Oostenrijk probeert nieuw asielvoorstel te slijten

Hoe moet het verder met het asielbeleid in de Europese Unie? Na een eerste mislukte poging heeft EU-voorzitter Oostenrijk nieuwe voorstellen gedaan.

Oostenrijk heeft zich de kritiek van andere Europese landen aangetrokken: er ligt een nieuw voorstel op tafel over een gezamenlijk asielbeleid. De gewraakte passage uit een eerder voorstel over het 'opzeggen' van het VN-vluchtelingenverdrag is geschrapt. Vandaag en morgen buigen de Europese ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken zich tijdens een informele bijeenkomst in de Oostenrijkse hoofdstad, Wenen, over de nieuwe plannen.

De opsteller van het oude plan dat tot zoveel commotie leidde, de Oostenrijkse secretaris-generaal Manfred Matzka van Binnenlandse Zaken, ontkende het vorige maand nog: Oostenrijk, dat momenteel voorzitter is van de EU, was helemaal niet van plan het Verdrag van Geneve op te zeggen. Maar ook topambtenaar Matzka moest uiteindelijk toegeven dat 'passage 103' “kon leiden tot een verkeerde interpretatie' van het Oostenrijkse voorstel.

De redenen om te vluchten zijn veranderd, schreef Oostenrijk begin juli. Tegenwoordig slaan mensen vooral op de vlucht voor oorlogs- en etnisch geweld, zoals in Bosnie en nu in Kosovo. Het Verdrag van Geneve, opgesteld in 1951 om vooral Oost-Europese vluchtelingen uit de toenmalige communistische regimes op te vangen, is daar niet op toegespitst. Maar “herorientering kan slechts geschieden op basis van een verdrag dat het Verdrag van Geneve aanvult, wijzigt of opvolgt', aldus Matzka. Nadat het oorspronkelijke Oostenrijkse plan op 10 september was uitgelekt, stak een storm van kritiek op. Ook staatssecretaris Cohen verklaarde niet aan het VN-verdrag te willen tornen.

In de nieuwe, herziene versie die nu op tafel ligt houdt Oostenrijk vast aan een tijdelijke opvang voor ontheemden - maar nu benadrukt het land verscheidene keren dat zo'n regeling het VN-vluchtelingenverdrag niet mag 'ondermijnen'.

Het moet juist een 'aanvulling' zijn. De 'lasten' (daarbij gaat het zowel om de ontheemden zelf als om de financiele kosten) moeten evenredig over de lidstaten worden verdeeld. Nederland, Duitsland en de Scandinavische landen zijn hier, in tegenstelling tot de zuidelijke lidstaten van de EU warm voorstander van.

Naast een regeling voor ontheemden pleit Oostenrijk voor uitbreiding van de hulp aan de landen van herkomst. Doen deze vervolgens niets aan de oorzaken van migratie, dan moeten ze worden gekort. Voor de zogeheten doorreislanden (bijvoorbeeld GOS-staten en Turkije) wil Oostenrijk de economische samenwerking intensiveren, mits asielzoekers en illegale immigranten op doorreis beter worden gecontroleerd en mensensmokkelaars harder worden aangepakt. Ook moeten werkgevers met zwartwerkers beter worden bestreden. Oostenrijk achtte snel ingrijpen in het huidige Europese asielbeleid nodig. Europa heeft immers gefaald, meent de EU-voorzitter, en heeft gebrek aan daadkracht getoond. De immigratie naar West-Europa is niet verminderd, noch legaal noch illegaal. “De Europese Unie wist slechts een keer daadwerkelijk een massale uitstroom van vluchtelingen in te dammen, namelijk in 1997 in Albanie.' Misbruik van het asielrecht is niet uitgebannen. De discussie over immigratiequota is nauwelijks gevoerd.

Ging er eigenlijk wel iets goed? Als 'winst' boekt Oostenrijk onder meer in dat 'geen Europees land thans nog op eigen houtje een verruiming van het asielrecht makkelijker toegang voor gastarbeiders of hogere sociale uitkeringen voor migranten in overweging neemt'. Met de uitgifte van visa door de lidstaten gaat het goed, al schrijft Oostenrijk verderop: wat is het nut van een gemeenschappelijk visumbeleid, wanneer de meeste immigranten illegaal en zonder visum binnenkomen?

De vraag is hoe de sceptici van het eerste voorstel op de herziene versie zullen reageren. De VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR waarschuwt voor modernisering van het Verdrag van Geneve. De uitgangspunten van het verdrag zijn nog steeds goed, vinden ze in Wenen, en bovendien is de tijd niet rijp. “In 1951 heerste een sfeer van solidariteit, nu heerst een sfeer van wantrouwen' aldus een woordvoerder.

De organisatie voelt ook weinig voor eventuele nieuwe verantwoordelijkheden. Oostenrijk stelt voor de UNHCR meer in de landen van herkomst te laten doen. En het Nederlandse parlement sprak onlangs over asielzoekerscentra in de nabijheid van conflictgebieden, waar de UNHCR asielaanvragen volgens Europese standaards zou moeten behandelen. Maar, zegt de woordvoerder: “We zijn er voor de vluchtelingen, we zijn geen politie. De Europese landen hebben hun eigen verantwoordelijkheid. Die moeten ze niet afschuiven.'