Als in totalitaire tijden gaat de eerste prioriteit van de nieuwe leider uit naar het consolideren van zijn macht. Zeker, Jeltsin leeft nog, maar niemand houdt nog rekening met hem. Primakov verdedigt hem (“Jeltsin is goed in staat om zijn termijn uit te dienen') en posteert zich tussen de president en diens rivalen. Het is geen geringe prestatie om de aanvallen van de Moskouse burgemeester Loezjkov en gouverneur Lebed, die aansturen op vervroegde verkiezingen, af te slaan.

Nog knapper is wellicht het op afstand houden van de oligarchen, Ruslands captains of industry die gewend waren om hun rijkdom uit de staatsruif te halen, in ruil voor politieke loyaliteit. Met een van hen, Rem Viachirev van het gasmonopolie Gazprom, is hij een slimme alliantie aangegaan: dit grootste bedrijf ter wereld mag veertig procent van de belastingaanslag over 1998 (790 miljoen dollar) in levensmiddelen voldoen - die Gazprom op zijn beurt weer uit Wit-Rusland en de Oekraine hoopt te krijgen als betaling voor gasleveranties. De Centrale Bank houdt intussen de machtigste bankiers een hand boven het hoofd, en wel door hun ongedekte leningen te verstrekken zonder toe te geven dat daarmee de facto al extra roebels in omloop worden gebracht.

Ook de roebelkoers wordt stevig gemanipuleerd: elke vijftiende van de maand, de dag dat de staat veel lopende rekeningen in roebels moet voldoen, stijgt de Russische munt wonderbaarlijk, voor een paar uur weliswaar, maar lang genoeg om de ontvangers voor een procent of twintig op te lichten.

Welbeschouwd kun je de regering niet van inertie beschuldigen. Binnen het kabinet zijn de meest onverzoenbare stromingen in een min of meer acceptabele coalitie bijeen gebracht. Twee communistische planeconomen, een vice-premier en de directeur van de Centrale bank, worden in hun streven om de vrije markt om zeep te helpen afgeremd door een liberale minister van financien. Volgens het zakenblad Kommersant houden de “revanchisten', die terug willen naar een centraal geleide economie, en de “markt-economen', die de deur naar het Westen open willen houden, elkaar perfect in evenwicht.

Primakov heeft vrijwel iedereen binnenboord gehesen. De vakbonden lieten hun protestdag op 7 oktober uitdraaien op een parade van de orde en volgzaamheid, terwijl de communisten hun pijlen uitsluitend op Jeltsin richten. De premier blijft zorgvuldig buiten schot. Dat zijn anti-crisisplan zo lang op zich laat wachten, is geen onkunde, maar juist de kwintessens van het regeren in Rusland. Pas nu Primakov die kunst beheerst, komt hij zo zoetjesaan toe aan concrete ingrepen.